Recensies

Compositie blinkt uit in schitterende vondsten Les HugenotsFascinatie levert een onverwachte hit op SatieEnerverende ontmoetingen 27th music meeting

Opera: Les Hugenots ****
Giacomo Meyerbeer, Les Huguenots.

Marlis Petersen, Yulia Lezhneva, Eric Cutler, Jérôme Varnier, Koor en Symfonieorkest van De Munt o.l.v. Marc Minkowski. Regie: Olivier Py.

Theater Carré, Amsterdam

Munttheater, Brussel 11/6. Tot 30/6.

Regisseur Olivier Py heeft van zijn voorstelling een meeslepende raamvertelling gemaakt, met een omlijsting van hard uitgelichte strijdlust.

Vijf weken hebben ze in Brussel met man en macht aan Les Huguenots geschaafd. Dit weekeinde was het zover: Giacomo Meyerbeers grand opéra over het conflict tussen de hedonistische katholieken en de strenge hugenoten, die in 1572 uitmondde in de Bartholomeusnacht, staat weer op de planken. Sinds het stuk in de 19de eeuw in de top vijf van meest gespeelde werken stond, is het bijna van de podia verdwenen. Dat maakte het voor de Franse regisseur Olivier Py nog aantrekkelijker ermee aan de slag te gaan.

Richard Wagner had met zijn harde kritiek op Meyerbeer een rol in die omslag in de waardering. Wie het stuk heeft gehoord, kan niet om de indruk heen dat Wagner zich meer liet leiden door zijn eigen antisemitisme (Meyerbeer was joods) dan door zuiver muzikale motieven.

De compositie blinkt uit in schitterende vondsten. Een basklarinetsolo begeleidt de huwelijksvoltrekking van de hoofdpersonen Raoul en Valentine, terwijl in de verte de protestantse koraalmelodie Ein' feste Burg klinkt. Een piccolo en een fagot vergezellen het strijdlied van de hugenoten, een paukensolo bezegelt de vriendschap tussen katholieken en hugenoten.

Py heeft van zijn voorstelling een meeslepende raamvertelling gemaakt, met een omlijsting van hard uitgelichte strijdlust.

Centraal staat het liefdesverhaal van de katholieke Valentine en de protestantse Raoult. De mannelijke en de vrouwelijke erotiek, waar Meyerbeer elk een bedrijf voor uittrekt, komen aan het einde van de voorstelling samen in een verzoening waarin liefde en dood op een wagneriaanse manier met elkaar versmelten.

Tijdens de première klonken de grootschalige koren nog wat onrustig. Mireille Delunsch kreeg alle gelegenheid haar katholieke personage Valentine te laten opbloeien in haar liefde voor de hugenoot Raoul de Nangis. Die ontwikkelt zich van een beleefde sukkel tot een held, met een stem (van Eric Cutler) die voor de rol gemaakt lijkt. De katholieke koningin Marguerite de Valois smelt eveneens voor deze Raoul en de sopraan Marlis Petersen buit de sensuele én de koninklijke kant van die rol optimaal uit. Een openbaring is de jonge, kleine Yulia Lezhneva die als het schildknaapje Urbain met komisch talent en adembenemende coloraturen alle vrouwen het hoofd op hol zingt. Grapje van Olivier Py: bij de koningen, kardinalen en andere bloeddorstige machthebbers aan tafel zit Catharina de' Medici, vermeende aanstichtster van de bloederige Bartholomeusnacht, wijn slempend en kluivend aan een kippenbout.

Klassiek: Satie *****
De esoterische wereld van Erik Satie, door Reinbert de Leeuw. 13/6

Muziekgebouw, Amsterdam. Herh: oktober en maart (div. locaties).

'Satie verkeerde in de positie van een man die maar dertien letters van het alfabet kende, maar desondanks had besloten met deze middelen een nieuwe literatuur te scheppen.' Zo oordeelde J.P. Contamine de Latour in 1925, een half mensenleven nadat hij het libretto voor Saties 'christelijk ballet' Uspud had geschreven. Het is geen gekke beschrijving van de muziek die Erik Satie omstreeks 1890 schreef, al is het eerder zo dat de componist de ontbrekende dertien letters wel degelijk kende, maar ze bewust wegliet.

Hoe dat klonk, was maandag te horen in het Amsterdamse Muziekgebouw, waar Reinbert de Leeuw Uspud en andere werken uit Saties 'esoterische periode' ten gehore bracht. Het esoterische van deze werken schuilt er niet alleen in dat Satie (modernist avant la lettre), zich omstreeks zijn 27ste levensjaar bemoeide met diverse obscure religieuze genootschappen, maar bovendien muziek schreef waarin hij, meer dan in zijn eerdere of latere leven, vrijwel volstrekt tabula rasa maakte.

De Leeuw is al meer dan veertig jaar gefascineerd door die vroege pianowerken van Satie, die hij eerder ook op de plaat heeft gezet. Deze uitvoering bleek een onverwachte hit: vooral door de uiterst lage tempi die De Leeuw aanhield, drong zijn interpretatie dieper dan ooit door in de klankwereld die de componist voor ogen stond. Uspud, eigenlijk gedacht voor een klein ensemble, was daar niet bij. Het is nu in de pianoversie op cd uitgebracht.

Het opvallende aan Saties esthetiek is het vrijwel volstrekte gebrek aan ontwikkeling. In die mystieke periode bestaat Saties muziek uit niet meer dan simpele, vrij korte melodische frases, soms in kale octaven, maar vaker behangen met akkoorden waaraan elke traditionele richting en samenhang ontbreekt, zodat er een etherische, zwaartekrachtloze sfeer ontstaat.

Uspud onderscheidt zich in dat opzicht nauwelijks van de vier kortere werken die De Leeuw voor de pauze speelde. Het bizarre is dat het libretto juist voorziet in surrealistische visioenen vol bloed, vlammen en explosies. Om daar enigszins recht aan te doen heeft videokunstenaar Arjen Klerkx een visualisatie gemaakt waarbij de originele Franse tekst, voorzien van half verwaasde beelden, wordt geprojecteerd op een traag draaiend scherm dat nog het meest weg heeft van een kruisvormig wasrek met vier doorschijnende handdoeken. Het is slim bedacht, bijna even ongrijpbaar als Saties muziek, en doet op onnadrukkelijke wijze recht aan de drukte van het - uiteraard - nooit opgevoerde ballet. Maar toch spoort deze beweeglijke vormgeving niet helemaal met de onverbiddelijke ingetogenheid van De Leeuws spel.

Satie en De Leeuw
Reinbert de Leeuw is al meer dan veertig jaar gefascineerd door de vroege pianowerken van Eric Satie, die hij destijds ook op de plaat heeft gezet. Vooral door de uiterst lage tempi die De Leeuw aanhield, drong zijn interpretatie diep door in de klankwereld die de componist ooit voor ogen stond. Een onverwacht succes.

Wereldmuziek: 27th Music Meeting ****
27th Music Meeting. 11-13 juni, Park Brakkenstein, Nijmegen

Het arrangeren van muzikale ontmoetingen brengt risico's met zich mee, dat beseffen de programmeurs van de jaarlijkse Music Meeting in Nijmegen als geen ander. De voorgaande edities hebben naast verrassende hoogtepunten ook matig geslaagde en soms zelfs ronduit teleurstellende combinaties opgeleverd en de 27ste vormde daarop geen uitzondering. Het dieptepunt werd dit jaar al op de eerste avond bereikt. Gelukkig maar, want de kwaliteitscurve kon na het beschamende optreden van gitarist Gary Lucas met zijn project The Edge of Heaven alleen nog maar omhoog. Waar de Chinese popsongs uit de jaren dertig en veertig op het gelijknamige album werden omlijst door ragfijn gitaarspel, was voor de live-uitvoering gekozen voor een zwaar versterkte rockbehandeling, die de sierlijke melodieën met mokerslagen vastnagelde aan een logge beat.

De Meeting bracht nog een tweede project in samenwerking met het Holland Festival - net als The Edge of Heaven naar aanleiding van rond 2000 gemaakte opnamen die pas jaren later leidden tot een succesvolle plaatuitgave. Met Orientation van de Senegalese zanger Thione Seck werd het driedaagse evenement op waardige wijze afgesloten.

Het optreden van de Braziliaanse zangeres Ceumar was een van die geslaagde samenwerkingsverbanden waaraan de Music Meeting zijn reputatie dankt. Haar spel op gitaar en pandeiro (raamtrommel) werd uitvergroot en aangevuld door drie Nederlandse strijkers, in spontaan ontwikkelde arrangementen, bezield door violiste Tessa Zoutendijk. De langzame stukken kregen romantische decors, de snellere extra ritmische pit, en stem en snaren improviseerden zelfs ter plekke mooie, nieuwe kleurencombinaties. Zelden zal een gelegenheidsformatie zo organisch hebben geklonken.

Andere ontmoetingen waren misschien langer voorgekookt, maar minstens zo enerverend. De Australisch-Egyptische udspeler Joseph Tawadros en de Amerikaanse jazzgitarist John Abercrombie hebben al een gezamenlijke cd gemaakt, maar hun herschepping van dat repertoire, geassisteerd door contrabassist Drew Gress en Josephs broer James met zijn onnavolgbare spel op de kleine riqq (raamtrommel met schelletjes), bracht velen in vervoering. Geen geringe prestatie, want kort daarvoor had het Frans-Zwitsers-Italiaanse trio Biondini-Godard-Niggli op hetzelfde podium een daverend optreden neergezet met soms zeer acrobatische interacties tussen accordeon, tuba en slagwerk.

Op papier leek de samenwerking tussen de Franse klezmerklarinettist Yom en de Chinese mondharpvirtuoos Wang Li een geintje zonder al te veel pretenties, maar vanaf de allereerste inzet was duidelijk dat hier iets groots tot stand werd gebracht. Slechts geholpen door zaalversterking en een beetje galm, schiep het tweetal een volkomen abstracte klankwereld die echter uiterst aanstekelijk en zelfs dansbaar bleek - ogenschijnlijk repetitief maar telkens weer verrassend in de ragfijne versieringen en variaties.

undefined

Meer over