Rebellie en ratjetoe in rommeldecor

Deze bewerking van Aischylos' toneeltrilogie is een ratjetoe van vondsten, symboliek en gekkigheden.

Theater

Oresteia door Noord Nederlands Toneel, tekst en regie: Gerardjan Rijnders

23/2, Stadsschouwburg Groningen; tournee t/m 17/4. nnt.nl

Gerardjan Rijnders' punkbewerking van Oresteia (458 v. Chr.) begint met een koor van twaalf jonge acteurs, netjes in het gelid. Zij vormen het kloppende hart van deze voorstelling. Het koor zingt niet, maar slaakt kreten. Het maakt geluidjes als de spelers opkomen. Het maakt lawaai op gitaar en synthesizer. In onaffe zinnen bevragen ze de motieven van de moordlustige familieleden in deze wraaktragedie. Maar langzaam verdwijnt de eensgezindheid in het koor. Wat uiteindelijk resteert, is anarchie.

Deze Oresteia bij het Noord Nederlands Toneel gaat over het doorbreken van repressie, nee zeggen tegen overheersende bewinden. Het rebellerende koor is daarin een van de leukere onderdelen. Verder is deze bewerking van Aischylos' toneeltrilogie een beetje een ratjetoe van vondsten, symboliek en gekkigheden.

Het is de eerste regie van Rijnders in Groningen en gelijk ook een overvolle. Naast het twaalfkoppige koor is er een rommeldecor van Ko van den Bosch, vol stellages, banken, planten en een verticaal aanrecht. Acteurs dragen vreemde maskers van ijzerdraad. De speelstijlen lopen uiteen van emotioneel ingeleefd tot lekker maf. Achter op het toneel hangt een podiumbrede reproductie van L'Origine du Monde, een schilderij van Gustave Corbet. Afgebeeld is een 19de-eeuwse vulva.

Tussen dit alles speelt zich het aloude verhaal af. Koning Agamemnon keert terug naar huis, na de Trojaanse oorlog te hebben gewonnen. Daarvoor heeft hij wel zijn dochter Iphigeneia moeten offeren. Zijn vrouw, Klytaimnestra (of in de jolige bewoordingen van deze voorstelling: Klyt) is woedend en wreekt haar dochter door haar man te doden. Hierop komt haar zoon Orestes in actie, die op zijn beurt de dood van zijn vader wreekt en Klyt doodt.

Vervolgens worden uit een scheur in een vies matras een twaalftal wraakgodinnen geboren: 'de kutten van de nacht'. Ze achtervolgen Orestes, die uiteindelijk voor godin Athene en haar rechtbank moet verschijnen. Een vonnis wordt uitgesproken. Maar aan dit vonnis kleeft de stank van corruptie en rebellie volgt. Rijnders heeft het verhaal in verband willen brengen met hedendaagse vrijheidsstrijders. Er zijn beeldverwijzingen naar Pussy Riot en volksopstanden, zoals nu in Kiev. Op het einde verschijnt heel groot het woord 'nee'. Waartegen dat nee is gericht, blijft vaag.

Deze Oresteia moet het hebben van enkele losse beelden en scènes. Mooi is bijvoorbeeld Apollo (Ko van den Bosch gezeten in een bureaustoel op een verhoging) die ogenschijnlijk het doek met L'Origine du Monde wordt ingezogen. Goed zijn ook de, helaas schaarse, momenten van Bram van der Heijden als de weke Orestes. Zijn aanwezigheid doet de chaos op het podium even verdwijnen. En als hij zijn moeder Klyt (Malou Gorter) vermoordt, is deze tragedie zelfs even meeslepend.

undefined

Meer over