Rebel met een harnas van staal

Idool, agressieveling, fenomeen, mysterie, perfectionist, krijger, zwijger. In de 1.69 meter van Edgar Davids (30) zijn al die typeringen samengebald....

Was het anarchie, rebellie, verantwoordelijkheidsbesef of een doelbewuste poging om collega Van Bommel te beroven van zijn sturende rol in het Nederlands elftal? Op 12 februari, tijdens Nederland - Argentinië, verliet Davids de hem toebedeelde linkerflank van het veld in de Arena om op de strook gras in het midden de strijd aan te gaan met Veron.

Een van de neven-effecten was dat hij Van Bommel belemmerde in diens spel. Bondscoach Advocaat was boos omdat Davids (let op!) na twintig minuten uit zijn positie ging lopen. Een paar dagen later lekte uit dat Davids na het duel met Oostenrijk, een paar maanden eerder, hevige woordenstrijd had geleverd met Van Bommel over tactiek en over de in te nemen posities in het elftal.

Alles is uitgepraat, bezwoer Advocaat deze week opnieuw, en dat moet ook, want vandaag is de cruciale EK-kwalificatiewedstrijd tegen de Tsjechen. Kleedkamerruzies horen bij voetbal. En het zit in Davids' karakter om waar nodig hulp te bieden, zei assistent-bondscoach Van Hanegem. Davids zelf: 'Ik denk dat dat de beste constatering is.'

Maar helaas voor Advocaat, Van Hanegem én Davids is dat slechts de halve waarheid. Bestudering van de videoband van de wedstrijd levert verbijsterende feiten op, zoals: linkshalf Davids eist helemaal niet na pas twintig minuten zijn rol op in de as. Integendeel, hij trekt meteen na de aftrap de stoute schoenen aan. Sterker nog: hij begeeft zich zelfs naar de rechterflank, waar hij drie van zijn eerste zes balcontacten heeft. Op dat moment, om met Van Hanegem te spreken, valt er nog niemand te helpen.

Davids heeft voor rust 45 keer balbezit. Hij speelt zeven maal op Seedorf, negen keer op Cocu en twee keer op Van Bommel, die veel minder balbezit heeft (26) en op zijn beurt Davids nauwelijks aanspeelt. Toeval?

Laat het toeval zijn. Maar Van Bommel, toch al niet in grootse vorm, kán op deze avond niet goed spelen. Hij krijgt geen ruimte om de diepte te zoeken. Het opvallendst is dat hij gedurende een kwartier geen enkel balcontact heeft. Let wel: Van Bommel is de beoogde spelverdeler. De hedendaagse Jonk wordt na zeventig minuten gewisseld waarna Davids, die in de tweede helft braaf zijn opdrachten uitvoert, verhuist naar het centrum.

Misschien is het probleem dus opgelost. Advocaat heeft het immers gezegd. Cocu is geblesseerd. Davids schuift dus door naar Cocu's positie aan de linkerkant van het centrum, waar hij het liefst speelt.

Het is de ambitie van Davids en zijn boezemvriend Seedorf om samen het hart van Oranje te vormen. Gezien hun huidige vorm én ervaring zijn ze daar misschien aan toe, maar de belofte is nog niet ingelost. Seedorf (62 interlands) bezet in het Oranje van nu de rechterflank, Davids (51) is sinds een experiment in Noorwegen (augustus vorig jaar) meestal linkshalf. Ze zijn geklommen in de hiërarchie, maar bezetten posities aan de zijkanten. Misschien prikt dat een beetje.

Zo is om Davids altijd iets te doen. Het publiek roept hem per sms uit tot man van de wedstrijd tegen de Argentijnen. Want wát hij doet, is meestal goed. Hij raast over het veld, de linkerhand een beetje wapperend als een vlag op een bootje dat over woelige baren klotst.

Edgar Davids is een eigenzinnig mens.

Het idool

Op het trainingsveld van Quick Boys in Katwijk, pleisterplaats van het Nederlands elftal, kijkt een achtjarige jongen op naar Davids. Sinds zijn vierde spaart het ventje alles van zijn idool. De jongen lijdt aan taaislijmziekte, een zeldzame kwaal die leidt tot verstikking.

Zijn pokemon-plakboek staat barstensvol Davidsen. Op elke pagina zet Davids een krabbel. Soms geeft hij de jongen een compliment voor zijn knip- en plakwerk. Dan zegt perschef De Leede: 'Edgar, de bus wacht.'

De voetballer kijkt op zijn beurt omhoog, naar de twee meter lange perschef, en laat zijn gezicht spreken: de bus kan wachten.

Duizenden mensen, onder wie veel kinderen, zien Edgar Davids als een idool. Hij is voor de duvel niet bang. Hij is klein. Hij kan hard rennen. Zijn inzet is onvoorwaardelijk ('Mijn mentaliteit is dat ik altijd wil winnen'), ook in vriendschappelijke partijtjes. Hij kan mooi juichen. Meestal (zie Van Bommel) gunt hij een ander iets. Invaller Van der Vaart kreeg in november tegen Duitsland bijna geen bal. Een van de de passes van de jonge Ajacied was een toverbal waaruit Hasselbaink scoorde. Medespelers verdrongen zich rond Hasselbaink, Davids omarmde Van der Vaart.

Davids is oersterk. Een zware enkelblessure in de A-jeugd zette hem, tot dan niet aangemerkt als uitzonderlijk talent, op achterstand, maar hij verhief zijn nadeel tot voordeel door beulswerk in het krachthonk. Generatiegenoot Tarik Oulida: 'Edgar was een iel ventje toen hij zijn blessure opliep. Een jaar later was hij sterker dan wij.'

Davids traint, als hij in Amsterdam is, geregeld met atleet Troy Douglas en diens trainer Henk Kraaijenhof. Ze 'fokken elkaar dan op', zoals Douglas het uitdrukt, en na beider nandrolon-dopingaffaire deden ze dat nog eens extra. Douglas: 'Edgar is alleen extravert op het veld, ik in mijn hele leven.'

Wie denkt dat voetballers met een traininkje per dag klaar zijn, moet eens naar Davids kijken, oppert Douglas. Diens harnas is van staal. Met bankdrukken heeft hij, de atleet, wel eens verloren van hem, de voetballer. Dan wilde de hardloper weer winnen en zo gaat dat altijd door.

Douglas: 'Edgar heeft keihard gewerkt aan zijn zachte punt. Hij dacht dat hij niet snel genoeg was, maar met Kraaijenhof heeft hij fantastische resultaten behaald: trainen onder maximale belasting, stoppen en wenden als hij op grote snelheid ligt. Op het veld zie je dat terug. Hij heeft zijn huiswerk goed gedaan. Edgar is bezeten.'

Bij Nike is Davids nog steeds een van de trekpleisters in de campagnes. Hij is een icoon van de doelgroep, jongens van twaalf tot negentien jaar. Dat voor velen bijna onaanraakbare idool was de enige van de jongere generatie Ajacieden die ruim een jaar geleden na de dood van jeugdtrainer Jany van der Veen een samenzijn op De Toekomst bezocht. Hij was daarvoor even overgevlogen uit Turijn.

David Endt, elftalleider van Ajax en boezemvriend: 'De oer-Davids blijft altijd bestaan. Hij is een verre van naïef persoon, verder gevormd door de bikkelharde prestatiemaatschappij bij Juventus. Hij is bovendien liefhebber van het leven en het voetbal dat daarin zo'n belangrijke plaats inneemt.'

De agressieveling

'Ik houd van sporters met een verwoestende uitstraling, zoals Mike Tyson', zei Edgar Davids in 1994 in Sport International, in een van de weinige langere vraaggesprekken die hij toestond. Hij verwierf bijnamen van beesten die kunnen doden: pitbull, piranha. Een vechthond en een vleesetende vis.

Davids, geboren in Suriname en opgegroeid volgens de wetten van het straatvoetbal, leerde zijn agressie in het veld redelijk te beteugelen, hoewel hij immer laveert tussen wat mag en wat niet mag. De oogst: 96 gele en twaalf rode kaarten in ruim elf jaar betaald voetbal bij Ajax, AC Milan, Juventus en Oranje.

Afgezien van een fabelachtige techniek heeft hij iets wat Nederlanders vaak ontberen: meedogenloosheid. Eén bondscoach riep hem in 1995 uit tot beste speler van de wereld bij de jaarlijkse verkiezing: Daniel Passarella van Argentinië, het land dat past bij de stijl van Davids.

Vraag Bobby Haarms, de vroegere assistent-trainer van Ajax, om één herinnering en hij zegt onmiddellijk: 'Edgar was degene die uit de muur rende bij een vrije trap.' Degene dus die zich opoffert, die zich als een roofdier op de bal werpt, met het gevaar zelf gewond te raken.

Mentaal gezien is hij een leider, anderszins niet zo. Gerard van der Lem, voormalig trainer van Ajax: 'Hij was bescheiden. In het veld ging hij soms over de schreef, maar daarbuiten was hij juist beleefd. Wat ik vroeger allemaal tegen trainers riep, dát deed hij nooit. Maar voor een leider is hij te weinig communicatief. Hij zegt het liefst niets en neemt het voortouw.'

Altijd weer die tegenstellingen. Endt vertelt een anekdote: 'Edgar schreef in zijn laptop een zelfverzonnen verhaal over een conducteur die een zwartrijder ontdekte in de trein. Híj was de conducteur en moest het probleem zonder geweld oplossen. Leider zijn zonder agressie, dat sprak hem aan.'

Soms vergeet Davids zichzelf. Zijn voormalige vriendin klaagde hem een jaar geleden aan voor ernstige mishandeling. Sindsdien is het stil rond de zaak, maar het onderzoek is in volle gang, verzekert perschef Robert Meulenbroek van de rechtbank in Amsterdam. De stagnatie ligt aan een arts van Juventus die het vermeende slachtoffer behandelde, maar moeilijk tot een getuigenis is te verleiden. Dat verhoor, van belang voor de bewijslast, zal binnenkort plaatshebben, stelt Meulenbroek.

En zo is Davids omstreden, altijd. Endt: 'Hij heeft eerder een tranquillizer nodig dan een oppepper.'

Clarence Seedorf: 'Hij is mijn jeugdvriend, met wie ik zoveel heb meegemaakt in deze aparte wereld van het profvoetbal, en ook in mijn sociale leven. Hij uit alleen zijn gevoelens niet zo in het openbaar.'

Oud-international Arthur Numan, nu spelend bij Glasgow Rangers: 'Ik heb helemaal geen zin om over Davids te praten.'

De perfectionist

In januari 1996 hengelen Martin Edwards en Alex Ferguson van Manchester United in een hotel naar de diensten van Ajacied Davids. Manager Ferguson tekent op een papier hoe hij Davids wil laten voetballen. Dan zegt de middenvelder dat Ferguson helemaal niet de spelers heeft om hem optimaal te laten functioneren. Makelaar Van Dalen, die de partijen bij elkaar bracht: 'Ferguson was onder de indruk. Hij zei dat Engelse voetballers nooit zo over hun vak nadachten, dat Davids tactisch enorm was ontwikkeld.'

Hij is zelfverzekerd, maar ook bescheiden. Davids noemt zichzelf niet eens bij de besten van het Nederlands elftal. 'Het is niet aan mij om dat te zeggen. Als je kijkt naar de spelers, lopen sommigen echt over van kwaliteit. Het is geen valse bescheidenheid, maar ik vind dat Patrick (Kluivert) de beste speler is van het team.

'Met mij gaat het lekker, dat is zo. Ik wil alleen aangeven dat er geen kloof is tussen spelers. Het is gezellig. Iedereen krijgt respect. Wij hebben geen spelers die verheven zijn boven de groep. Ik wil het verhaal niet horen dat enkele spelers zich verheven voelen.'

De zwijger

Davids geeft eigenlijk nooit interviews. Hij heeft daarvoor zo zijn redenen: al na zijn debuut, in september 1991 tegen RKC, kreeg hij kritiek, zonder dat hij daaraan iets kon doen. Het ging niet om zijn spel, maar om het feit dat hij de frivole Bryan Roy als linksbuiten verdreef. Een deel van de pers dweepte met Roy.

Later voelde hij zich onheus bejegend door de pers tijdens het EK van 1996 in Engeland, toen hij vond dat bondscoach Hiddink zijn oren liet hangen naar de broers De Boer en vooral Blind. Davids beledigde Hiddink en moest naar huis. Hij sloot bij zijn vertrek de lippen. Bovendien houdt hij door te zwijgen de mythe overeind.

Hij praat alleen op aanvraag bij het Nederlands elftal: voorzichtig, soms afwerend, wantrouwend. Hij zit een tijdje met de vuisten voor zijn mond. Over zijn relatie met Van Bommel: 'Het was alle ophef niet waard.

'Ik ben gefocust op de wedstrijd. Dan moet je andere zaken langs je af laten glijden.'

Via de oorlog in Irak komt hij tot een theorie: 'Krijgen wij wel genoeg informatie? Weten we alles? Jullie weten zelf dat wat er in de krant komt, niet altijd waar is. Ha ha ha.

'Misschien weten die Amerikanen meer dan wij. Zij zijn ervan overtuigd dat er kernwapens zijn. Of misschien gaan ze inderdaad voor de olie.'

De climax: 'Daarom ben ik blij dat ik topsporter ben. Anders zou ik de kranten gaan geloven. Soms lees je iets en denk je: hè, daar was ik bij. Is het echt zo gegaan? Nee toch. Ho ho ho, dan ga je nog aan jezelf twijfelen.'

Hij staat op en zegt lachend: 'Maar Wouter Bos heeft zich laten kennen.'

Meer over