Reanimatie is een ABC-tje

Hartmassage staat niet meer voorop bij het reanimeren. Een persoonlijke nederlaag voor Bart Jan Meursing...

Door Michael Persson

Iemand reanimeren is iemand opnieuw van een geest voorzien. Maar welke geest precies? Al een paar decennia is de grote vraag wat bij een slachtoffer van een hartstilstand voorrang moet krijgen: een kloppend hart of een werkende ademhaling.

Vorig jaar is die discussie beslecht in het voordeel van de ademhaling. Daarmee is een einde aan de uitzonderingspositie van Nederland, dat twintig jaar het hart op de eerste plaats stelde. Niet iedereen is overtuigd van het nut van die verandering, zo blijkt uit artikelen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (15 maart) deze week.

Bij het reanimeren van een slachtoffer van een hartstilstand, bevriezing of verstikking zijn drie onderdelen cruciaal. De ademweg (A) moet vrij worden gemaakt, van water of overgeefsel bijvoorbeeld, waarna beademing (B) de longen op gang moet helpen. Daarnaast moet met hartmassage de bloedcirculatie (C) weer worden gestimuleerd.

In de jaren zestig waren het vooral drenkelingen, zuigelingen en patiënten die na een operatie in ademnood kwamen die reanimatie nodig hadden. Vandaar dat de ademhaling op de eerste plaats kwam, volgens het zogeheten 'ademweg-beademing-circulatie'-schema, ofwel ABC.

Vanaf de jaren zeventig kwamen hartpatiënten in beeld. Om bij hen het risico van onherstelbare hersenschade, of langdurige (onomkeerbare) coma's te beperken, bepleitten twee Nederlandse cardiologen in 1978 dat het hart eerst op gang werd gebracht, en de ademhaling daarna.

In 1981 voerde Nederland dit CAB-schema in, als enige ter wereld. Al het reanimatie-onderwijs werd op de nieuwe methode toegesneden.

'Maar er was maar een heel beperkte wetenschappelijke basis voor die methode', zegt dr. Ruud Koster, cardioloog bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en voorzitter van de wetenschappelijke raad van de Nederlandse Reanimatieraad. Op 1 augustus is Nederland daarom overgegaan op de ABC-methode.

'De CAB-voordelen waren gebaseerd op een onderzoek met proefdieren, en één voordracht in Amerika', zegt Koster. 'Dat is niet genoeg om af te wijken van de rest van de wereld.'

Het besluit werd vorig jaar genomen door alle reanimatiedeskundigen van Nederland. Unaniem, op één stem na: die van drs. Bart Jan Meursing, cardioloog bij het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen, en al twee decennia voorvechter van de CAB-methode.

'Een dubbelblind wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van reanimatie op mensen is gewoon te moeilijk', zegt Meursing. 'Maar er zijn logische argumenten die voor zich spreken. Elke seconde die je eerder begint met hartmassage, beperkt het risico op hersenbeschadiging. Ik ga niet een paar miljoen uitgeven aan een onderzoek dat zo logisch is'.

Koster zegt echter dat er wel degelijk geld was geweest voor een groot onderzoek, bij de Hartstichting bijvoorbeeld. 'Als men het gewild had.' Hij beaamt dat er theoretische gronden zijn om de voorkeur te geven aan het oude CAB-schema, dat de hartmassage voorop stelt. 'Maar de tijdwinst is maar 20 seconden.' Dat maakt volgens hem niet meer uit, wanneer het hart toch al een paar minuten stil staat.

Koster concludeerde uit een onderzoek in de regio Amsterdam naar slachtoffers van hart- en/of ademstilstand dat 13 procent van hen het overleven. 'Dat percentage is ongeveer hetzelfde als in Zweden en de Verenigde Staten,', zegt Koster. 'Dat er iemand aan reanimatie begint is belangrijker dan de methode die hij toepast.'

Meursing trekt het zich aan. 'Ik beschouw het als een gebrek van mezelf dat ik de wereld niet heb kunnen overtuigen van iets dat zo vanzelfsprekend is.'

Meer over