Real rust niet tot Barcelona is verslagen

Is Real Madrid beter dan het beste elftal aller tijden, Barcelona? Misschien heeft de wet van de remmende voorsprong zijn werk gedaan als de nacht zaterdag valt over Madrid, na El Clásico. 'Ik denk dat Real kampioen wordt.'

Dieper dan op 17 augustus 2011 rond middernacht kon het voetbal niet vallen. Een korte situatieschets als opfrisser van het geheugen: José Mourinho heeft in stadion Camp Nou weer eens verloren van Barcelona, voor de nationale Supercup deze keer, en in zijn hoofd ontstaat kortsluiting.


De trainer van Real Madrid loopt door een roerige, boze haag van spelers en begeleiders naar een slachtoffer. Wat gaat hij doen? Vastberaden prikt hij met een vinger in het oog van Tito Vilanova, de assistent van trainer Josep Guardiola. Het is een aanval van achteren, laf, schandelijk en onbegrijpelijk.


'Dat was een absoluut dieptepunt, ook in de onderlinge verhoudingen tussen Real Madrid en Barcelona', oordeelt ook de bondscoach van het Nederlands elftal, Bert van Marwijk. Hij is vandaag met zijn voorganger Marco van Basten analyticus bij de live-uitzending van de mooiste affiche uit het huidige voetbal, te zien op Sport1. Hij verheugt zich intens op het duel. Het gala van het voetbal was bijna verziekt door de vele haast gewelddadige recente confrontaties, maar wie weet, heeft het fatsoen zich hervonden.


Een vinger in een oog duwen. Het was de woedende uitbarsting van Mourinho's obsessieve gevoelens jegens Barcelona, de club waarvan hij bijna nooit kon winnen terwijl hij toch van iedereen won. Die ene keer dat hij met Inter de finale van de Champions League bereikte ten koste van Barcelona, ging de sympathie van de voetbalwereld vooral naar de verliezer. Zijn actie was de ultieme daad van onverteerd verlies. Van Marwijk: 'Ik denk dat Mourinho toen heeft beseft dat hij te ver is gegaan, dat het anders moest. Volgens mij is dat het moment van de ommekeer geweest.'


Real

José Mourinho is de schaamte allang voorbij, mocht hij die al hebben gevoeld. De motivatiekunstenaar is vol vertrouwen. Rond het veelbesproken duel met Ajax deze week geeft hij twee persconferenties. Het liefst stellen de Spanjaarden alleen vragen over El Clásico, want Ajax-uit is een broodje kaas op weg naar een vijfgangendiner. Het is de wedstrijd van het jaar en nu helemaal, nu het jarenlang vernederde Real 6 punten voorstaat en dus op 9 kan komen. Mourinho doceert, ook na de zege op Ajax: 'Voetbal is een doos vol verrassingen. Je weet nooit hoe een wedstrijd afloopt.'


Hij bouwt een voorbehoud in voor de kraker van zaterdag: 'Vorig jaar wonnen we in de Champions League met 4-0 van Ajax. Een paar dagen later waren we volstrekt kansloos tegen Barcelona: 5-0. Voorspellen heeft geen zin. Wat ik wel weet is dat onze vorm vorig seizoen de ene keer uitstekend was en dan opeens een stuk minder. Nu heeft het team veel meer vertrouwen. We spelen compact. We zijn een tijd langer bij elkaar en onze band is sterker. Spelers worden beter door de trainer en de trainer wordt beter door de spelers.'


Het is een typische opmerking voor Mourinho, de ultieme teamdenker, de man die het elftal desnoods opzet tegen opponent én buitenwereld. Van Marwijk, die zo vaak zijn bewondering uitsprak voor het spel van Barcelona, stelt onomwonden: 'Ik denk dat Real kampioen wordt. Mourinho laat zijn spelers lekker los nu. Ze mogen eindelijk voetballen van hem.'


Dat is de Real-kant. Dan is daar ook de Barça-zijde. Van Marwijk: 'Je kunt niet jaren achtereen aan de top blijven. Dat kan niet meer in het huidige voetbal. Kijk naar Manchester United. De lijn bij Barcelona loopt misschien een beetje omlaag.' Met zijn hand gebaart hij hoe klein dat beetje is. 'Maar Real wordt telkens beter. Dat wil overigens niet zeggen dat Barcelona deze keer niet kan winnen' Barcelona


Barcelona was de laatste jaren onaards goed. In veler ogen was hier het beste elftal aller tijden aan het werk. Het speelde zelfs zo uitmuntend dat het sommigen ging vervelen, zoals een komedie leuker is als de grapjas soms even zijn mond houdt, om het publiek weer een aanloopje naar een lachsalvo te gunnen. Barcelona was de perfectie bijna voorbij. De snelle balcirculatie, het vroege vastzetten van de tegenstander, de combinaties, de techniek, de wonderlijke schoonheid van de doelpunten; het was niet te bevatten.


Van Marwijk stelde Barcelona als voorbeeld voor zijn Nederlands elftal. Ibrahim Afellay zag de jongensdroom in vervulling gaan, toen hij lang genoeg wachtte met een transfer, tot hij van PSV naar Catalonië verhuisde. In maart zei hij verrukt: 'Je hebt zoveel afspeelmogelijkheden. Je het de bal nog niet aangenomen, of je weet dat ze vrijstaan. Er is zoveel beweging.'


Barcelona is nog steeds goed, maar soms verloopt het spel iets moeizamer, vooral in uitwedstrijden. Het niveau van de afgelopen seizoenen is moeilijk jaar in jaar uit te halen, ook in mentale zin, na zoveel trofeeën. Het is toch al knap hoe scherp trainer Guardiola zijn elftal over het algemeen houdt. Maar Barcelona zal de wet van de remmende voorsprong herkennen. Het ziet vanaf de zelf ontdekte planeet de naar avonturen hongerende rivaal naderen in het fonkelend witte ruimteschip. Galacticos.


Real - Barça is daarom het allerbeste dat het voetbal momenteel te bieden heeft, zeker als de levenslijnen van de teams elkaar zaterdag kruisen. In feite is het duel losgezogen van het gewone, aardse voetbal. De elftallen zijn met afstand de beste van hun land en vermoedelijk van Europa. Van de wereld zelfs.


Messi is de beste, Ronaldo de op één na beste, en dan zijn daar Iniesta, Xavi, Özil, Di Maria, al die geweldenaars. Real heeft meer fysieke kracht en speelt thuis. Barcelona heeft vooral in uitwedstrijden iets laten liggen, maar als één ploeg in Madrid kan winnen, is het Barcelona. Als Messi gewichtloos is, kan alles. Verwachtingen zijn hoog. Dat mag. Het stierenvechten sterft uit, maar wat de Spanjaarden terugkrijgen kan mooier zijn dan barbaars volksvermaak.


En Real heeft dus José Mourinho, die niet rust voordat hij Barcelona op de knieën heeft. Vorig seizoen had hij intimidatie nodig. Nu kan hij het misschien met alleen voetbal af, met mogelijk een zeldzaam uitstapje naar straatgeweld. Het spel is ook verschillend: Barcelona op zijn best wil altijd de bal, Real heeft meer geduld. Als de clubs elkaar niet laten meeslepen door historische kolder in de kop, is vandaag de mooiste wedstrijd van het jaar te zien.


Beleving

En dus zitten ze met een man of 25 bij elkaar, Sito Martinez uit Velsen, met vrienden en familie. Hapjes, drankjes. Real - Barça kijken op tv. Genieten. Schreeuwen. Martinez wrijft geregeld over het embleem van Barcelona op zijn jasje, als hij 's ochtends met de taxibus gehandicapte kinderen ophaalt om ze naar school te brengen. Altijd is daar een gesprekje over Barcelona. Gezien gisteren? Spannende wedstrijd vandaag. Immer een thema: of Alexis een goede aankoop is. Of Guardiola naar Qatar gaat. Wat de krant Sport heeft geschreven. Praatjes, totdat de wind hem weer de auto injaagt.


'De meeste familieleden en vrienden zijn voor Madrid, maar mijn zwager en ik voor Barcelona. Het gaat er heftig toe soms, tot bijna vechten. Schelden. Als Barcelona verliest, ben ik in staat de afstandbediening door de tv te gooien.'


Martinez is zoon van gastarbeiders die naar Nederland kwamen om bij Hoogovens te werken. Hij is geboren in Cordoba, Andalusië. Hij voetbalde ergens in 1986 of 1987, toen Louis van Gaal trainer was van AZ, een paar minuten mee in een oefenduel tegen Fortuna ('7 minuten, misschien 3 ballen') en is gewezen straatvoetbalkampioen van Velserbroek.


Hij snapt best dat de meeste van zijn Spaanse kennissen voor Real zijn. Ze haten Catalanen. Die spreken altijd Catalaans en zeuren om onafhankelijkheid. 'Als ik op vakantie ben in Barcelona en iets vraag, antwoorden ze in het Catalaans. Daar versta ik helemaal niets van. Het is buitengewoon irritant. Maar het gaat mij om het voetbal.'


Dus is hij voor Barcelona. Hoe dat kan? Het was 1983 toen hij als jongen keek naar de finale van de Europa Cup 2 tussen Real en Aberdeen, destijds de ploeg van Alex Ferguson. De arrogantie van Real stuitte hem tegen de borst. 'De uitstraling was: wij zijn Madrid en we zijn gekomen om jullie een pak slaag te geven.' De Duitser Uli Stielike, mijn hemel, wat vond hij dat een kwal, en wat genoot hij van de overwinning van Aberdeen, na verlenging.


Toen hij fan werd, had Real al zes keer de Europa Cup 1 (nu Champions League) gewonnen en Barcelona nul keer. Het staat nu 9-4, waarbij Barcelona drie bekers won in de laatste zes jaar. Nog dichterbij komen voordat Real de tiende verovert, is het streven. 'Laat Real de landstitel maar winnen. Als de Champions League dan maar voor ons is.'


Mourinho

De mooiste van de twee bijeenkomsten met José Mourinho is die van dinsdag, de dag voor het duel met Ajax. Het fenomeen laat op zich wachten. Hij is onderweg van Schiphol. Trainen is in Madrid gebeurd. 'Daar komt hij', kondigt de gedelegeerde van de UEFA hem aan. De perszaal valt stil. Iedereen neemt snel zijn plaats in. Mourinho schuift langs rode gordijnen naar binnen, naar het podium in de omgebouwde gymzaal.


Losjes loopt hij langs, handen in de zaken, jasje open. De ene keer zit hij rechtop, dan hangt hij onderuit. Als doelman Adan vragen beantwoordt, is hij volledig in gedachten verzonken. Anders is hij scherp. De zaal laat zich meeslepen. Hij regelt en ontregelt. Zijn perschef heeft duidelijk ontzag voor hem. De tolk is een tikkeltje geïntimideerd, als Mourinho een vertaling onderbreekt en het antwoord herstelt.


'Frank de Boer moet zich alleen bezighouden met de wedstrijd van morgen', reageert Mourinho kribbig op een eerdere opmerking van de Ajax-trainer dat Real bij winst op Barcelona dichtbij het kampioenschap is, met 9 punten voorsprong.


Vóór de bijeenkomst loopt José Mourinho naar een journalist op de tweede rij. De twee omhelzen elkaar. De rechterwang van Mourinho rust even op de rechterwang van de man. Een vinger in een oog is verder weg dan ooit.


Meer over