Rattle leidt Berliner naar nieuw tijdperk

Met de Vijfde Symfonie van Mahler heeft Simon Rattle zijn visitekaartje afgegeven als de nieuwe chef van de Berliner Philharmoniker....

Van onze verslaggever Roland de Beer

'Uitwisseling tussen verschillende nationaliteiten, dat hebben we nodig in de muziek. Uitwisseling heeft altijd plaatsgevonden in Europa, of de machthebbers het nu bevorderd hebben of bemoeilijkt.'

Dat zijn niet de woorden waarmee de Duitse bondspresident Rau of burgemeester Wowereit van Berlijn dit weekend Simon Rattle welkom heetten bij zijn eerste officiële optreden als chef van de Berliner Philharmoniker.

De opmerking over de zegeningen van de internationale uitwisseling is er een uit andere tijden: anno 1937. Het heeft even geduurd voor deze uitspraak van Wilhelm Furtwängler, de toenmalige chef van de Philharmoniker, kon worden afgedrukt. Tot na 1945, om precies te zijn.

Nog wat langer heeft het geduurd voor de Berliner een Italiaan aan het roer kregen. En na Claudio Abbado, die een decennium geleden Herbert von Karajan opvolgde, is nu de beurt aan een Wuschelkopf aus Liverpool, volgens de Berliner Morgenpost een 'dirigerende popster', volgens Der Spiegel zowel een 'clown' als een 'radicale vernieuwer', een 'fanatieke Einpauker'.

In Wenen, Chicago of Amsterdam-Zuid zullen ze het niet graag toegeven, maar er bestaat een ongeschreven rangorde, die zegt dat het chefdirigentschap over de Berliner het hoogste ambt is dat in de wereld van de klassieke muziek te vergeven valt. Dat vond Furtwängler al. Von Karajan dacht er hetzelfde over, toen hij in 1955 hemel en aarde bewoog om de post te bemachtigen. Haitink, Maazel, Muti en Barenboim zagen ook niet onverschillig toe hoe collega Abbado het hermelijn om de schouders kreeg. Dat de orkestleden zelf de mening zijn toegedaan dat zij, de Philharmoniker, hun Von Karajan hebben geschapen, is in dit verband maar een nuanceverschil.

Rattle beschouwt zijn stap van Birmingham naar Berlijn als een 'Europees project'. De wachtperiode sinds zijn uitverkiezing door de Berlijnse orkestleden in 1999 was lang, maar minder afmattend dan 'die van Prins Charles', zoals hij aan de vooravond van zijn Berlijnse entree opmerkte. De tussenliggende jaren heeft hij deels besteed aan gastdirecties, voor een ander deel aan knokpartijen met het Berlijnse stadsbestuur over dreigende bezuinigingen, en voor een niet onbelangrijk deel aan worstelingen met de muzikanten-professoren in het Berlijnse orkest over de artistieke planning, en over een nieuwe stichtingsvorm. Rattle is ook 'artistiek leider', naast 'intendant' Ohnesorg.

Zijn vastbeslotenheid heeft hem de bijnaam 'nieuwe Karajan' opgeleverd, een vergelijking die op sommige punten frappant van toepassing blijkt.

Zo is de Berlijnse Philharmonie, ooit bijgenaamd Zirkus Karajani, bij Rattles officiële aantreden niet louter een oord van muziek en rozenboeketten,maar ook een van camera's en microfoons. De microfoons zijn van EMI, Rattles Britse platenmaatschappij, wier gasten en vertegenwoordigers de boodschap uitdragen dat Deutsche Grammophon hier voorlopig weinig meer in de melk te brokken heeft. De camera's draaien namens de BBC en de Japanse staatstelevisie.

De Vijfde Symfonie van Mahler die Rattle op zijn openingsprogamma heeft staan, valt dan ook niet alleen op te vatten als een hommage aan zijn voorganger, de meester-Mahleriaan Abbado, maar ook als een saluut aan de media - een term die in het geheugen van menig orkestlid uit de era-Von Karajan nog sterk naar solide neveninkomsten klinkt. EMI wil de live-opname binnen een maand in de Europese winkels hebben. Dat de platenshop van de Berliner Mahlers Vijfde ook al ruim in voorraad heeft in uitvoeringen onder Abbado, Haitink en Von Karajan wordt niet beschouwd als een probleem.

En toegegeven, tegenover de onaardse schoonheidsbeginselen van Abbado inzake Gustav Mahler, stelt Rattle een Vijfde die op en top des Rattles is: recht op het doel af, elastisch maar ook scherp gearticuleerd, flitsend, zingend, en 'concreet' in alle details van stem en tegenstem. De combinatie van Rattles extravertie met de even spreekwoordelijke power van de Berlijnse strijkers en hoorns zorgt voor de rest.

De andere concerthelft is van Engelse origine: Asyla van de jonge Thomas Ades, een orkeststuk waarin laatromantiek, quasi-gamelanklanken, bozige beats en blije jazz in postmoderne eendracht voorbijtrekken. De Berlijnse première luidt de bel voor een 'nieuw Philharmonisch tijdperk'.

Rattles plannen (ze zullen bij andere orkesten met argusogen worden gevolgd): voorlopig weinig Mahler en Brahms. Wel Debussy en Messiaen. Voorlopig minder Beethoven. Wel Henze, Heiner Goebbels; Blood on the floor van de Britse rowdy Mark-Anthony Turnage.

Nieuw voor de Philharmonie: Rattle wil kinderen uit achterstandsbuurten naar de Von Karajanstrasse halen. Nieuwe gastdirigenten: de nieuwemuziekman Oliver Knussen, de oudemuziekman William Christie. Om met Der Spiegel te spreken: 'Bleibt abzuwarten, ob das all gut geht.'

Meer over