Rammelend reddingsplan van Opel

Dat was vorige week even schrikken voor de regeringsvertegenwoordigers die in Berlijn een delegatie van Opel ontvingen om een mogelijke redding van de aangeslagen autoproducent te bespreken....

Dat was vorige week even schrikken voor de regeringsvertegenwoordigers die in Berlijn een delegatie van Opel ontvingen om een mogelijke redding van de aangeslagen autoproducent te bespreken. Eén ding hadden de gasten – aangevoerd door Carl-Peter Forster, directeur van Opel-Europa – tevoren duidelijk gemaakt: redding van het bedrijf (in welke omvang dan ook) zou de Duitse overheid 3,3 miljard euro kosten. Over de door Opel te leveren tegenprestatie waren ze minder concreet.

Hun 184 pagina’s tellende reddingsplan – in het Engels, tot ongenoegen van de geadresseerden – bevatte zoveel tegenstrijdigheden en hiaten dat de regering in afwachting van nadere informatie een besluit over steun tot nader order – wellicht meerdere weken – moest uitstellen.

Zo bevatte het (geheime) reddingsplan, dat volgens een ingewijde politicus ‘ongepast frivool’ was opgemaakt, uiteenlopende schattingen van het aantal werknemers dat als gevolg van een sanering zou moeten afvloeien. Verder verschafte het geen duidelijkheid over de vraag bij wie de Opel-patenten momenteel berusten, en onder welke voorwaarden een zelfstandig Opel gebruik zou kunnen maken van de technologie van General Motors (waar het nu nog deel van uitmaakt). De presentatie van de plannen, waar de 26 duizend werknemers hun hoop op hadden gevestigd, was ‘desastreus’ verlopen, concludeerde een ‘bron binnen de regering’.

Incompetentie
Die indruk werd versterkt door berichten over het fiscale voordeel dat het Duitse bruggenhoofd van GM de moederonderneming verschaft. De in Duitsland geboekte winsten vloeiden naar de Verenigde Staten, terwijl de Amerikaanse verliezen in Duitsland als aftrekposten konden worden geboekt. Deze constructie was weliswaar legaal, maar tempert de animo van veel Duitse politici om Opel – en daarmee GM – te hulp te snellen.

In Duitsland is men het er nog niet over eens: had de leiding van Opel met haar rammelende reddingsplan slechts tijd willen rekken in de hoop dat geen politicus vlak voor de verkiezingen massaontslagen voor z’n rekening durft te nemen, of legt het plan eerder een schrijnende incompetentie bloot? De meeste waarnemers neigen naar het laatste. Zij beginnen er rekening mee te houden dat Opel helemaal geen plan hééft.

Mocht dat toch nog uit de hoge hoed worden getoverd, wordt de slaagkans gering geacht. Als zelfstandige onderneming zou de Europese tak van GM (Opel en Vauxhall) te weinig auto’s produceren om te kunnen overleven – nog afgezien van het feit dat de markt wellicht voor langere tijd verzadigd is. Daimler, Porsche noch BMW ambieert een deelname in Opel. De Frankfurter Allgemeine Zeitung noemde Fiat als eventuele partner.

Twistappel
Intussen ontwikkelt Opel zich tot een politieke twistappel. Bondskanselier Angela Merkel temperde de hoop op overheidssteun aan Opel met de opmerking dat de autoproducent – anders dan de grote banken – niet ‘systeemrelevant’ is. Daarmee bedoelde ze te zeggen dat het eventuele verdwijnen van Opel voor de Duitse economie minder ernstige gevolgen zou hebben dan een faillissement van – de eveneens in doodsnood verkerende – Hypo Real Estate.

De christen-democratische ministers Wolfgang Schäuble (Binnenlandse Zaken) en Karl-Theodor zu Guttenberg (Economische Zaken) hebben gezinspeeld op de mogelijkheid Opel insolvabel te verklaren, om zo een boedelscheiding van GM en een eventuele doorstart mogelijk te maken.

SPD-voorzitter Franz Müntefering vreest dat de grond onder Opel verder zal wegzakken als zelfs de mogelijkheid van een faillissement wordt genoemd. ‘We moeten geen argumenten zoeken waarom we Opel niet zouden helpen, maar we moeten de voorwaarden scheppen om die hulp te kunnen bieden.’

Velen lijken echter al een voorschot te hebben genomen op wat tot voor kort nog ondenkbaar leek. Opel-groothandel Avag wil naar Ford overlopen. Volgens branchedeskundigen is Opel de meest misbare autoproducent in Duitsland. En als het bedrijf 110 jaar na de vervaardiging van zijn eerste automobiel zou moeten sluiten, is dat in belangrijke mate aan zijn ‘schrikbarende onprofessionaliteit’ te wijten, oordeelt een CDU-politicus op voorhand.

Meer over