Rambo's redden het niet

'Basisschool plus' is genoeg; aan vooropleiding wordt in het leger niet zo gehecht. Officieren zijn er genoeg. Koks, chauffeurs, schoonmakers - dat is wat de krijgsmacht nodig heeft....

Patrick van Wingerden, een slungelige tiener met kortgeschoren haar, is geen schooljongen. De MAVO was te hoog gegrepen voor Patrick. Daarna probeerde hij het op de LTS, maar ook dat werd niks. Sindsdien hangt de zestienjarige thuis rond. Naar school wil hij niet meer, werk kan hij niet krijgen. Wat nu?

'In het leger', zegt zijn moeder beslist. Zij en haar man zijn met Patrick meegekomen naar het arbeidsbureau in Harderwijk, waar de landmacht soldaten werft. Patrick heeft een oudere broer die wel de LEAO heeft afgemaakt. Maar ook hij kwam niet aan de bak. Hij is beroepssoldaat geworden. Blij toe, zegt moeder Van Wingerden. 'Je hebt een hoop te stellen met zulke jongens. Laat ze maar zo snel mogelijk in het leger gaan. Daar leren ze nog wat.'

Het leger heeft soldaten nodig. Gezonde Hollandse jongens en meisjes tussen de 17 en de 27, die avontuurlijk zijn ingesteld, niets voelen voor een kantoorbaan, gek zijn op sport, goed van huis kunnen en geen moeite hebben bevelen op te volgen. Dat ze niet allemaal even slim zijn, wel eens een stickie roken en soms zelfs een ietsie-pietsie crimineel zijn, mag de pret niet drukken. Want het leger heeft véél soldaten nodig. En dan kun je niet kieskeurig zijn.

Maar de indruk dat het leger bestaat uit een stelletje op avontuur beluste randgroepjongeren berust op een misverstand, zegt generaal E. Warlicht, de hoogste militair die belast is met de werving van soldaten voor het nieuwe beroepsleger. 'Ik wil af van dat beeld dat wij de afdankertjes van de maatschappij krijgen. Als je ziet wat we zoeken, krijgen we lang niet de slechtsten binnen.'

Intelligentie staat niet bovenaan Warlichts lijstje eisen voor de moderne soldaat. 'Ik wil mensen hebben die affiniteit hebben met werken voor vrede en veiligheid, leergierig zijn en discipline aanvaarden. Je moet oppassen voor te hoge opleidingseisen, dan krijg je snel dat mensen zich gaan vervelen.' De mensen die nu binnenkomen, voldoen uitstekend, aldus de generaal.

Een recent rapport van de afdeling gedragswetenschappen van de landmacht is minder positief. Weliswaar is de kwaliteit van de nieuwe beroepssoldaten over het algemeen voldoende, maar het rapport somt ook minpunten op. De meeste nieuwe beroeps zijn erg jong, hebben een laag intelligentieniveau en zijn in een slechtere conditie dan de voormalige dienstplichtigen. De helft van de jonge soldaten gebruikt wel eens soft drugs, sommigen hebben problemen thuis, kampen met schulden of hebben iets op hun kerfstok. Niet meteen de bloem der natie die is opgestaan om het land te verdedigen.

In december 1996 zwaaien de laatste dienstplichtigen af. Ze worden vervangen door Beroepsmilitairen Bepaalde Tijd, BBT'ers. Recruten tekenen voor 2,5 jaar, een half jaar opleiding en twee jaar werken. Tot je dertigste kun je bijtekenen, daarna ga je terug naar de burgermaatschappij.

Om een beroepsleger op te bouwen en in stand te houden heeft de landmacht jaarlijks 5500 nieuwe BBT'ers nodig. Net als elke andere werkgever moet het leger de arbeidsmarkt op. Met affiches, tv-spotjes en banenwinkels worden de jongeren gelokt. Om voldoende mensen te vangen staat het net wijd open. Waar bedrijven een middelbare school-diploma als minimumeis hanteren, kun je bij de landmacht al terecht met 'basisschool plus': de lagere school en een afgebroken vervolgopleiding.

'Je kan wel hogere eisen stellen', zegt kapitein Roel de Heij, 'maar je moet ook nog kunnen werven.' De Heij is het veld ingestuurd om soldaten te ronselen. Deze week heeft hij met zijn mensen het arbeidsbureau in Harderwijk bezet. Voor de deur staan pantserwagens en zijn camouflagenetten gespannen. Militairen in uniform klossen met hun soldatenkisten door het kantoor. Een paar jochies oefenen met heuse bazooka's.

Anja, een meisje van 23, wordt helemaal warm van al dat wapengekletter. 'Ik ben gek op uitdagingen. Eigenlijk wou ik op mijn achttiende al in het leger, maar mijn ouders vonden dat niks voor meisjes.' Na haar vroegtijdig vertrek van de huishoudschool heeft Anja van alles geprobeerd, serveerster, werken in een kippeslachterij. Nu is ze werkloos. Het leger is een uitkomst. 'Je kan hier van alles. Ik ga zeker solliciteren.'

Of Anja kans maakt durft De Heij niet te zeggen. Haar opleiding is niet het eerste waar de kapitein op let. Veel belangrijker is of iemand 'opleidbaar' is: gevormd en gekneed kan worden in het militaire vak. 'Het zit hem vooral tussen de oren. Wat wij nodig hebben zijn rustige, stabiele mensen.'

Hoog opgeleiden kan de landmacht sowieso slecht gebruiken, zegt De Heij. Door de inkrimping zit de legerleiding met een overschot aan beroepsofficieren. Op potentiële nieuwe officieren zit men niet te wachten. Wat het leger wel te vergeven heeft is een scala aan laaggeschoolde functies. Chauffeurs, monteurs, koks, schoonmakers, administrateurs. Vakmensen, noemt De Heij ze. Want in het nieuwe leger zijn de soldaten vakmensen, de officieren de afdelingschefs en de generaals het management.

'Maar je moet wel kunnen vechten', zegt hij tegen een paar geïnteresseerden. 'Al word je kok, we verwachten dat je de trekker overhaalt als dat nodig is.' Wie nu tekent, moet rekenen op uitzending naar Bosnië. 'De vraag is niet of, maar wanneer. Daar moet je over praten met je familie en vrienden. En straks niet zeggen dat je het niet wist.'

Wat de soldaten in Bosnië te wachten staat is dagelijks te zien op televisie. Toch laten belangstellenden zich daardoor nauwelijks afschrikken, zegt adjudant T. Massop. 'Men reageert daar nauwelijks op, tot onze verbazing. Er zijn eerder ook al dingen gebeurd in Bosnië. Dit is kennelijk niet anders.' Dat het nu rustig is in de banenwinkel heeft volgens Massop vooral te maken met de vakantie.

Alle nieuwe BBT'ers worden getest in het selectiecentrum van de landmacht in Hilversum. De selectie is streng, zegt waarnemend commandant majoor J. Hessels. 'Met kreten als ''ik zoek een uitdaging'' kom je er niet.' Sollicitanten krijgen een eenvoudige intelligentietest voorgelegd. Daarna volgt een drie kwartier durend gesprek met een selectie-officier.

Ruim een derde van de sollicitanten valt af bij dit psychologisch onderzoek. Rambo's redden het niet, zegt Hessels. 'Wat we ook niet nodig hebben zijn binnenvetters, die zijn een gevaar voor zichzelf en hun maten. De doener, die zoeken we, de jonge man of vrouw die goed in zijn vel zit en in teamverband kan werken.'

Onder de afvallers zijn de laag opgeleiden in de meerderheid, zegt Hessels. 'Die het halen met alleen basisschool plus zijn er niet zoveel. Als er niks in zit, moeten wij ze ook niet. We zijn geen sociale instelling.' Na het psychologisch deel volgen een geneeskundig onderzoek en een fitheidstest. Hierbij valt nog eens een kwart af.

Wie slaagt komt terecht bij een opleidingseenheid, zoals het schoolbataljon in Oirschot. In een nagebouwde VN-post op de Brabantse hei zit een groepje recruten uit te puffen van een oefening check-point en road block. Ze zijn tweeënhalve maand in opleiding. Tot nu toe valt het mee, zegt de 21-jarige Richard. 'Ik heb het alleen moeilijk gehad toen ik op kamp een kip moest slachten met een mes.'

Van de groep van negen hebben er twee de HAVO of hoger gedaan. Een van hen is Dick, die het atheneum heeft afgemaakt. Dick is afgewezen op de officiersopleiding en probeert het nu via een omweg als BBT'er. Vijf jaar geleden zat hij als dienstplichtige in het leger. 'Het is wel achteruit gegaan. Toen werd je nog wel eens afgeblaft. Nu gaat het er vrij relaxed aan toe.'

Overste Smeulders, commandant van het schoolbataljon, schudt zijn hoofd. Met de discipline is niets mis, zegt hij. Wat gebeurt is dat door de komst van de beroeps de bevelstructuur plaats maakt voor meer collegiale omgangsvormen. Voor de oudere officieren was dat wel even wennen, aldus Smeulders. 'Deze jongens zijn onze collega's. Als je ze niet normaal behandelt, zijn ze weg.' De moderne soldaat is een werknemer. Met vakantiedagen, betaald overwerk en studieverlof.

Het zijn ook mensen die bewust gekozen hebben voor het vak van soldaat. 'En dat maakt veel goed van wat ze op andere punten misschien tekort komen', zegt kolonel C. Vermeulen van de luchtmobiele brigade. Vermeulen voerde vorig jaar het commando over een eerste groep BBT'ers in Bosnië. Ondanks hun vaak lage opleiding voldoen de BBT'ers in de praktijk prima, zegt hij.

De gebeurtenissen tot nu toe geven hem gelijk. Weliswaar waren er serieuze beschuldigingen dat soldaten kinderen aanmaakblokjes met jam zouden hebben gegeven. Maar verder was er niets dan lof voor de Nederlandse blauwhelmen die onder moeilijke omstandigheden hebben geopereerd. Dat verrast Vermeulen niet. 'Als mensen in de maatschappij niet scoren, wil dat niet zeggen dat je ook in het leger niet kan functioneren.' In het leger heb je houvast aan de groep, zegt Vermeulen. Iedereen opereert in vaste teams van zeven tot tien soldaten die steeds bij elkaar blijven. Bovendien heeft elke soldaat een vaste 'buddy', bij wie hij terecht kan met zijn problemen.

En dan zijn er altijd nog de militaire discipline en de commandant. 'Ze zijn ingebed. Ze kunnen altijd op elkaar terugvallen', aldus Vermeulen. Daardoor kunnen mensen boven zichzelf uitstijgen. 'Ik heb mensen gezien met stukken minder opleiding dan anderen die het tot waarnemend groepscommandant schopten, omdat ze gedragen werden door de groep.'

De ervaringen in Bosnië hebben Defensie gesterkt in de opvatting dat het niet nodig is de toelatingseisen aan te scherpen. Dat komt goed uit, want de landmacht zal er nog een zware dobber aan krijgen voldoende soldaten te werven voor het nieuwe beroepsleger. Tot nu toe lukt dat nog aardig. Vorig jaar werden 2600 BBT'ers geworven. Dit jaar is het dubbele aantal nodig.

De legerleiding is wel onaangenaam verrast door de ontdekking dat een op de twaalf recruten een crimineel verleden blijkt te hebben, variërend van inbraken tot diefstal en mishandeling. 'Daar gaan we beter op letten,' zegt generaal Warlicht.

Dat de beslissing over leven en dood achter de loop van een geweer genomen wordt door jongens die soms nog geen baan zouden krijgen als portier, deert hem niet. 'Het gaat er niet om hoe ze bij ons binnenkomen, maar hoe ze van onze opleiding afkomen. Wij geven iedereen een goede training. Als het nodig is om een professor in de biologie als boordschutter te hebben, dan doen we dat. Maar voorlopig is dat niet zo.'

Meer over