Raket op Bin Laden stond klaar, CIA zei stop

Okay, het bleek gebakken lucht, maar zijn naam spookte zaterdag toch maar weer door de wereldmedia: Osama bin Laden. Dat geeft Newsweek deze week een onverwacht actueel tintje....

Medio jaren negentig al waren de VS doordrongen van het gevaar van Bin Laden en zijn terreurnetwerk, maar een solo-operatie in Afghanistan werd politiek en militair als te riskant bestempeld. Washington zocht iemand die het vuile werk wilde opknappen. Maar konden ze het zich permitteren daarvoor Ahmed Shah Massoud te nemen, een krijgsheer die verdacht werd van hero-en drugssmokkel? Iemand die niet op een bloedbad meer of minder keek?

Ja, dat moest dan maar.

Medio 1999 zette president Bill Clinton het licht op groen. In oktober van dat jaar sloot een team van de CIA een verbond met Massoud, de leider van de Afghaanse Noordelijke Alliantie en een fervent tegenstander van de Taliban en Osama bin Laden.

Hij kreeg wapens, afluisterapparatuuren geld per bezoek bracht de CIA tot 250 duizend dollar cash voor hem mee. In ruil zou hij de VS op de hoogte houden van de bewegingen van Bin Laden. Massoud was echter een krijgsheer die enig eigen initiatief niet schuwde en in maart 2000 leek het hem tijd voor actie. Hij had gezien dat Bin Laden was neergestreken in Kamp Derunta, een Al Qa'ida-basis waar elitetroepen gelegerd waren.

Een buitenkansje! Massoud liet muilezels bepakken met raketten en trok met een groep getrouwen de bergen in, om van daaruit Kamp Derunta te kunnen beschieten. Paniek in Washington. Bevreesd voor escalatie en politieke implicaties werd gepoogd Massoud terug te roepen.

Wat er toen precies gebeurd is weet Steve Coll ook niet, maar een feit is volgens hem wel dat de CIA nadien besefte dat het de regie in eigen hand moest houden. Massoud zou Bin Laden mogen traceren, maar de afrekening zouden de VS voor eigen rekening nemen. Het mocht wat kosten: 50 tot 150 miljoen dollar. De president hoefde maar te tekenen.

Helaas, het was inmiddels zomer 2000, het jaar van de presidentsverkiezingen. Clinton wenste zich in blessuretijd niet meer te branden aan Al Qa'ida en zijn opvolger Bush vond pas in juli 2001 tijd de CIA groen licht te geven.

Te laat.

In de tussenliggende maanden had Massoud alle vorderingen van Al Qa'ida waargenomen, zelfs doorgespeeld aan de CIA, maar een reactie vanuit de VS bleef uit. Begin september meldde hij nog dat twee Arabische tvjournalisten onderweg waren om hem te interviewen.

De een zette de camera klaar, de ander nam alvast de vragen met Massoud door. Toen de knal. Geen bewaker had die ochtend, 9 september 2001, explosieven vermoed in de camera. Massouds assistent Amrullah Saleh belde de CIA.

'Waar is Massoud?', vroeg de CIA.

'In de koelkast', antwoordde Saleh. Hij kende het Engelse woord voor mortuarium niet. Een dag later kreeg Bush officieel te horen dat de CIA zijn contactpersoon in Afghanistan kwijt was.

Meer over