Raket naar de maan: laat die fallus falen

Cape Kennedy, 7 december 1974

Een Saturnus 5 raket. Beeld
Een Saturnus 5 raket.Beeld

Lancering van de zesde, de laatste bemande raket naar de maan. Wij hebben toegangsbewijzen en op onze auto een sticker 'Vrije doorgang', namelijk door een tiental controles heen, bijna tot aan het landingsplatform. De wegen naar de kaap zijn een legerkamp geworden: tienduizenden, tallozen, parkeren hun auto aan de kant van de weg.

De kaap: een godverlaten trieste plaats, een stuk vlakke zandwoestijn aan zee. Nu, met een hoge omheining, streng bewaakt door een leger soldaten, lijkt het op een enorm concentratiekamp.

Een lugubere plaats, een luguber uur. Het wordt donker, tropennacht, warm, donkerblauw, met fonkelende sterren, maar maanloos: natuurlijk, je moet naar de maan vliegen als zij zich niet van haar lichte kant toont. Ze wordt in de rug aangevallen.

Tegen de stille nachthemel, door schijnwerpers beschenen, de raket, klaar om afgeschoten te worden, de zilveren reuzenpijl, de fallus van de aarde, uitdagend, duivels potent. De mensen op het terrein zijn merkwaardig stil.

Eindelijk de luidspreker, het aftellen, eight, seven, six en niet verder. Op het allerlaatste moment is er een heel klein defect geconstateerd. Weer wachten. Ik betrap me op de wens dat het ding nooit de lucht in zal gaan, de onderneming door een hogere macht zal worden verijdeld, dat de mensheid haar plaats zal worden gewezen.

Luise Rinser (1911-2002), Duitse schrijfster en activiste. Ingekort fragment uit Bij de tijd - Dagboek 1967-1988. Vertaling Ria van Hengel. Nijgh & Van Ditmar, 1991.

Meer over