Radioactieve strijd op 840 meter diepte

Vandaag stemt het Duitse parlement in met het plan alle 17 kerncentrales in het land te sluiten. Maar daarmee is het debat in Duitsland nog lang niet ten einde. Want wat moet er gebeuren met het kernafval? In het dorpje Gorleben, achter het prikkeldraad, wordt gezocht naar het antwoord.

Zelfs beneden, op 840 meter onder het aardoppervlak, is de politiek doorgedrongen. Het eerste dat te zien is als de grote metalen kooilift in de zoutmijn is aangekomen, is een 'kritisch kunstwerk', een menselijke figuur van colablikjes en ander vuilnis. In 2004 is hij hier met toestemming van een minister van de Duitse Groenen neergezet, om tot overpeinzing over de 'maatschappelijke omgang met afval' aan te zetten.

Boven, terug op aarde, is vooral de grimmigheid van de politieke actualiteit voelbaar. In de bossen rond de kernafvalopslag Gorleben lijkt net een gevecht te zijn geleverd. Prikkeldraad en politiebussen schermen het terrein van de kernafvalopslag af, protestborden hangen tussen de bomen. Gorleben is zonder twijfel één van de meest omstreden en symbolische plekken van het moderne Duitsland. De afgelopen 35 jaar was het de locatie voor massale demonstraties. Het is een oord waar miljarden euro's in zijn geïnvesteerd. Dit zou weleens de enige opslagplaats voor hoogradioactief afval in Duitsland kunnen worden (zie kader).

Sinds een paar weken is Gorleben opnieuw centraal komen te staan in het atoomdebat. De Duitse regering heeft weliswaar besloten de 17 kerncentrales in het land te sluiten (het parlement zal dit besluit vandaag onderschrijven), maar wat moet er gebeuren met het levensgevaarlijke afval?

Wereldwijd bestaat er nog steeds geen definitieve oplossing voor, terwijl het aantal tonnen toeneemt. De zoutkoepel bij Gorleben, diep onder het Nedersaksische Wendland, is in 1977 aangewezen als mogelijke definitieve opslagplaats, of althans: voor de komende miljoen jaar. Of het echt veilig is, weet niemand zeker - en daardoor blijven de protesten.

Als de hekken eenmaal opengaan en de passen grondig zijn gecontroleerd, wordt de toon verrassend mild. Wolfram König, als voorzitter van het Bondsinstituut voor Radioactieve Bescherming (BfS) verantwoordelijk voor Gorleben, zegt opvallend vaak dat alles 'transparanter' moet. Hij wil het liefst het prikkeldraad rondom Gorleben weg hebben, en de heftige emotionele discussies moeten 'zakelijker' worden.

Na 35 jaar debat moet het volgens hem eindelijk eens gaan om de feiten. Zo is hij zelf als Groenen-lid 'niet per se een voorstander van kernenergie', en ook over de veiligheid van Gorleben heeft hij duidelijk twijfels. Maar het huidige onderzoek naar de geschiktheid vindt hij wel cruciaal voor 'de veiligheid van de komende generaties'.

König ontvangt zijn gasten in een gebouwtje dat zich precies boven de miljoenen jaren oude zoutkoepel op 840 meter diepte bevindt. Rondom het terrein liggen dichte bossen. Pittoreske dorpjes liggen ertussen, de Elbe stroomt verderop.

Tot nu toe bleek deze optie voor de 'eeuwigheid' volledig van de dagelijkse politiek afhankelijk. In 1977 bepaalde de Koude Oorlog de beslissing: Gorleben werd door de politiek aangewezen, omdat het in dunbevolkt gebied aan de DDR-grens lag. In 2000 werd het onderzoek ernaar weer stopgezet door de linkse regering die tegen kernenergie was. In november 2010, toen de rechtse regering van Angela Merkel had aangekondigd kernenergie te willen blijven gebruiken, is ook de zogeheten 'Endlager-zoektocht' heropend.

Sinds maart is alles weer onzeker geworden. Na de kernramp in Japan en de maatschappelijke onrust in Duitsland die daarop volgde, is Gorleben een gevoelig thema. Zelfs sommige rechtse regeringspolitici zouden nu willen vermijden, zo fluistert men in Gorleben, dat de 'Endlager-discussie' de verkiezingen van 2013 gaat bepalen.

König gaat ons voor, richting de mijnschacht. Wat er ook wordt besloten: de mijnwerkers, geologen en ingenieurs zijn sinds november teruggekeerd naar Gorleben. Ze boren weer, ze meten, ze onderzoeken de eigenschappen van het zout.

De helmen gaan op, een zwaar reddingspakket wordt omgegord voor het geval er brand uitbreekt - al is er, bezweert de begeleidende gids, 'nooit iets gebeurd'. Dan begint de reis naar beneden, in 84 seconden 840 meter richting het middelpunt van de aarde.

De mijn ziet eruit als de geheime ondergrondse laboratoria in oude James Bond-films: diep onder het landelijke Nedersaksen is een kilometerslang gangenstelsel ontstaan. Bezoekers dragen er rode pakken, werkers blauwe en de ingenieurs witte pakken; gele voertuigen rijden door de tunnels. De gangen zijn donker en worden afgewisseld met helle ruimten, waar mannen in de wand aan het boren zijn.

De wanden, de vloeren, de tunnels; alles is van hard zout. Aardse symboliek blijft ook hier gelden: bij de kooilift staat de vuilnissculptuur uit de reeks Trash People van de Keulse kunstenaar HA Schult. De toenmalige minister van Milieu, Jürgen Trittin (Groenen), was beschermheer van het project. Diezelfde Groenen die als regeringspartij in 2000 het onderzoek in Gorleben voor tien jaar hebben stopgezet, en die als nieuwe machtige oppositiepartij nog steeds Gorleben willen sluiten.

König wil echter af van de politieke argumenten, zowel van rechtse voor- als groene tegenstanders. Juist de onduidelijkheid heeft het debat in Duitsland zo verhit, zegt hij. Ook in de regio is er een 'diepe kloof' ontstaan, dwars door de gezinnen en dorpen heen.

Aan de ene kant hebben omwonenden economisch geprofiteerd. De eerste jaren zijn er honderden miljoenen als compensatie richting het Wendland gestroomd. Tegelijk groeide ook de weerstand, zegt König, 'omdat burgers voor voldongen feiten werden gesteld'. De uiterst gepolitiseerde Duitse milieu- en vredesbewegingen wakkerden de discussie over kernenergie nog verder aan - een typisch Duits debat dat König als 'een reactie op het oorlogsverleden' verklaart.

Die tijd van emoties moet voorbij zijn, zegt König. Hij wil dat de wetenschap definitief bepaalt of Gorleben geschikt is of niet. Want de uitkomst zal beslissend zijn voor de toekomst. Als er om wetenschappelijke redenen wordt afgezien van Gorleben, dan kan er overtuigd een alternatieve locatie in Duitsland worden gezocht. Maar als er om politieke redenen wordt besloten van Gorleben af te zien, dan willen andere gemeenten ook niet meer, zegt König. Dan moet het afval naar het buitenland. En dan is het vraagstuk van de definitieve opslag niet meer controleerbaar.

Uit Oost-Europa komen aanbiedingen. Die zijn een stuk goedkoper. König: 'Maar een aanbod uit Rusland wordt niet om veiligheidsredenen gedaan, maar altijd met economische motieven. Dat moet worden verhinderd.' In Gorleben gaat de zoektocht daarom voorlopig verder. Vijftien jaar onderzoek denkt König nodig te hebben om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. 'En dat is optimistisch geschat.'

De emoties blijven ook op 840 meter diepte merkbaar. Tijdens de rondleiding stoppen we voor een donkere tunnel. 'In deze wand', zegt König, 'mogen we niet boren.' Dit deel van de zoutkoepel is eigendom van de graaf von Bernstorff, die op een kasteel honderden meters erboven woont. Hij heeft geen toestemming gegeven voor onderzoek. De graaf is tegenstander van Gorleben.

De zoektocht naar opslag voor de eeuwigheid

Nu de Duitse regering heeft besloten dat uiterlijk in 2022 alle 17 kerncentrales in het land moeten zijn gesloten, concentreert het actuele politieke debat zich op de vraag waar het hoogradioactieve kernafval moet worden opgeslagen. Vooral de linkse oppositie wil dat de zoektocht naar een mogelijke opslag op eigen bodem opnieuw begint. De regering van Angela Merkel houdt voorlopig vast aan Gorleben.

De opslagplaats Gorleben bestaat uit twee delen. Er is een tijdelijke opslagplaats boven de grond, waarin nu 102 containers met kernbrandstof staan af te koelen. Deze locatie is in eigendom van vier Duitse energiebedrijven.

Op 840 meter diepte bevindt zich ook een zoutkoepel, die door de overheid in 1977 is aangewezen als mogelijke 'eindberging', een definitieve opslagplaats. Er ligt nu nog geen kernafval, maar de zoutkoepel wordt sinds november opnieuw onderzocht voor opslag voor hoogradioactief afval. Duitsland kent daarmee vier onderzochte 'Endlagers': twee ervan werden al gebruikt, Asse en Morsleben, maar daar ontstonden afgelopen jaren ernstige veiligheidsproblemen. Die zijn dus als optie afgevallen. In de Konrad-ijzerertsmijn in Salzgitter wordt waarschijnlijk vanaf 2019 laag- en middelradioactief afval opgeslagen.

In Duitsland wordt jaarlijks 450 ton hoogradioactief afval geproduceerd. Ook andere landen hebben daarvoor nog geen oplossingen gevonden, al zijn Finland en Zweden nu wel bezig met de bouw van een zogeheten 'eindberging'.

undefined

Meer over