Reportage

Radicaal-rechts in Portugal heeft het gemunt op Roma

Racisme leeft ook op in Portugal. Het keert zich daar niet zozeer tegen migranten, maar tegen een deel van de eigen bevolking. De Roma (ciganos) zijn mikpunt van de rechtse politicus Ventura, die er bij de verkiezingen goed mee hoopt te scoren.

José Emidio dos Reis poseert voor de foto met een van zijn kleinkinder in zijn ‘huis’. Het dak is weggewaaid.	  Beeld Gonçalo Fonseca
José Emidio dos Reis poseert voor de foto met een van zijn kleinkinder in zijn ‘huis’. Het dak is weggewaaid.Beeld Gonçalo Fonseca

Jaloers zijn op een geit, wat zegt dat over je bestaan? Kijk ’m liggen, wijst Diogo dos Reis Cabeças (22) naar het witte beest in het gras aan de overkant, op het terrein van zijn buurman de boer. Naar zijn stal loopt wél stromend water, weet hij. Een luxe waar zijn familie alleen maar van kan dromen.

Om meer redenen zou de geit niet graag ruilen met de Dos Reis Cabeças, een Roma-familie aan de rand van Sobral da Adiça, een dorpje in het diepe binnenland van Zuid-Portugal. Met z’n veertienen wonen ze er, verspreid over vier gammele krotten van golfplaten en hout. Bij een ervan ontbreekt het dak, weggewaaid tijdens een hevige storm. In een ander krot staat een dakbalk op instorten. Matrassen zijn er niet genoeg en dus slaapt de familie beurtelings op de stenen grond. De pijn in je rug, zegt Diogo, is de volgende dag niet te harden.

Zoals Diogo woont, zo wonen er in Portugal veel meer van de naar schatting 40 tot 50 duizend Roma. Ciganos, noemen ze zichzelf ook, een vertaling van zigeuner die in het Portugees geen negatieve bijklank heeft. Sinds zeker vijf eeuwen leven zij hier, waarschijnlijk als nazaten van een volk dat eerder uit het noorden van India was weggetrokken om in Europa een nomadenbestaan te leiden.

Diogo dos Reis Cabeças op de plek waar hij werd geboren en nog steeds woont. Ook zijn vader werd hier geboren, net als de 2-jarige zoon in zijn armen.  Beeld Gonçalo Fonseca
Diogo dos Reis Cabeças op de plek waar hij werd geboren en nog steeds woont. Ook zijn vader werd hier geboren, net als de 2-jarige zoon in zijn armen.Beeld Gonçalo Fonseca

Al even lang zijn ze tweederangsburgers. Het is het gevolg van de geslotenheid van de cigano-gemeenschap en schier onuitroeibaar racisme, verschijnselen die met elkaar verstrengeld zijn. Het wantrouwen ten opzichte van de Roma, die tegenwoordig niet meer nomadisch leven, is diepgeworteld in de Portugese psyche. Ze zijn lui en lawaaiig, handelen in drugs en stelen erop los, aldus enkele van de vooroordelen. Van de Portugezen heeft 59 procent liever geen ciganos als buren, bleek in juni uit opinieonderzoek, een afkeer die vergelijkbaar is met die van alcoholisten (62 procent) en drugsverslaafden (64 procent).

Chega

Op 26 september gaat Portugal naar de stembus voor lokale verkiezingen en meer dan ooit gaat het over de Roma. Dat is de vrucht van de inzet van één partij: Chega (‘basta’). Een radicaal-rechtse partij die werd opgericht in 2019, juist op het moment dat de Portugezen er zelf in begonnen te geloven dat zij een uitzondering in Europa vormden en radicaal-rechts hun land zou overslaan.

Minder dan tegen migranten – veel Portugezen zien immigratie als oplossing voor de vergrijzing – richt Chega zich tegen de ciganos. Zonder hen had de partij mogelijk zelfs niet bestaan. Oprichter André Ventura (38) werd in 2017, toen hij gemeenteraadslid was namens de rechts-conservatieve PSD, overladen met kritiek toen hij in interviews van leer trok tegen de Roma. Ze ‘leven bijna uitsluitend van subsidies’, zei hij, en ze worden voorgetrokken op de woningmarkt, betalen niet in het openbaar vervoer en ga zo maar door.

Tussen Ventura en de PSD kwam het niet meer goed. Hij vertrok, begon Chega en deed er nog een schepje bovenop. Tijdens de coronacrisis stelde hij voor om specifiek de Roma een quarantaineplicht op te leggen. Veel bekende landgenoten – een deel met een cigano-achtergrond, zoals topvoetballer Ricardo Quaresma – spraken hun afschuw uit.

Toch valt een niet gering deel van de kiezers voor zijn verhaal. Sinds 2019 heeft Ventura, die bekend werd als voetbalanalist, een zetel in het nationale parlement, een podium om zijn ideeën verder te verspreiden. Bij de presidentsverkiezingen in januari dit jaar stelde hij vriend en vijand versteld door 12 procent van de stemmen te behalen. Steun die hij in de lokale verkiezingen hoopt om te zetten in een tastbaar resultaat: zetels in de gemeenteraden.

Ventura zet in op die gemeenten waar de meeste ciganos wonen. Dat zijn de plekken waar zijn partij met de presidentiële verkiezingen het beste scoorde. Zelf stelde Ventura zich beschikbaar in Moura, in de zuidelijke Alentejo-regio. In deze gemeente won hij bijna eenderde van de stemmen. De Roma-gemeenschap in Moura is met bijna 1.100 mensen – 8 procent van het totaal aantal inwoners – een van de grootste van het land.

Profiteurs

De charismatische leider is er nog nauwelijks gesignaleerd, blijkt in Moura, een levendig provinciestadje niet ver van de Spaanse grens. Op die ene toespraak in juli na dan, waarbij hij door een vijftigtal Roma-demonstranten voor fascist werd uitgemaakt. Ventura lijkt zich vooral te kandideren om zijn landelijke profiel op te vijzelen. Zijn boodschap is in goede handen bij de lokale kandidaten. Die ciganos zijn profiteurs, foeteren ook zij, en de gewone Portugees is het spuugzat om zich krom te werken voor hun bijstandsgeld.

Het zijn leuzen die er in Moura in gaan als koek. Wie hier een positief verhaal over de Roma wil vinden, zoekt een speld in een hooiberg. ‘Ik ben 84 jaar en heb van m’n leven nog geen cigano zien werken’, bromt José María Patinha, die iedere ochtend met de andere lokale stamoudsten samenkomt op het centrale plein. Plots wordt zijn stem zachter; een vrouw met een lichtbruine huidskleur passeert. Patinha wijst haar na. ‘Dat is er een.’

Veel doorzichtiger wordt racisme niet, maar de sociale problemen onder de ciganos zijn reëel. Zeker ook in Moura. Van de volwassen Roma heeft 86 procent geen werk, losse klussen zoals helpen bij de olijfoogst daargelaten. Ruim de helft heeft de basisschool (die tot 15 jaar doorloopt) niet afgemaakt, eenderde is analfabeet.

José Emidio dos Reis en zijn vrouw Natércia Cabeças in het huis dat ze delen met andere familieleden. Beeld Gonçalo Fonseca
José Emidio dos Reis en zijn vrouw Natércia Cabeças in het huis dat ze delen met andere familieleden.Beeld Gonçalo Fonseca

Vrouwen komen er het slechtste van af. Slechts één Roma-vrouw in heel Moura doorliep de middelbare school, die ook in Portugal verplicht is. Ze worden traditiegetrouw niet geacht te werken, maar op jonge leeftijd kinderen te baren en voor hen te zorgen. Op het platteland trouwen meisjes soms al op hun 12de, al is ouder gebruikelijker. In Moura krijgt drie op de vijf vrouwen – meisjes zijn het eigenlijk nog – hun eerste kind voordat ze volwassen zijn.

Mediator

Het zijn getallen waar de lokale gemeenschap niet voor wegloopt. Sterker, die heeft ze zelf verzameld in een enquête. Herculeswerk was het, vertelt Benjamim Barão (28), die werkt als mediator tussen de ciganos – waartoe hij zelf ook behoort – en de lokale overheid. Wat dat inhoudt? Vooral heel veel regelen. Documenten, kleren, medische zorg. Hij scrollt door zijn telefoon: 37 belletjes heeft hij vandaag gepleegd, het is nog geen drie uur ’s middags.

De problemen zijn zeer complex, zegt Barão. Hij doet er alles aan om ouders te overtuigen hun kinderen op school te houden. ‘Maar waarom, vragen ze me, als ze later toch geen baan gaan krijgen?’ Het vroege schoolverlaten leidt weer tot werkloosheid, wat hun precaire situatie in stand houdt.

Sinds de opkomst van Chega is het racisme naar de oppervlakte geborreld, vertelt hij. Dan begint iemand in een café over zijn of haar hoop dat Chega wint en de Roma moeten vertrekken, met luide stem, opdat de cigano aan een tafeltje verderop het hoort.

Terwijl Chega de Roma op hun bijstand wil korten, pleit de Raad van Europa juist voor veel meer hulp. De Roma worden in Portugal ‘direct en indirect gediscrimineerd’, schreef de Raad in 2019, in het recentste van een reeks kritische rapporten. Grote zorgen zijn er over de woonomstandigheden. Hoewel de Portugese regering hiervan wel degelijk werk heeft gemaakt, woont zo’n derde van de ciganofamilies nog in krotten of tenten. Te vaak ook heeft de overheid Roma samen in een ‘getto-achtige’ wijk gepropt, en zo ‘hun stigma onder de lokale bevolking versterkt’.

Zonnebloem

Barao brengt ons naar zo’n wijk, Girassol (‘zonnebloem’) aan de rand van Moura. Buurtbewoners zijn druk in de weer met aluminiumplaten die een sober kerkje moeten gaan vormen. Het is hoe ze de dag doorkomen, werk hebben ze niet. Racisme, zeggen ze. Eén van de jongste helpers is João Cabeças (16), een verlegen jongen in een zwart shirt. Hij gaat nog naar school, het enige pad naar een baan. Iets technisch lijkt hem wel wat.

Benjamim Barão is bemiddelaar tussen de Roma, waartoe hij zelf ook behoort, en de lokale overheid. Beeld Gonçalo Fonseca
Benjamim Barão is bemiddelaar tussen de Roma, waartoe hij zelf ook behoort, en de lokale overheid.Beeld Gonçalo Fonseca

Cabeças laat zien waar hij woont. Een appartement met drie slaapkamers in een gebouw dat sinds de constructie 16 jaar geleden geen schilder of monteur meer heeft gezien. In iedere kamer kruipt de schimmel in zwarte banen over het plafond.

Vader Cabeças is alleen op een foto in de woonkamer te zien. Al vier jaar zit hij in de gevangenis, zegt moeder Ana Cristina (46). Drugsverslaafd, deed dingen die hij niet had moeten doen. ‘Met kerst is hij er eindelijk weer bij.’ João’s zus woont niet meer thuis. Zij is getrouwd op haar 14de. Op een kast herinnert een goedkope tiara aan de bruiloft.

Het zijn hoge bergen die kinderen als João moeten beklimmen, en dan groeit hij nog op in een huis. Eenderde van de ciganos in Moura heeft minder geluk. Ze wonen in krotten, zonder water of riolering en met hooguit afgetapte stroom. Dat is het leven van de Dos Reis Cabeças, de familie in Sobral da Adiça (ook gemeente Moura) die het aflegde tegen de geit.

Hij is hier op het terrein geboren, vertelt de 22-jarige Diogo. Net als zijn vader José Emídio (69), die twee hartinfarcten overleefde, en zijn zoon, Diogo Miguel (2), een joch met bruine vlekken in zijn shirt. Drie generaties pure armoede. Hij heeft zich er echt aan geprobeerd te ontworstelen, zegt hij. Geprobeerd een baan te vinden in de ict, de richting die hij op school koos. Nergens krijgt hij een baan. Omdat hij een cigano is, daarvan is Diogo overtuigd.

Hij kookt van woede. Over het gebrek aan perspectief, over het racisme, over zijn vrouw die bij hem wegging en zijn andere kind meenam, over zijn bed van steen, over de gaten in zijn dak. En dan wil Chega hem ook nog korten op de 280 euro bijstand die hij iedere maand krijgt. Heeft die partij enig idee wat luiers kosten? ‘Straks wordt het misschien nóg erger.’

Inwoners van het ‘Roma-getto’ Girassol bouwen zelf een kerkje. Beeld Gonçalo Fonseca
Inwoners van het ‘Roma-getto’ Girassol bouwen zelf een kerkje.Beeld Gonçalo Fonseca
Meer over