Raden vechten tegen imago van 'kinderdieven'

De reputatie van de Raden voor de Kinderbescherming is lange tijd abominabel geweest. Als je met de kinderbescherming te maken krijgt, wordt je kind afgepakt, was een wijdverbreide opvatting....

JET BRUINSMA

Van onze verslaggeefster

Jet Bruinsma

ROERMOND

Dat de raden, en ook het ministerie van Justitie dat ze subsidieert, zich door die slechte reputatie miskend voelden, is niet verwonderlijk. De Raad voor de Kinderbescherming in Roermond was de eerste die plannen maakte om iets aan dat imago te doen. Niet omdat in Roermond ongelukken waren gebeurd, maar omdat ze daar genoeg hadden van de kritiek.

'Wij haden het gevoel: we zitten hier ons stinkende best te doen en als er dan eens iets naar buiten komt, is het negatief en incompleet', vertelt manager mr P. Meulenberg. 'Bij elk incident dat bekend werd, kropen de raden in een hoekje om te wachten tot de storm voorbij was. In Roermond wilden we die ontwikkeling vóór zijn.'

De raad ging de boer op. Dat Roermond met die beeldvormingscampagne voorop liep, was niet helemaal toevallig, meent Meulenberg. De Roermondse raad is klein en werkt voor een overzichtelijk gebied. 'En we wilden ook wel eens laten zien dat niet alle ontwikkelingen automatisch in de Randstad beginnen.

De meest tastbare resultaten van het Roermondse project beeldvorming hangen ingelijst in de directiekamer. Scholieren van elf, twaalf jaar maakten tekeningen, nadat ze van medewerkers van de kinderbescherming, de voogdij-instellingen en kinderrechters les hadden gehad over de Rechten van het Kind.

Aan de rand van een zwembad vol vrolijke kinderen zit een treurig kijkend meisje, haar lijf volblauwe plekken. De badmeester kijkt toe. 'Kindermishandeling' staat met grote letters boven de tekening.

Op een andere tekening staat vader, rugzak om, op het punt het huis uit te gaan. Moeder kijkt vastberaden toe. Hun dochtertje beseft wat er gebeurt: uit haar hoofd komt een wolkje, waarin een gebarsten familiefoto is te zien.

De lessen zijn dus duidelijk geweest, stelt Meulenberg tevreden vast. De kindertekeningen zijn echter slechts een onderdeeltje van het Roermondse project, dat door het ministerie van Justitie werd betaald en zeer onlangs is afgesloten. Meulenberg: 'We zijn begonnen om onze verwijzers, zoals politie, Riaggs, leerkrachten, huisartsen, kennis te laten maken met ons werk. Zij hadden daar geen goed idee van. Wij werden door deze andere hulpverleners nog te veel gezien als maatregelfabrieken.'

(De Raad voor de Kinderbescherming kan de kinderrechter adviseren een kind dat met lichamelijke of geestelijke ondergang wordt bedreigd, onder toezicht van een voogd te plaatsen. Zo'n ondertoezichtstelling (ots) heet een maatregel, red.)

Maar die beeldvorming is absoluut fout, vindt Meulenberg. 'In minder dan de helft van de gevallen adviseert de raad aan de kinderrechter om een ots uit te spreken. Dat geldt niet alleen voor Roermond, maar voor het hele land. Een klein aantal ots'en gaat gepaard met uithuisplaatsing, in een pleeggezin of internaat. Het beeld dat wij kinderdieven zijn, klopt dus niet.'

Het enthousiasme over het project is zo groot, dat het program op eigen kosten wordt voortgezet. Alle medewerkers van directeur tot telefoniste, volgen een cursus klantvriendelijkheid. Ze worden onder meer geïnstrueerd over de verschillende gesprekstechnieken die het best gehanteerd kunnen worden in contact met agressieve, zwijgzame, dan wel emotionele klanten.

'Maar we zijn niet opeens een heel andere raad geworden', meent Hans van Aken, die de activiteiten van de maatschappelijk werkers coördineert en begeleidt. 'Wel maken we beter dan vroeger duidelijk wat wij doen.' Dat hulpverleners van andere instellingen anoniem de raad kunnen bellen voor een advies over een kind, is bijvoorbeeld nog nauwelijks bekend.

De Raad voor de Kinderbescherming mag dan geen ommezwaai van 180 graden hebben gemaakt, veranderd is hij wel degelijk. De kritiek - en de daarop gevolgde rapporten en adviezen - heeft tot verandering geleid, niet alleen in Roermond. Van Aken: 'Vroeger waren we veel meer maatregel-gericht. Nu kijken we wat de beste oplossing is.'

Paulien Kuipers, orthopedagoge: 'Als hulpverleners een kind bij ons aanmelden voor een ots, gaan we daarin niet automatisch mee. We onderzoeken aan de hand van een checklist die we hier zelf hebben ontwikkeld, of er ook andere oplossingen mogelijk zijn.'

Uit de cijfers blijkt dat thans 60 procent van de kinderen met problemen in de vrijwillige hulpverlening terecht komt. De ouders hoeven hun gezag dus niet over te dragen aan een voogd. Kuipers: 'Als we een maatregel kunnen voorkómen, als we erin slagen om de ouders zelf hun taak als opvoeder te laten uitvoeren, geeft dat echt een kick.'

De kinderbescherming is bezig haar splendid isolation op te geven. Langzamerhand wordt het gangbaar om samen te werken met de vrijwillige hulpverlening, die niet, zoals kinderbescherming en voogdij-instellingen, door het ministerie van Justitie wordt bekostigd. Tenminste, op de werkvloer. 'Je moet voor die samenwerking pragmatische oplossingen vinden en creatief zijn', is de ervaring van Meulenberg. 'Maar je moet niet te gemakkelijk zeggen: maak deze praktijk maar tot beleid. Dat is voor Den Haag weer tè creatief.'

De kritiek en de bezuinigingen die de vorige staatssecretaris van Justitie, Kosto, hebben ook geleid tot een reorganisatie. De negentien raden gaan binnenkort op in vijf grote raden. De locatie in Roermond blijft bestaan, maar het hoofdkantoor voor de raden in Brabant en Limburg wordt in Den Bosch gevestigd.

Mr H. Krooi, plaatsvervangend directeur van dat kantoor: 'We zijn sterker uit die bezuinigingen tevoorschijn gekomen. Onze kleine sector is een levend onderdeel van de jeugdbescherming. Door de druk van de bezuinigingen waren we gedwongen ons te bezinnen op de inhoud van ons werk.'

Maar het is nog geen rozengeur en maneschijn. Maatschappelijk werkster Annelies Hermans: 'Kortgeleden hebben we drie kinderen uit één gezin moeten onderbrengen op drie verschillende opvangadressen. Beeldvorming is belangrijk, maar er moet ook extra geld komen voor meer opvang.'

Mr B. van Gent, directeur van de nieuwe Raad voor de Kinderbescherming in Den Bosch, reageert gereserveerd: 'Door de reorganisatie komt extra geld vrij. We weten nog niet hoeveel daarvan ten goede komt aan het uitvoerend werk. Bezuinigingen kunnen soms een groot goed zijn, omdat ze je aan het denken zetten.'

Meer over