Racistisch geweld vooral afkomstig uit gabberkringen

Racistisch geweld wordt tegenwoordig bijna altijd door gabbers veroorzaakt, maar lang niet alle kaalgeschoren liefhebbers van house-muziek zijn gewelddadig. Er is ook een anti-racistische stroming binnen de gabber-scene....

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

Schoppen is onderzoeker bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht. In opdracht van de Binnenlandse Veiligheidsdienst liep hij anderhalf jaar plaatsen af waar gabbers samenkomen. In het rapport Het zijn ónze feesten' - Jeugdculturen en geweld tegen allochtonen in Nederland doet hij daarvan verslag. Het rapport werd woensdag gepresenteerd.

Leden van CP'86 worden regelmatig op feesten gesignaleerd, zegt Schoppen, waar ze leden werven en racisme proberen te stimuleren. Een harde kern gabbers hult zich in bomberjacks met Nederlandse vlaggetjes op de mouw, schreeuwt leuzen als 'White Power' en brengt op houseparty's de Hitlergroet.

Incidenten van racistisch geweld zijn volgens Schoppen veelvuldig op kaalgeschoren gabbers terug te voeren. 'Het gaat om een feestcultuur die wordt gekenmerkt door het gebruik van chemische drugs, motieven uit horrorfilms en een welbewuste organisatie die zich tegen allochtone etnische identiteiten verzet', zegt de onderzoeker.

Aantallen kan hij niet noemen. Schoppen beperkt zijn onderzoek tot 'veel' interviews met jongeren, horeca-personeel, politieambtenaren, jongerenwerkers en drugsdealers. Hij conludeert dat gabbers zich tot 'makkelijk te provoceren groepjes' formeren, en dat zij ruzie maken met allochtonen over het gebruik van openbare ruimten, de dansruimte op grote feesten, de toegang tot jongerencentra en, vooral, over Nederlandse meisjes.

Het toenemend racistisch geweld was voor het ministerie van Justitie reden om jongerenorganisaties en geweldsconflicten te laten onderzoeken. Onder racistisch geweld verstaat justitie niet alleen fysieke agressie tegen mensen, maar ook verbale agressie, poging tot brandstichting of een bomaanslag en geweld tegen gebouwen. Vernieling van panden die veel door allochtonen worden bezocht en bekladding met fascistoïde leuzen is volgens het ministerie de laatste jaren sterk toegenomen.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) presenteerde eveneens woensdag een rapport over de motieven van geweld bij jongeren. Daaruit blijkt dat racistische agressie nauwelijks iets te maken heeft met politieke motieven. Gewelddadigheden tegen allochtonen vinden veeleer plaats uit frustratie of sensatiezucht.

Veel jongeren gedragen zich volgens de onderzoekers racistisch om de publieke aandacht op zich te vestigen. Dat doen zij bijvoorbeeld door het roepen van extreem-rechtse leuzen of door het bekladden van gebouwen met hakenkruizen.

'Politie en justitie moeten bij de opsporing van racistisch geweld meer oog hebben voor incidenten die níet politiek zijn geïnspireerd', zegt directeur H. van de Bunt van het WOCD. 'Men zoekt waar men het niet vindt. Ook al spelen politieke motieven geen rol, het doelwit is niet toevallig gekozen. Daaraan voorbijgaan is levensgevaarlijk.'

Volgens het WODC worden plegers van racistisch geweld zelden door de politie opgespoord en aangehouden. In 1994 gingen de daders in meer dan 96 procent van de gevallen vrijuit. Processen-verbaal worden lang niet altijd opgemaakt of doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Dat is volgens Van de Bunt in strijd met de Nederlandse wetgeving. Hij pleit dan ook voor een strengere handhaving van het beleid. Het ministerie van Justitie werkt inmiddels aan een plan van aanpak om de registratie, opsporing en vervolging van racisme te verbeteren.

Van de Bunt noemt de aard en omvang van het racisme in Nederland niet echt verontrustend: 'Het gaat in Nederland vooral om sensatiezucht. Als racistisch geweld georganiseerd en politiek is, lijkt mij dat gevaarlijker. Maar dat zal de slachtoffers natuurlijk een zorg zijn.'

Meer over