Raas kan het vergeten als Abdoe niet wint

Abdoesjaparov, sprinter in de ploeg van Jan Raas, zal en moet een etappe in de Tour de France winnen. Komt die zege er niet, dan zal de 42-jarige Zeeuw zijn ploeg moeten ontmantelen....

Van onze verslaggever

Jaap Visser

FOIX

Aan de voet van de Pyreneeën, in een hotelletje dat z'n twee sterren nauwelijks waard is, kruipen de wielrenners van Jan Raas na het middagmaal tussen de lakens. Na twee weken Tour de France moet het afgematte rennerslijf zo veel mogelijk rusten. Want dinsdag en woensdag wachten er bergen en na de bergen moet het gebeuren. De ploeg van Jan Raas moet en zal nog een etappe in de Ronde winnen. Zo niet, dan is het gebeurd met de formatie.

Djamolidin Abdoesjaparov is de man die de klus moet klaren. De Oezbeekse sprinter weet dat hij het rijk alleen heeft nu de snelle jongens, Cipollini, Svorada, Nelissen en Blijlevens voorop, zijn afgestapt. Zes renners heeft Raas nog in de strijd en als die ook de Pyreneeën overkomen, gaan vijf van hen Abdoe uit de wind houden, water voor hem halen, achter ontsnapte renners aan en, als ze het peloton bij elkaar hebben weten te houden, aan het eind van de rit de sprint aantrekken. En hij, Djamolidin Abdoesjaparov, moet het dan afmaken.

De verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van een hele wielerploeg drukt zwaar op de geblokte schouders van de vierkante spurter. Omdat hij halverwege de rustdag toch de slaap niet kan vatten, sluipt de cowboy uit Tasjkent, zoals hij vanwege zijn woeste manier van sprinten wel wordt genoemd, zijn kamer uit. Met een hengel in de hand gaat Abdoesjaparov langs een watertje zitten. De bedoeling is om een zalm aan de haak te slaan, maar de renner met zorgen aan het donkere hoofd staart vooral in het niets.

Jan Raas laat zijn kopman met rust, want een sprinter moet je nooit aan z'n kop zeuren, weet de ploegleider uit eigen ervaring. Hij is immers zelf sprinter geweest en net als Abdoesjaparov was hij gewend om te winnen. 'En als het dan eens niet lukt om te winnen, word je nukkig. Vooral als je verliest door je eigen stomme schuld. Dat vreet verschrikkelijk aan je.'

In de eerste week van de Tour kreeg de laatste dure aankoop van Raas kansen om te winnen, maar hij liet ze liggen. 'Abdoe trapte een keer te zwaar, hij sprintte een keer te vroeg en een keer te laat', aldus Raas. 'Het waren fouten die je nog kunt herstellen als je jong bent, maar die fataal zijn als je, zoals Abdoe, de dertig gepasseerd bent. Dan heb je daar de explosieve kracht niet meer voor.'

Dus zal Raas zich in de ploegleiderswagen wel eens voor het hoofd hebben geslagen: heb ik die Abdoe toch een jaar te laat genomen. De ploegleider: 'Nee, want ik heb van het begin af aan gezegd dat hij een man voor de laatste week van de Tour is. Toen ik hem een aanbieding deed, wist ik al dat hij niet meer zo rap zou zijn als Cipollini en Nelissen. Maar Abdoe is ontiegelijk sterk. Die verteert de bergen beter dan welke sprinter ook. Als de anderen naar huis zijn of niet meer zo goed zijn dan kan Abdoe zijn slag slaan. En van de week moet dat gebeuren.'

- Maar zeg eens eerlijk, was hij echt jouw eerste keus?

'Nee, dat was Zabel. Dat die in de eerste Tourweek een rit won, was voor mij geen verrassing. Vorig seizoen wilde hij weg bij Telekom. Ik maakte op vrijdag een afspraak met hem voor maandagmiddag. Las ik maandagochtend in de krant: Zabel positief bevonden in de Ronde van Nederland. Toen was het meteen over, want bij Novell, onze sponsor, zitten mensen voor wie zo iets uit den boze is.

'Tweede keus was Nelissen, maar die kwam pas vrij toen Post geen sponsor kon vinden. Hadden wij Abdoesjaparov al. Maar achteraf hoef ik daar helemaal niet zo rouwig om te zijn. Nelissen zit al thuis en Abdoe is nog goed. Ik had Abdoe eigenlijk al veel eerder willen hebben. Twee jaar geleden ben ik al met hem in de slag geweest, maar toen zat hij vast in Italië.'

De 31-jarige Abdoesjaparov, die vaak als een ongeleid projectiel naar de meet raast, won in de Tour van vorig jaar twee massasprints. Het jaar ervoor drie. Dat hij nu nog op nul staat, heeft volgens Raas niet louter met zijn verminderde explosiviteit te maken. 'Abdoe is ook nerveus. Hij wil misschien wel te graag winnen. Sprinters zijn ijdel, die willen niet worden afgeschreven. Die willen zelf beslissen wanneer het over is.

Laat Abdoesjaparov het ook in de laatste Tourweek afweten dan is Raas er van overtuigd dat hij zijn miljoenenploeg zal moeten ontmantelen. 'Novell stopt ermee en een nieuwe grote sponsor kunnen we dan echt vergeten.'

Maar de hoop op één of meer kleinere geldschieters zal de ploegleider ook na een vierde mislukte Tour op rij niet laten varen. 'Ik heb nog wat contacten en als ik straks toch een paar stappen terug moet doen dan wil ik best weer op een soort nulpunt beginnen.

'Een kleine ploeg met jonge renners, gasten van net in de twintig, die nog iets van je aannemen. Dan zet ik daar een jonge ploegleider bij voor de coaching en ga ik zelf de scouting en organisatie doen. Een kleine ploeg met een budget van drie, vier miljoen gulden uitbouwen tot iets groots dat lijkt me een prachtige uitdaging. In m'n hoofd ben ik daar eigenlijk al een jaar mee bezig.'

- Met een soort wielerschool-Jan Raas?

'Zoiets ja.'

- Maar zijn er dan jonge renners met wie jij zou willen werken? Nederlandse ploegleiders roepen toch altijd dat er nauwelijks meer talent is?

'Ik heb dit jaar heel veel koersen gezien en zo slecht is het nu ook weer niet. Ik weet er zo vijf die ik meteen zal bellen als het zover is.'

- Wat wil je nu eigenlijk het liefst, verder gaan met een grote ploeg of terug naar af, die wielerschool opzetten?

'Het laatste.'

-Dus die grote sponsor binnenhalen, dat hoeft niet meer zo nodig?

'Ho, ho, Raaske is natuurlijk wel een winnaar en die geeft zich niet zomaar gewonnen. Maar we moeten realistisch blijven. Abdoesjaparov kan dan nog zo goed zijn, het is nog niet gezegd dat we na de Pyreneeën nog massasprints gaan krijgen. We hebben nog maar zes renners min Abdoe om de koers te controleren en het peloton bij elkaar te houden. En hulp van andere ploegen kunnen we wel vergeten nu de meeste sprinters naar huis zijn.

'We krijgen nog drie kansen, de ritten naar Bordeaux, Limoges en Parijs. Eén keer móet het raak zijn. Dat móet gewoon.'

Meer over