Raadsels rond een ongewone capitulatie

Het was een raadselachtig tafereel na het hoogtepunt van de Nederlandse indoorkampioenschappen. In een vlaag van onstuimige vreugde besprongen Nelli Cooman en Miguel Janssen, het sprintduo uit de hofhouding van Henk Kraaijenhof, zowel elkaar als het hoogspringkussen....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

DEN HAAG

Want in twee ongewoon fascinerende 60-meterfinales hadden Cooman en Janssen wel degelijk beiden het hoofd moeten buigen. Alle reden voor een ingetogen aftocht, zo leek het, zeker voor Cooman die zich als zesvoudig Europees kampioene capitulatie in een Nederlandse hal al helemaal niet kon heugen.

Maar slechts heel kortstondig en nauwelijks merkbaar toonde haar gezicht na het vlijmscherpe duel met Jacqueline Poelman een spoor van desillusie. Dat weldra plaatsmaakte voor een joligheid die suggereerde dat ze een virtuoos optreden achter de rug had.

Wist Cooman zich nauwelijks een houding te geven nadat ze nota bene op haar territorium was afgetroefd? Nee, zo was het volgens de Rotterdamse absoluut niet. Het was zeker niet de eerste maal in haar lange atletische leven dat ze met een geheel eigen versie van de werkelijkheid kwam. Al beweerde iedereen het tegendeel: Cooman beschouwde zich gewoon als winnares, ze wist dat ze had gewonnen, ze wist het beter dan de finish-apparatuur en de bedieners daarvan. Een loopster met zoveel ervaring hoef je niets wijs te maken.

Nu was er inderdaad sprake van een hoogst curieuze situatie. De twee rivales van de 60 meter flitsten synchroon door de finish en het blote oog leek Cooman wel degelijk in het gelijk te stellen. De tv-beelden daarentegen wezen onmiskenbaar Poelman aan als winnares. Maar het blote oog is traag en de tv-camera stond lichtelijk schuin (met een afwijking van twintig centimeter) tegenover de finish en verschafte dus vertekende beelden.

Het optisch bedrog ten gunste van Cooman ontstond vermoedelijk door de voorsprong die zij vanaf haar traditioneel vulkanische start mocht koesteren. Het zag er niet meer naar uit dat Poelman haar alsnog in de kraag zou vatten en dat verwachtingspatroon beïnvloedde de menselijke waarneming.

Uitsluitsel kon slechts gegeven worden door de 'jury van aankomst' die tenslotte de finishfoto in handen had. Maar bij hoge uitzondering was zelfs de foto niet éénduidig. De jury moest in conclaaf, bestudeerde ook de beelden van een tweede finishcamera, die aan de overzijde van hoofdpost stond opgesteld, en besloot na ampel beraad Poelman de overwinning toe te kennen.

In de Houtrusthallen werd niet van de modernste computer-registratie gebruik gemaakt maar een groter handicap was dat de positie van de voornaamste finish-camera eigenlijk te laag was. Daardoor was de borst van Cooman niet op de foto te zien. In theorie zou ze die borst op exact hetzelfde moment als Poelman door het imaginaire lint kunnen hebben geworpen. Want alleen het Groningse profiel was zichtbaar. De jury constateerde dat Cooman haar hoofd op het moment van arriveren verder voorover gebogen hield en bij wie het hoofd het verst naar voren gaat wijkt de borst het verst naar achteren. Die wetenschap beïnvloedde de beslissing kennelijk ook.

Onomstotelijk stond in elk geval vast dat Cooman niet gewonnen had. Hooguit had ze ex aequo met Poelman de eerste plaats toegekend kunnen krijgen, een Salomons-oordeel dat de jury wel velde ten aanzien van Karin de Lange en Elja den Os. Het moet ook voor De Lange een verrassing zijn geweest dat ze het brons moest delen met de nieuwelinge Den Os.

Cooman had dus ongelijk met haar aanvankelijke diagnose. Maar het was even zinloos Cooman van grenzeloze eigenwijsheid te betichten als om haar stemmingen te ontleden. Ze blijft het unieke gevoelsmens dat ze is en heeft juist daaraan zo vele triomfen te danken.

Toch lijkt er dit jaar een verandering ingetreden. Zo onvoorspelbaar als haar reacties kunnen zijn, zo voorspelbaar loopt ze de afgelopen maanden de 60 meter. Nog nooit is het kruitvat zo constant geweest, en dat is vreemd, zo niet een teken van stagnatie. De trainer van Poelman, Tije Blauw, had dat haarscherp gezien.

Na de halve finales waarin de Groningse al een fractie sneller was geweest, zei Blauw: 'Als het goed is kruisen ze elkaar straks bij 7,30.' Een cryptische voorspelling die tot op de honderdste seconde uitkwam. De redenering van Blauw luidde dat Cooman in vijf wedstrijden nauwelijks progressie had gekend en telkens in de buurt van die 7,30 was uitgekomen. Poelman daarentegen was het jaar trager begonnen maar had voortdurend vorderingen gemaakt. Statistisch gezien moest ook zij daarom nu in staat zijn bij de 7,30 te belanden. 'Verdien ik nu een medaille?', spotte hij nadat de progonse precies bewaarheid was.

Poelman en Cooman hadden zich al gekwalificeerd voor de WK-indoor, begin maart in Barcelona. Daar zullen ze beduidend harder moeten lopen om tot de finale door te dringen, want hoe fraai de tweestrijd van zaterdag ook was, beider 7,30 was op zich niet overtuigend. Uiteindelijk heeft Cooman misschien toch weer het meeste perspectief omdat ze al zo dikwijls die opvallende gave heeft getoond om bij grote toernooien plotseling vooruit te schieten.

Poelman, de nuchtere Groningse die wars is van bombarie, 'staat er' ook meestal op het juiste moment maar voor een wereldtijd op de 60 meter schiet ze toch nog steeds te langzaam uit de blokken. Ze vindt zelfs dat haar start danig is vooruitgegaan, doch haar grootste mogelijkheden liggen toch op de 200 meter, de afstand waarop ze vorig jaar Europees brons won.

In Den Haag was de 200 meter opnieuw haar prooi, maar internationaal is het doorgaans een tombola omdat een ongunstige baanloting de kansen bij voorbaat teniet kan doen. Alle reden is er in elk geval voor de Groningse om zich te verheugen op het buitenseizoen. Voorheen 'hoefde het allemaal niet zo nodig' voor Poelman maar het 'ambitieniveau' is inmiddels aanzienlijk gestegen. Vorig jaar versloeg ze Cooman bij het buiten-NK in Assen al op de 100 meter en het EK van Helsinki werd alleen door onervarenheid een deceptie.

Poelman heeft inmiddels het CIOS afgemaakt en werkt twintig uur per week, tien uur in het sportcentrum van Leek, de andere helft bij een kledingfirma, Snuffel geheten. Poelman is spontaan, eerlijk en zal zichzelf evenmin over- als onderschatten. Zo loopt ze ook: recht-toe-recht-aan.

Of Cooman en Poelman naar Barcelona vergezeld zullen worden door Frank Perri, de nieuwe Nederlands kampioen op de 60 meter, is een punt van discussie. Perri liep zaterdag in de halve finale zowaar een Nederlands record van 6,68 maar de WK-eis stond nog driehonderdste scherper. Het zou na de eindelijk weer eens iets vitalere titelstrijd van afgelopen weekeinde voor de hand liggen om zowel de teruggekeerde Yvonne van der Kolk, die op de 1500 meter de limiet benaderde, als Perri het voordeel van de twijfel te gunnen.

Het zou een gepaste beloning kunnen zjn voor de ongekende opleving van de mannensprint. In eerste instantie zijn daarvoor de trainers Hans Vijfvinkel en Paul Wernert verantwoordelijk. Zij namen het initiatief om dwars door de starre clubstructuur van weleer heen te breken en uit diverse windhoeken de grootste talenten als ook hun eigen kennis te bundelen. Vijfvinkel is een onafhankelijk 'freelance'-trainer, Wernert is verbonden aan Haag Atletiek. Hun vijftienhoofdige groep traint afwisselend in de Houtrusthallen en Wijk aan Zee.

De samenwerking is veel te laat tot stand gekomen, roepen Frank Perri, Regillio van der Vloot, Dennis Tilburg en Patrick Snoek in koor. Vaak hebben de sprinters jarenlang solistisch voortgemodderd en nu ineens is er volop vooruitgang.

Nog nooit was het niveau van de mannenfinale zo hoog als zaterdag. De Amsterdammer Dennis Tilburg kon vier jaar geleden nog met 6,91 kampioen worden, nu was die tijd nog maar nauwelijks goed voor een finaleplaats: Emiel Mellaard liep als zesde 6,93. Bij Perri deed de kramp zich in alle lichaamsdelen voelen maar hij wist in de finale ondanks drie valse starts toch nog op 6,70 uit te komen. Het gevecht om de tweede plaats liet zich vergelijken met dat tussen Cooman en Poelman: Miguel Janssen en Regillio van der Vloot kregen beiden 6,73 toegewezen.

Perri was nog het meest beducht geweest voor Van der Vloot die met zijn lage zit en bijna slepende pas 6,71 had gelopen in de halve finale. Maar ook de Noordhollander was in de eindstrijd fysiek niet meer geheel in orde. Hij had Perri tevoren de nodige verbale plaagstootjes toegediend. Vroeger zou dat tot animosteit en afzondering hebben geleid, nu werd het door de nieuwe cohesie een stimulans.

Daarvan is op andere onderdelen nog nauwelijks sprake en dat toonde zich ook in de resultaten van het NK. Want hoewel ditmaal bij tijd en wijle stellig de vonk oversprong die technisch directeur Paauw vorig jaar miste, het niveau op te veel onderdelen was te vaak belabberd. De vrijbuitende Annemarie Hendriks verbeterde tot drie maal toe het Nederlands record hinkstapspringen doch daarnaast was hooguit de terugkeer van Yvonne van der Kolk zeer opvallend.

Twee jaar zowat was Van der Kolk uit de roulatie en genereus 'gehaasd' door 800-meterkampioene Stella Jongmans kwam ze zaterdag op de 1500 meter al weer uit op 4.13,15. Ze wilde nog een laatste poging doen om terug te keren. Heel die ellendige blessuretijd had ze niets vernomen van de KNAU. Sterker nog, toen ze op krukken een wandelingetje op de heide maakte en Bert Paauw was tegengekomen was die met een grote bocht om haar heen gelopen. Hij zou wel ontkennen dat hij haar ontwaard had, maar haar conclusie was duidelijk: 'Ik ben blij dat ik niet alleen van de atletiek hoef te leven.'

Uitslagen op pagina 16

Meer over