Raadpleging volk kan veel intelligenter

Het vertrouwen van de burger in de democratie moet niet worden heroverd via referenda. Er moet een betere consultatiewijze zijn te verzinnen die populisme buiten de deur houdt, zo meent Bas van Stokkom....

Vorige week presenteerde de Nationale Conventie haar rapport Hart voor de publieke zaak. Het rapport bevat vele behartigenswaardige aanbevelingen om het vertrouwen in de democratie te herstellen en burgers te activeren: onder andere meer zeggenschap over publieke diensten, invoering van burgerfora en de mogelijkheid van een correctief referendum (zie Jos de Beus, Forum, 7 oktober). Positief is ook dat het referendum niet op initiatief van het bestuur of de wetgever moet worden georganiseerd. Het referendum hoort immers niet te fungeren als populariteitstoets voor bestuurders.

De Conventie meent dat referenda het debat stimuleren, politieke interesse wekken en politieke participatie bevorderen. Op zich is dat juist. Vele Amerikaanse en Zwitserse onderzoeksbevindingen tonen aan dat de politieke kennis en interesse van burgers groter is in deelstaten of kantons waarin vaker referenda worden gehouden.

Toch kun je je afvragen of referenda wel tot een goed leerproces leiden. De campagnes staan snel in het teken van populistische politiek. Neem het referendum over Europa van vorig jaar. Op grond van studie van acht landelijke en regionale kranten stelden onderzoeker Kleinnijenhuis en zijn medewerkers vast dat in de laatste fase de euro en de campagne zelf veruit de belangrijkste onderwerpen werden. Inhoudelijke thema’s uit het grondwettelijk verdrag zoals de verdeling van bevoegdheden in het nieuwe Europa en de grotere rol voor het Europees parlement raakten in het nieuws op de achtergrond.

Veel andere onderzoeken wijzen uit dat campagne-evenementen (tussenstanden; tactisch spel; ruzies en ander wedstrijdnieuws) veruit de meeste aandacht kregen. Een studie over het Deense referendum over de invoering van de euro in 2000 maakte duidelijk dat dit soort berichtgeving het cynisme onder de bevolking aanwakkerde, met name bij degenen die veel nieuws consumeren.

Verder is aangetoond dat de informatiewinst hoofdzakelijk bestaat uit het beter kunnen vaststellen van de standpunten van de politieke kemphanen. Verontrustend is dat het debat door een ‘plebiscitaire logica’ wordt verengd tot een appèl op gepassioneerde standpunten ‘voor’ of ‘tegen’. Politici of burgers die bijzondere perspectieven onder de aandacht brengen buiten de ja- en nee-kampen om, worden nauwelijks gehoord en komen niet boven het campagnekabaal uit.

Het referendum is dus domweg niet goed genoeg om diepgang te bewerkstelligen. Het is ook niet verstandig op het oordeel van het volk af te gaan in omstandigheden waarin het niet in staat is een goed oordeel te geven.

Die kritiek impliceert geenszins dat competenties van burgers tekortschieten. Het publiek denkt genuanceerder over politieke vraagstukken dan oppervlakkige opinieonderzoeken suggereren. In veel opzichten is de kennis van gewone burgers juist te prefereren omdat hun mening niet wordt vertekend door speciale belangen, lobbyen of behoud van zetels.

Kunnen deliberatieve vormen van democratie een alternatief voor het referendum bieden? De Nationale Conventie wijst terecht op de vele positieve ervaringen met zogeheten deliberative polls, onder andere in de VS. Dat zijn tweedaagse evenementen waarin enkele honderden aselect gekozen burgers weldoordachte oordelen mogen geven over een specifiek vraagstuk.

In deze polls nemen burgers de rol van onpartijdig ‘jurylid’ op zich: ze oordelen zonder ‘last of ruggespraak’, los van een achterban, en zonder de retorische formules van politieke campagnes. Ze voelen daartoe getuige-deskundigen aan de tand (politici, wetenschappers maar ook bewoners en andere belanghebbenden). Uit vele evaluaties blijkt dat het aanhoren van ervaringen van professionals en ‘probleemeigenaren’ – bijvoorbeeld over criminaliteitsproblemen – een zeer matigend effect hebben op hun opinies. Door toetsing aan de realiteit gaan de aanvankelijk bevooroordeelde standpunten kantelen.

Deliberative polls voorzien het bestuur van advies. Men kan een stap verder gaan en de poll ombouwen tot een eenmalige volksvergadering. Dat alternatieve parlement krijgt besluitvormende bevoegdheden toebedeeld. Zo’n Burgerkamer kan beslissen over wetsvoorstellen die door bestuurders of burgers op de politieke agenda zijn geplaatst.

Een andere optie is het referendum de contouren te geven van een volksvergadering: een evenement waarin burgers hun standpunten kunnen heroverwegen en zich op basis van een multichoice format uitspreken over een vraagstuk. Er wordt gestemd over een veelvoud van aspecten van het wetsvoorstel. Een reductie tot de keuze ‘ja’ en ‘nee’ is uit den boze. Mogelijk biedt de elektronische snelweg uitkomst, als maar verzekerd is dat de burgers achter de computer, werkelijk participeren in een leerproces.

Dat is mogelijk toekomstmuziek, maar niet zonder urgentie. Het nemen van gemotiveerde besluiten is van groot belang. De kunst is procedures van volksconsultatie te ontwerpen die populistische retoriek buiten de deur houden. Zolang de ‘rauwe publieke opinie’ in referendumcampagnes doorklinkt, blijft directe democratie een verlegenheidsoplossing.

Meer over