Nieuws

Raad van State wil Caribische landen meer zelf laten beslissen over hervormingen

Nederland moet de Caribische landen binnen het koninkrijk meer zeggenschap geven over de manier waarop zij zelf bestuurlijke en financieel-economische hervormingen gaan doorvoeren. Dat is de kern van het advies dat de Raad van State heeft uitgebracht over het Coho, het Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling.

Nederlandse Toeristen  op Curaçao. Beeld Arie Kievit
Nederlandse Toeristen op Curaçao.Beeld Arie Kievit

Het advies lijkt op de kritiek die de landen Curaçao. Aruba en Sint Maarten zelf eerder hebben gegeven op de Coho-plannen. Het gaat hierbij om honderden miljoenen euro’s die Nederland wil investeren voor de verbetering van de overheid, het onderwijs, de gezondheidszorg en de bescherming van de rechtstaat.

Volgens de Raad van State heeft Nederland, het machtigste land binnen de Rijksministerraad, bij het opstellen van de Coho-rijkswet te weinig rekening gehouden met ‘de eigen verantwoordelijkheid’ van de Caribische landen. Overigens moet het voorstel eerst nog goedkeuring krijgen van de parlementen in alle Caribische rijksdelen.

Gevoelig tik op de vingers

Met zijn advies geeft het staatscollege een gevoelige tik op de vingers van demissionair staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Raymond Knops (CDA). De drie Caribische landen bezitten sinds oktober 2010 autonomie. Maar Knops heeft eerder te kennen gegeven dat in de gecombineerde crisis van covid en economische neergang de eilanden politiek en bestuurlijk hebben laten zien die autonomie momenteel ‘niet te kunnen dragen’.

In een reactie op het advies van de Raad van State, dat openbaar is gemaakt nadat de Nederlandse journalist René Zwart van de nieuwssite Koninkrijksrelaties erover publiceerde, zegt Knops dat ‘de kern van het wetsvoorstel’ overeind is gebleven: Nederland mag harde voorwaarden stellen voor het verlenen van de grote financiële steun. De staatssecretaris hoopt ‘de goede samenwerking’ met de landen voort te zetten.

Neo-koloniale ambities

Maar dat laatste is nu opnieuw de vraag. Bij het bekendworden van de aanzet tot de rijkswet, vorig jaar, reageerden de regeringen van de drie Caribische landen zeer verbolgen. Nederland zou ze het pistool op de borst zetten en daarbij volgens sommigen neo-koloniale ambities tentoonspreiden.

Later is die kritiek deels verstomd. Dat heeft ook te maken met het feit dat de landen door de economische crisis en de covid-pandemie met de rug tegen de muur staan. Zonder de vele tientallen miljoenen euro’s noodhulp en budgetsteun die Nederland al heeft gegeven, zouden de Caribische eilanden in 2020 nog veel grotere problemen hebben gekend.

Kritische koers

Maar inmiddels is het politieke tij voor een deel gekeerd. De regering en vooral het parlement van Sint Maarten varen tegenwoordig een steeds Nederland-kritischer koers en zullen zich door het advies van de Raad van State hierin ongetwijfeld gesterkt voelen. Op Curaçao hebben de verkiezingen van eind vorige week een flinke overwinning laten zien voor de oppositie, die zich al eerder tegen de Nederlandse Coho-plannen uitsprak. Mogelijk zal nu ook Aruba zich feller tegen die plannen keren.

Als het al tot overeenstemming over Coho zal komen, dan zal hierin in elk geval opnieuw vertraging optreden. De vraag is ook hoe een nieuwe Nederlandse regering zich hierin zal opstellen. Knops, die waarschijnlijk niet als staatssecretaris terugkeert, heeft meer dan eens duidelijkgemaakt dat de Caribische landen het risico nemen elke steun van Nederland te verliezen.