R.I.P.D.

R.I.P.D. moest een kaskraker worden. Mislukt. Maar de film heeft behoorlijk wat goede momenten. Én Jeff Bridges

JESSE HEIJNIS

Voorafgaand aan de filmzomer 2013 voorspelde Steven Spielberg 'de implosie van Hollywood'. Een totale revolutie, ingegeven door een te veel aan geldverslindende popcornfilms (à 150 tot 250 miljoen dollar per stuk + promotiekosten). 'Drie, vier of zelfs een half dozijn mega-budgetspeelfilms zullen keihard floppen, met een complete paradigmaverschuiving tot gevolg', aldus Spielberg.

En ja hoor, prompt gingen er in de zomermaanden vier monsterproducties volledig nat. The Lone Ranger, een western met Johnny Depp, actiefilm White House Down, sciencefictionthriller After Earth, met vader Will en zoon Jaden Smith, en fantasykomedie R.I.P.D. kostten hun filmstudio's tientallen miljoenen meer dan ze ooit zullen opbrengen.

R.I.P.D. deed het zelfs zo slecht dat een Nederlandse bioscooprelease werd afgeblazen. Critici vonden het niks, het publiek bleef weg en zelfs hoofdrolspeler Jeff Bridges toonde zich (achteraf) teleurgesteld. 'Ik weet nog dat ik dacht: dit kan leuk zijn om naar te kijken. Maar toen ik de film uiteindelijk zag, was ik niet echt onder de indruk. De filmstudio heeft een aantal keuzes gemaakt, die ik zelf niet zou maken', vertelde hij GQ.

Dat Bridges lol had in het maken van de film (nu alsnog in Nederland beland via dvd, blu-ray en on demand) is evident. Als een soort hyperactieve Buffalo Bill schmiert hij zich in de rol van 19e-eeuwse cowboy Roy drie slagen in de rondte.

Samen met nieuwkomer Nick (Ryan Reynolds) vormt deze Roy een duo van het Rest in Peace Department (R.I.P.D.), een Men in Black-achtige politieafdeling die zich in hedendaags Boston bezighoudt met de bestrijding van zogenaamde 'deados'. Een soort zombies die hun enkeltje richting de hel hebben gemist en vermomd als mensen, al dood en verderf zaaiend, zich aan de wereld der levenden hebben vastgeklampt.

Het R.I.P.D. zelf is een ratjetoe van overleden politieagenten. De afdeling geldt als herkansingsronde voor wie (nog) niet zeker is van een plekje in de hemel. Met flinke tegenzin neemt Roy - zelf al meer dan 100 jaar actief nadat hij in de woestijn werd opgegeten door aasgieren - de onervaren Nick onder zijn hoede.

Anders dan de slechte berichten uit Amerika deden vermoeden zit het met een groot deel van R.I.P.D. wel snor. Zolang de binnensmonds wijsneuzende Bridges en de modern cynische Reynolds elkaar verbaal bevechten, vliegen de minuten voorbij. Geinig ook hoe er wordt gespeeld met de vermommingen van Nick en Roy: om niet te worden herkend door nabestaanden zien zij er voor de buitenwereld uit als respectievelijk een klein Aziatisch mannetje en een blonde bimbo (supermodel Marisa Miller).

Toch is het lange tijd de vraag waar het budget van 130 miljoen dollar precies naartoe is gegaan. De computergeanimeerde halfdoden laten zelden hun (ware) gezicht zien. Daarnaast is het ontwerp van de verschillende zombies ongeïnspireerd. Een lichtbruine computergetekende blob - veel meer dan dat is het vaak niet. In de grote finale wordt alsnog een berg inwisselbare special effects op het scherm gekwakt in de hoop dat er ergens iets blijft plakken.

Filmstudio Universal heeft zijn conclusies inmiddels getrokken en probeert het een jaartje zonder mega-blockbusters. Het begin van een revolutie?

R.I.P.D.

Regie Robert Schwentke, 2013

undefined

Meer over