Pyjama

Het was maandag en nog vroeg in de ochtend. De lucht buiten was vochtig en kil. Ik rilde in mijn dunne T-shirt en trapte wat steviger door....

Plotseling zag ik hem staan, zomaar midden op de straat. Zo'n straat, zoals zovelen, met aan weerszijden doorzonwoningen, in een gezapige buurt in Amstelveen. Een grote, imponerende man. Zijn glanzend dikke witte haar was strak naar achteren gekamd. Hij was goed glad geschoren en de geur van een kruidige after shave hing om hem heen. Hij was echter gekleed in een flanel pyjama met blauwwit streepdessin. Aan zijn voeten droeg hij roodgroen geruite wollen pantoffels. Hoewel onze blikken kruisten leek hij mij niet te zien. Hij deed geen stap opzij.

Ik bedacht me geen moment, stapte af, zette mijn fiets tegen een boom en liep op hem af. 'Ik ben Corrine', zei ik tegen hem terwijl ik mijn arm onder de zijne schoof. Hij rilde. Ik pakte zijn hand. Het was een oude, zorgvuldig gemanicuurde, benige hand. De hand was koud, steenkoud. Ik ging wat dichter tegen hem aan staan en vroeg hem naar zijn naam. Hij draaide zijn hoofd zo dat hij mij recht in mijn ogen keek maar zei niets. Zijn blik was vriendelijk en leeg tegelijk. Een verdrietig gevoel kroop in mijn borst omhoog. Ik zuchtte diep. 'Zullen we samen gaan wandelen', vroeg ik, 'zomaar nergens heen?' Ik stak mijn arm weer onder de zijne. Toen zuchtte hij.

Zo liepen we, haast als oude bekenden, samen, de oude man en ik, op zomaar een maandagochtend nergens naartoe. Af en toe keken we elkaar aan, zonder iets te zeggen. We ontspanden allebei. Het voelde eigenlijk wel goed.

Waar de jonge vrouw vandaan kwam en wie ze was, weet ik niet, maar ze pakte bruusk zijn andere arm. Direct liet hij de mijne los. 'Ik weet waar hij woont', zei ze. 'Bedankt'. Ik wilde zijn blik nog eenmaal vangen, het bijzondere gevoel uitwisselen, maar zijn hoofd was gebogen. Net zo plots als hij gekomen was verdween hij weer uit mijn leven. Dag mooie oude man in je pyjama.

Meer over