PvdA verloor door vrees voor eigen achterban

Het verlies van de PvdA valt volgens Omar Ramadan te verklaren uit onvermogen en vrees van de partij te luisteren naar de achterban, met name in de oude stadswijken....

DE Partij van de Arbeid is niet meer, althans niet meer de oude, nu de sociaal-democratie is gehalveerd tot 23 volksvertegenwoordigers. De eerste vijf verkiezingen na de invoering van het algemeen kiesrecht in 1918 behaalde de SDAP, de voorganger van de PvdA, ook zo'n score. Maar zelfs die episode biedt geen vergelijking, want de Tweede Kamer telde toen minder zetels.

De partij die vroeger streed tegen de gevestigde macht, blijkt zelf het gehate ancien régime te zijn. De roep om politieke vernieuwing klonk luid, maar de meeste kiezers kozen voor het CDA, de partij die wars is van veranderingen in het openbaar bestuur. Terwijl werd gepleit voor duidelijke keuzen, bogen de christen-democraten niet naar links of naar rechts. Wellicht ligt de verklaring van deze paradox in het feit dat veel weifelende kiezers de LPF niet als grootste partij wensten en dus om strategische redenen CDA stemden. Volgens de laatste peilingen bood het CDA immers de meeste concurrentie aan de erven-Fortuyn.

De PvdA ontbeert vooral een hechte band met de kiezer: van elke tien mensen die vier jaar geleden de PvdA verkozen, hebben zes een andere keuze gemaakt. De LPF verwelkomde één van elke tien PvdA-stemmers van weleer, de linkerburen GroenLinks en SP tezamen ook, evenals het CDA. Opvallend is het verschil met het CDA: dat wist driekwart van zijn stemmers uit 1998 te behouden.

Er zijn twee redenen waarom de PvdA op dit punt tekort is geschoten. Ten eerste blijken de bestuurders en vertegenwoordigers te weinig gevoelig voor wat er leeft onder de bevolking. De tweede reden is de slechte integratie in ons land. Een fiks deel van het klassieke PvdA-electoraat ondervindt als eerste en het meest de nadelen van gebrekkige integratie. Het zijn de mensen in achterstandswijken met meer dan 50 procent allochtonen.

Het gebrek aan sensitiviteit voor de zielenroerselen van de kiezer heeft alles te maken met de Haagse 'kaasstolp'. Afgesloten van de buitenwereld worden beleidsbeslissingen genomen en dossiers weggewerkt. Deze ambtelijke opstelling heeft weinig te maken met een definitie van politiek die stelt dat er iets te kiezen moet zijn. PvdA en VVD vonden hun compromissen in regeerakkoord en Torentjesoverleg. Achter de coulissen woog men milieu af tegen economie, koos men voor lagere belastingen of publieke voorzieningen, was het pro of contra de Tweede Fase. De zappende natie kreeg louter het vacuümverpakte eindresultaat te zien. Dat waren goede resultaten, daar niet van, maar politieke keuzes en bijbehorend debat waren onzichtbaar. Nogal wiedes dat de gulden middenweg van Paars plots vaal grijs werd. Zie ook de cohabitation tussen een rechtse president en linkse premier in het Frankrijk van Le Pen. Zie ook die Neue Mitte bij onze Oosterburen, en het New Labour van Tony Blair. De conclusie kan niet anders zijn dan dat kabinetten profiel vergen, dan heeft de oppositie dat ook, en snakt het volk niet naar polariserende nieuwkomers.

Een open bestuursstijl vergt ook referenda en gekozen burgemeesters. Partijen moeten meer werk maken van personele vernieuwing en haar vertegenwoordigers in het parlement laten rouleren. Ons kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging kent zeker haar waarde, maar het kan geen kwaad om de helft van de Tweede Kamerzetels te verdelen via een districtenstelsel. In dit tijdperk van internet en email kunnen kiesdistricten ook gebaseerd zijn op beroepsgroepen of leeftijdsgenoten. Geef kandidaten voor de Tweede Kamer de middelen om zelf hun doelgroep op te zoeken en schenk de helft van de parlementszetels aan politici met de meeste voorkeursstemmen.

Les twee is integratie, en snel een beetje. Pim Fortuyn kwam niet alleen dankzij zijn vlotte babbel en sensationele verschijning aan tientallen zetels: hij zou die buitenlanders eens aanpakken, en dat hebben de kiezers beloond. Niet omdat het racisten zijn, maar omdat ze zich vreemden voelen in hun eigen wijken. Omdat de hoofddoekjes op straat geen goedendag zeggen, en zij zelf ook niet. Omdat hun PvdA opkomt voor de onderdrukten der aarde, en dat ineens ook immigranten blijken te zijn. Het is nu niet 'werk, werk, werk', maar 'integratie, integratie, integratie'.

Wijken moeten gemengd worden, maar niet door de dwang die Fortuyn voorschreef. Zoeken naar huizenblokken waar drie Turkse families op een rij wonen, bij de middelste aanbellen en hen verzoeken te verhuizen is wellicht effectief, maar het doel rechtvaardigt dit middel niet.

Woningbouwcorporaties kunnen wel het nodige doen in de toewijzing van huurwoningen. Het komt voor dat men voor een vrijgekomen woning in een verkleurde straat op zoek gaat naar een buitenlandse naam boven aan de wachtlijst. Vice versa gaat een woning in een blanke buurt eerder naar een Hollandse naam. Dit officieuze beleid zou officieel omgedraaid moeten worden, zodat integratie leidraad is bij woningtoewijzing. Ook het openstellen van het bijzonder onderwijs is broodnodig. Sommige protestante scholen weigeren nu leerlingen die niet tot deze religie behoren, wat natuurlijk voor bijna alle allochtone kinderen geldt.

Conclusie moet zijn dat deze verkiezingen begrepen kunnen worden als een roep om integratie. Noem de islam niet achterlijk, dat segregeert, maar kom ook niet met sussende politieke correctheid bij uithuwelijken, meisjes die niet mogen leren en homootje pesten op school. De PvdA moet hier normen stellen, ook als dat vanuit de oppositiebankjes geschiedt.

Meer over