PvdA moet optrekken met SP en GroenLinks

De pretentie van de PvdA de voornaamste representant van links te zijn strookt minder dan ooit met de werkelijkheid.

Na ons verhoor door de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties is de knokpartij tussen Wouter Bos en mij, begonnen in het kabinet-Bal-kenende IV, weer breed uitgemeten. Vaak werd het afgeschilderd als een conflict van twee mensen die niet met elkaar door één deur kunnen. Dat is maar een deel van de werkelijkheid. Het gaat vooral om een fundamenteel meningsverschil over de koers van de PvdA. Een meningsverschil dat ook nu in alle geledingen van de partij bestaat.


Twee verkiezingen op rij is de PvdA afgestraft. Na de eerste was het antwoord van de partijleiding dat ze er blijkbaar niet in geslaagd was om uit te leggen hoe zegenrijk het beleid van de partij is. Na de tweede nederlaag was er zelfs enige opluchting omdat de 3 zetels in het Europees Parlement waren behouden en 'het is nu eenmaal zo dat de PvdA verliest als ze aan de regering deelneemt'. De vraag of er misschien iets mis is met het beleid, waardoor veel kiezers en leden zich niet meer herkennen in hun partij lijkt niet te worden gesteld.


De verkiezingscampagne van Diederik Samson, die de partij 39 zetels in de Tweede Kamer bezorgde, was een knappe prestatie. Dat succes kon worden behaald omdat de partij een duidelijk profiel had. Het project Van waarde, sociaal-democratie voor de 21ste eeuw bracht de PvdA weer terug bij haar wortels, na een periode van aanschurken tegen liberalisme en populisme. Dat herkenden mensen, ze kregen langzamerhand weer vertrouwen. Helaas is dat weer als sneeuw voor de zon verdwenen door in een regering met de VVD te gaan zitten na een partijtje kwartetten over het te voeren beleid. De keuze voor een minderheidskabinet geeft de Tweede Kamerfractie nog minder ruimte dan gebruikelijk als regeringspartij, om zich stevig te profileren. Van de beleidsterreinen waarop de PvdA vertrouwen verliest van haar achterban noem ik er twee, waarbij ik zelf direct ben betrokken.


Vorige week stond op de voorpagina van alle kranten met grote koppen dat volgens het Centraal Planbureau de vergrijzing geen probleem meer is. De euforie hierover illustreert het gelijk van Monika Sie Dhian Ho, directeur van de Wiardi Beckman Stichting. Bij de start van het Van waarde-project schreef ze: 'We weten van alles wat het kost, maar hebben verleerd de maatschappelijke waarde en betekenis te benoemen'. De bejubelde constatering van het CPB slaat alleen op rekensommen over de rijksfinanciën en zegt niets over de reële problemen van een groeiende groep kwetsbare ouderen die zo lang mogelijk in de eigen buurt dient te worden verzorgd door familie en buren, en pas als het echt niet anders kan door professionals. Dat is waar de burger zich zorgen maakt over de vraag of er straks nog wel voldoende goede zorg voor ouderen en mensen met een beperking beschikbaar zal zijn. Decentralisatie van een deel van de zorg steun ik, maar het tempo waarin het plaats vindt en de omvang van de bezuinigingen vormen een groot afbreukrisico. Na 1 januari 2015 zullen er onvermijdelijk ongelukken gebeuren. Een verstandige partij heeft een plan B klaar hoe daarmee om te gaan, zodat mensen die in de knel komen, ervaren dat ze niet in de steek worden gelaten.


De sociale huisvesting is mede opgebouwd door sociaal-democratische wethouders. Na de vele incidenten die zich als gevolg van onvoldoende toezicht rond graaiende en zichzelf overschattende bestuurders hebben voorgedaan, dreigt de PvdA mee te gaan in een strafexercitie richting de sector waar de huurders de dupe van zijn. Er is een verhuurdersheffing opgelegd van 1,7 miljard per jaar. Om die te kunnen betalen mogen de corporaties de huren fors verhogen, waardoor de betaalbaarheid onder grote druk komt te staan. Iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat huurschulden sterk gaan toenemen, evenals het aantal huisuitzettingen. De PvdA lijkt mee te gaan in de onjuiste redenering dat de ruimte die woningcorporaties hebben om ook te investeren in leefbaarheid van buurten juist de oorzaak is van de incidenten en dat die ruimte dus maar stevig moet worden ingeperkt. Daarmee dreigt een van de pijlers onder onze sociale huisvesting weg te vallen.


Het is niet voldoende als de partij de inhoudelijke koers verlegt in de richting van wat werkelijk van waarde is voor mensen en de samenleving. Papier is geduldig, kiezers willen ook een geloofwaardige strategie om resultaten te boeken. Het zit in de genen van opeenvolgende generaties partijleidingen om te claimen dat de PvdA als veruit de grootste linkse partij haar programma tot inzet kan maken van verkiezingen om daarna in onderhandelingen het beste eruit te slepen. Bij de krampachtige verdediging van de leidende positie worden verschillen met andere linkse partijen onnodig uitvergroot. Initiatieven tot toekomstig gezamenlijk optreden zijn taboe. Er is wat dat betreft weinig veranderd sinds Joop den Uyl begin jaren zeventig één tot niets verplichtende bijeenkomst met PPR, PSP, CPN en EVP wel genoeg vond.


De noodzaak voor verandering is meer dan urgent. De pretentie de voornaamste representant van links te zijn strookt minder dan ooit met de werkelijkheid. Op allerlei niveaus moet nu gewerkt worden aan een stevige vertrouwensbasis met, om te beginnen de SP en GroenLinks. Doel: ontwikkeling van een gemeenschappelijke strategie om, met erkenning van onderlinge verschillen, perspectief te bieden aan kiezers die uitzien naar meer samenwerking tussen linkse partijen. Alleen zo, en in samenhang met een herkenbaar sociaal-democratisch program kan de PvdA het vertrouwen terugwinnen.

Meer over