PvdA-kandidaten plots poeslief over Europa

Het is tegenwoordig mode om tegen Europa van leer te trekken, maar daarvan is op het debat tussen de kandidaat-lijsttrekkers van de PvdA voor het Europees Parlement niets te merken....

Bert Lanting

Het publiek had graag Jacques Monasch gezien, veruit de meest eurokritische van de vier kandidaten, maar die heeft het laten afweten. Hij gaf voorrang aan een verkiezingsbijeenkomst in Drachten. ‘Jammer, anders hadden we hem het vuur flink aan de schenen gelegd’, zegt een bloeddorstige toehoorder.

Oud-journalist Thijs Berman speelt hier een thuiswedstrijd. Hij zit al vier jaar voor de PvdA in het Europees Parlement en ergert zich juist aan de eurosceptische wind die door Nederland blaast. ‘Gooien we de luiken dicht tegen Europa en schurken we ons dicht tegen de SP aan of kiezen we voor samenwerken in Europa?’, vat hij de keuze waarvoor de PvdA staat samen. Hoe is het mogelijk dat er nog steeds mensen zijn ‘die niet willen inzien dat de euro ons de afgelopen weken heeft gered?’, vraagt hij zich af.

Kris Douma, ex-Kamerlid en nu belegger voor een pensioenfonds, is het met hem eens. ‘Euroscepsis is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven’, zegt hij. ‘Laat Europa voor je werken’ is juist zijn devies. ‘De financiële crisis en het klimaat, het zijn problemen die te groot zijn voor Nederland om alleen op te lossen.’

Wat programma betreft, lijkt er niet veel verschil te zitten tussen Berman en Douma. Beiden vinden dat Europa een socialer gezicht moet krijgen en dat de EU-landen de economische crisis niet mogen aangrijpen om hun ambities op het gebied van het milieu naar beneden bij te stellen. Berman, tot voor kort lid van de landbouwcommissie, hamert op de noodzaak het landbouwbudget van de EU grondig te hervormen, terwijl Douma aandringt op strengere regels voor de financiële sector.

Maar als Douma zich laat ontvallen dat Europa goed is, maar dat er ‘soms ook minder Europa nodig is’, krijgt hij meteen een boze toehoorder over zich heen. ‘U praat alsof Europa een andere planeet is’, stelt de man verontwaardigd vast.

Voor Hannah Belliot, voormalig wethouder in Amsterdam en aangekondigd als ‘de koningin van de Bijlmer’, is het rondlopen in een mijnenveld. Al aan het begin heeft ze bekend dat ze in 2005 ‘nee’ heeft gezegd tegen de Europese Grondwet, ‘omdat ik Nederland niet wilde overleveren aan een regentenclub in Brussel’.

Sindsdien is ze anders over Europa gaan denken en nu spreekt ze zelfs over ‘het land dat Europa is en waar ik met trots woon’.

Maar het eurofiele publiek ruikt bloed. ‘Hoe moet het verder met de Lissabon-agenda?’, vraagt iemand sluw aan haar. Als Belliot de Lissabon-agenda – een programma om de Europese economie te vernieuwen – verwart met het Verdrag van Lissabon, heeft ze haar doodvonnis hier getekend. Ze wijst erop dat ze haar ervaringen uit de Bijlmer naar Brussel zal meebrengen (‘Ik ken de problemen van de voorsteden’), maar het publiek heeft al besloten: die komt er niet in!

Uitslag van de stemming in het café: 1 voor Belliot, 2 voor Douma en de rest voor Berman.

Meer over