'Puur Sting avant la lettre'

Zijn ouders wilden liever niet dat hij de muziek in ging...

Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Vanavond brengt het Amsterdams Kleinkunst Festival een hommage aan componist en pianist Martin van Dijk.

Op tafel in de huiskamer liggen cd's hoog opgestapeld: Jenny Arean, Ad Bloemendaal, Vera Mann, Purper, Hans Dorrestijn en nog een hele trits grote en kleinere namen. Allemaal albums waar componist/pianist Martin van Dijk (Emmen, 1946) zijn stempel op heeft gedrukt. Vanavond wordt hij ged met een programma.

Tussen al die bekende hoesjes ligt ook een kaal doosje, waar 'Hera in Tibet' op staat geschreven. Begin jaren negentig schreef Van Dijk met tekstdichter Jan Boerstoel Hera in Tibet, een eigentijdse versie van een klassiek Grieks godendrama. Ad Bloemendaal, de belangrijkste muze van Martin van Dijk, moest deze musical-opera dragen. Maar Bloemendaal stortte in en daarmee verdween ook Hera van het toneel. Het ministerie van WVS eiste de half miljoen gulden subsidie terug.

Toch heeft Van Dijk de moed niet verloren dat het ooit iets gaat worden met het muzikale Griekse godengezelschap. 'Zo nu en dan peil ik de markt bij impresariaten. Ik weet zeker dat de intelligentsia weer eens gekieteld willen worden, als het platte massa-amusement op zijn retour is. Dan komt Hera uit de kast.'

Van Dijk kan met Harry Bannink tot de grote vernieuwers van het muzikale kleinkunstidioom worden gerekend. Bracht Bram Vermeulen met Neerlands Hoop rock 'n' roll het cabaret binnen, Bannink en Van Dijk voegden daar jazz, soft pop en wereldmuziek aan toe. De botsingen van de traditionele en moderne muziekcultuur is heel mooi hoorbaar in de musical De Zoon van Louis Davids (1983), waarin Martin van Dijk als componist en Karin Bloemen als zangeres zich voor het eerst aan een groot publiek toonden. 'We moesten eindelijk eens af van de psalmencultuur, de voorspelbare akkoordenverschuivingen na een paar zinnen en de Jules de Corte-composities, hoe mooi ze ook waren. Mijn muziek was toen puur Sting avant la lettre.'

Het Drentse Klazinaveen eind jaren vijftig. De 13-jarige Martin van Dijk krijgt na twee jaar pianoles ruzie met zijn leraar en komt daar nooit meer terug. Hij wil zich niet aan strakke muzikale regels houden. Na een optreden op het Loosdrechts Jazzconcours wordt de 16-jarige pianist uitgenodigd in de befaamde talkshow van Willem Duys, Voor de Vuist Weg. Zijn ouders zijn trots, maar nog meer bang en bezorgd.

Van Dijk: 'Mijn vader was ook muzikant, maar is er bijna aan ten gronde gegaan. Hij ging in de jaren dertig met de accordeon op de fiets naar een bruiloftschnabbel. Dan met een stuk in de kraag weer vijftig kilometer terug. Bij thuiskomst was hij al het geld en ook regelmatig zijn accordeon kwijt.'

'Toen ik thuiskwam van het televisieoptreden werd ik rechtstreeks naar een kostschool gestuurd.' Daar is geen piano. Van Dijk raakt er zijn vingervlugheid kwijt, maar niet zijn liefde voor muziek.

Na een paar jaar maakt Van Dijk definitief de overstap naar muziek. Radicaal maatschappelijk muziektheater bij Werk in Uitvoering, blues bij de Harry Muskee Band, cabaret met het trio Martin, Ton & Bommerson en uiteindelijk naar het westen des lands, waar hij zich in 1983 bij De Zoon van Louis Davids in de kijker speelt.

Vanaf dat moment weten de tekstdichters en uitvoerenden hem te vinden. Ondanks de lof die hij in vakkringen krijgt toegezwaaid (Scheveningen Begeleiders-Cabaretprijs, Annie MG Schmidt-prijs voor het lied Iemand moet het doen), is het slecht voor zijn ego dat het publiek hem alleen maar ziet als de pianist. 'Toen ik bij Tip Top, een programma over het joodse vooroorlogse amusement, weer de hele avond tegen de reet van de violiste zat te kijken, wist ik dat ik uit mijn cocon moest stappen.' In de jaren tachtig krijgt Van Dijk bij theatergroep Purper de kans om in het licht te treden.

Inmiddels vormt hij een echt duo met Hans Dorrestijn, getuige hun huidige tweede programma Het naakte bestaan: twee heren, gehard door het leven, zonder de romantiek en humor te verliezen.

Meer over