'Puristen vinden het niks: te luchtig'

Cristina Branco kreeg in Nederland platina voor haar 'fado's' van Slauerhoff. In Portugal is ze omstreden...

'Ja, natuurlijk, dit is Portugees!' Cristina Branco zegt het met zo'n vanzelfsprekendheid, dat wie niet beter weet er geen seconde aan twijfelt. Slauerhoff ís de Portugese fado, die warmbloedige droefgeestigheid in ongrijpbare dichtkunst en peilloos treurige klanken.

Maar Branco zit op deze maandagmiddag nergens anders dan in Leeuwarden, de geboorteplaats van die allesbehalve nuchtere Fries die in Nederland niet wilde leven of sterven. De zangeres deelt die haat niet. Nederland is voor haar een bijzondere plek. Hier had ze haar eerste solistische optreden en is haar eerste plaat, Cristina Branco Live in Holland opgenomen.

En hier, in Theater Romein van Leeuwarden krijgt ze over een paar uur een platina plaat voor haar (in Nederland) 'wereldberoemde' album Branco canta Slauerhoff - een uitzonderlijk wapenfeit voor een niet-popartiest en dan ook nog iemand die zingt in een vreemde en onbekende taal als het Portugees.

Het was de fotograaf José Melo, pleitbezorger van de Portugese cultuur in Nederland die Branco tijdens een gesprek over de gedichten van Camoes en Pessoa op het idee bracht. 'Hij vertelde me over Slauerhoff en diens ongewone stijl. En toen ik hoorde dat deze dichter ook van míjn land had gehouden en het regelmatig had bezocht, was ik meteen geïnteresseerd en wilde meer weten, maar het was allemaal in het Nederlands en ik begreep er niets van.' Een vriendin, de dichteres Mila Vidal Paletti die al meer dan dertig jaar in Nederland woont, vertaalde Slauerhoffs gedichten in wat wellicht zijn geheime moedertaal mag heten.

Cristina Branco zingt de fado, het Portugese levenslied, overigens pas sinds kort. Vijf jaar geleden werkte ze nog aan een carrière in de journalistiek. Fado, vond ze, was maar stoffige en ouderwetse muziek. Dat veranderde toen ze van haar grootvader een plaat van Amalia Rodriguez kreeg en inmiddels geldt ze, vooral buiten haar eigen land, zelf als de enige ware troonopvolgster van Amalia.

In Portugal is haar muziek nog omstreden. 'Puristen vinden het maar niks', zegt Branco: 'te luchtig, andere maatsoorten dan alleen de vierkwartsmaat - geen echte fado dus. 'Wat zij vergeten, is dat ook Amalia een vernieuwer was, die als eerste een brug sloeg tussen de literatuur en het levenslied door gedichten van muziek te voorzien. Maar inmiddels is ze heilig verklaard. Ik moet erom lachen; mijn tijd komt nog wel.'

Diezelfde puristen maken trouwens ook bezwaar tegen de plaatopname van de blinde straatzangeres Dona Rosa uit Lissabon, terwijl dat in feite de oervorm van de fado is. Kennelijk mag Portugal niet geassocieerd worden met 'primitief' en 'achterlijk', constateert Branco. 'Kortzichtig', voegt ze er meteen aan toe. 'Wij Portugezen moeten juist trots op haar zijn!'

Merkwaardig genoeg is de fado buiten Portugal populairder dan in eigen land. Maar Branco ziet wel verandering. 'Er is een jonge generatie luisteraars die de nieuwe fado omarmt omdat die opener en minder somber is. Ik zing werk van eigentijdse dichters en bovendien ben ik beïnvloed door andere genres, zoals de Braziliaanse en de Kaapverdische muziek en de blues. Mijn grote voorbeelden zijn Billie Holiday, Sarah Vaughan en Ella Fitzgerald.

En zelfs in Portugal staan haar platen tegenwoordig in het bakje 'wereldmuziek' en niet bij de fado. Al hoort de fado daar nog niet echt thuis, vindt Branco. 'Het is nog steeds een simpele muziekvorm die alleen bij ons wordt gemaakt. Wonderlijk genoeg heeft nog niemand buiten Portugal zich daaraan gewaagd, maar dat zou wel een nieuwe dimensie toevoegen aan onze muziektraditie. Wie weet komt dat nog.'

Meer over