Puntgave productie is een schoonheid

Mooie, haast dansante vertolking die een volstrekt eigen willetje heeft.

KARIN VERAART

Theater

Moby Dick - Het Concert, van de Veenfabriek/Schauspielhaus Bochum. Naar Herman Melville. Regie: Paul Koek. Tekst: Peter Verhelst. Schauspielhaus Bochum, 18/3 maart. 27/5 en 28/5 in de Stadsschouwburg Amsterdam

veenfabriek.nl

Met zijn rug naar het publiek, hoog en wat naar achteren op het toneel, is hij lange tijd bijna onzichtbaar. Rondom hem, wat lager op de speelvloer is het een drukte van belang: de bemanning van het schip, onverdroten zeelui, stoere walvisvaarders gestoken in bont tegen de kou en ontbering, roeren zich. De reis duurt eindeloos, het doel raakt uit zicht, de melancholie slaat toe. En waar is toch de kapitein, het brein achter deze expeditie? Het begon opgewekt, met een song ('the sea, my destiny') en relaxte moves van muzikanten en acteurs die tezamen de crew van het schip vormen. Maar de muziek gaf het gaandeweg al een beetje aan: het wordt afzien aan boord. Zwoegend gaat het voort. En waarheen?

Voor zijn derde en laatste co-productie met Schauspielhaus Bochum koos Veenfabriekregisseur Paul Koek na het innemende Candide (2010) en daarna Drei Schwestern (2012) voor een muziektheaterbewerking van de klassieke roman van Herman Melville. In deze Moby Dick valt alles op zijn plaats.

Acteurs Reinout Bussemaker en Joep van der Geest zijn soepel ingespeeld op de muzikanten van TRACK (versterkt ditmaal door John van Oostrum), uiteraard geen onbekenden bij de Veenfabriek. Maar ook de drie Duitse acteurs van Schauspielhaus Bochum lijken zich prima in deze productie thuis te voelen. Om te beginnen ziet die er puntgaaf uit. Scenograaf Theun Mosk ontwierp een prachtig scènebeeld, met een donkerblauwe achtergrond voorzien van een ronde schijf, die verandert van een maan in een kajuitraam in een glazen bol waarin op wonderbaarlijke wijze zich een ongewisse toekomst spiegelt. Op met lichtblauwe vloeistof gevulde skippyballen zitten muzikanten, tussen hen door tollen spelers om elkaar heen.

De Vlaamse schrijver Peter Verhelst werd aangetrokken voor de bewerking van het vuistdikke werk, en dat is het volgende goede nieuws. Verhelst (geen onbekende met de theaterwetten) schreef afwisselend puntige en poëtische monologen waarin thema's, analogieën en metaforen uit het boek helder aan bod komen: het leven als een enerverende (zee-) reis met onverwachte gebeurtenissen maar een zeker einde; de aanvechtbare legitimiteit van een hogere macht, verlangen en de consequentie van dat verlangen. Er is een verteller (Bussemaker), een eerste stuurman (Van der Geest, die er een mooie, haast dansante vertolking van maakt), een kapitein (Werner Strenger) en een potvis, in fraai wit gewaad, een verrassende rol van Therese Dörr. Maar de namen Ishmael, Starbuck of Ahab - ze vallen niet.

Moby Dick - Het Concert heeft in die zin een eigen willetje. De muziek, zoals gebruikelijk bij Veenfabriekstukken en deze musici, heeft een eigen plaats en is niet primair ondersteunend (Moby staat ook in de Operadagen Rotterdam). Ze swingt en zwoegt, pompt en kirt of krijst; soms denk je in de verte Seerauber Jenny uit Brechts en Weils Dreigroschenoper te horen. En dan, aan het eind, verschijnt de kapitein. In Koeks/Verhelsts versie gaan we hiermee terug naar vóór het begin van het boek: de kapitein heeft beide benen nog. Voor even kun je je eigen einde denken. Wat een schoonheid van een voorstelling.

undefined

Meer over