PUNK LEEFT

Toen de platenmaatschappijen besloten dat punk mocht doorbreken, was dat tegelijk het begin van het einde. Punk werd al snel èn modieus èn extreem èn decadent....

Punk is duizend doden gestorven en weer kiplekker onder ons. In vele gedaantes zijn de golven en golfjes komen aanrollen en weer weggespoeld - no future werd anarcho, oi!, neo, hardcore, en for fun. Maar één ding staat vast: de oorsprong ligt in Londen.

Niet? Oké, in New York dan. Ook goed.

Wie in elk geval een dikke vinger in de pap heeft gehad, is Malcolm McLaren, de Britse dandy die met Vivienne Westwood fetisj-modewinkel SEX op King's Road dreef en manager werd van The Sex Pistols. McLaren, gek op fifties-rock 'n' roll en alles wat uitsteekt boven gewoontjes, raakte halverwege de jaren zeventig tijdens een trip naar New York in de ban van de ultrakorte liedjes, de rauwheid en de vunzige sex-appeal van The New York Dolls. Zo'n band miste hij in Engeland.

'Malcolm wilde dat ik met hem meeging naar Londen als zanger van een nieuw te vormen band', zegt Richard Hell in de onlangs door de BBC uitgezonden Arena-documentaire Quatermass, Punk and the Pistols. Hij maakte even deel uit van New York Dolls-afsplitsing The Heartbreakers en begon later Voivoids. 'Maar ik had er geen zin in, dus heeft hij alles wat wel transportabel was gebruikt: de haarsnit, de kleren, de hele stijl.'

John Lydon, alias Johnny Rotten, in dezelfde documentaire: 'Gestolen? Welnee. Mijn indruk van New York in die tijd was: een stelletje over het paard getilde zogenaamde dichters die kreunden bij een derderangs versie van rock 'n' roll. Geen vorm, geen stijl. But you know, people try and grab whatever glory they can to make themselves seem more important.'

En daarmee is weer eens fijntjes de oorspronkelijkheidsclaim getekend waar elke avantgardegroepering last van heeft, maar de punk wel in het bijzonder: wie was eerst, wie was echt en wie namaak - weekend-, mode- of consumptiepunk?

In Nederland wilden de jongelui aanvankelijk nog niet zo hard lopen. Londen was al lang en breed aan het pogoën toen de lezers van muziekkrant OOR Songs in the key of life van Stevie Wonder als beste buitenlandse lp aanwezen in hun populariteitspoll (9 maart 1977).

En wat vonden de OOR-lezers nog meer van goede smaak getuigen? The Eagles, Steve Miller, Genesis, Jackson Browne, Bob Dylan, Van der Graaf Generator en Roxy Music. Johnny Rotten stond in zijn uppie, zonder band, ook hoog genoteerd: op nummer drie in het lijstje 'gehaat', achter Vader Abraham en George Baker.

Die zomer, de zomer waarin Elvis naast zijn wc-pot de laatste adem uitblies, moet het zijn gebeurd: de algehele ommezwaai, de bekering tot de new wave of punkmusic die alle oude muziek tijdelijk overbodig maakte. Want toen Never mind the bollocks, here's the Sex Pistols uiteindelijk verscheen in november van dat jaar kwam de plaat meteen op één binnen in OOR's 'elpee-oase' (samengesteld door de redactie), vóór Talking Heads, Stranglers, Richard Hell, The Boys en Ian Dury.

Zelfs de redactie van OOR, stevig verankerd in de jaren zestig, had zich gewonnen gegeven. Dat was voor een deel te danken aan de niet aflatende punklobby van verslaggever Peter van Bruggen, tegenwoordig werkzaam als presentator van The Breakfast Club op radio 3. Hij was degene die de mooiste quote van Rotten ever zou noteren: 'Liefde? Dat is iets wat je voor een poes of een hond voelt'.

In 1976 was hij in Londen voor een interview met Phil Manzanera. Die zei dat hij die avond daar en daar naartoe moest gaan, daar zou een band spelen waar veel over te doen was. Van Bruggen, gepokt en gemazeld, wist niet wat hij zag. 'In dat zaaltje, ik geloof dat het de Notre Dame Hall was, heerste echte opwinding, heel fris, het was alsof al die mensen een geheim met elkaar deelden.' En op het podium stonden The Sex Pistols.

Als een gek begon Van Bruggen foto's te maken van het publiek, iets wat hij normaal nooit deed. Weer thuis duurde het een week of vier voordat hij het resultaat terugkreeg van de ontwikkelcentrale. 'En inmiddels wist ik ook wie ik had gefotografeerd. Zo snel ging dat. Er zat bijvoorbeeld een jongen bij die een notenbalk in zijn haar had geverfd, dat bleek Billy Idol te zijn. Een anoniem meisje was Siouxsie van The Banshees.'

Van Bruggen had het licht gezien. 'Ik was zo enthousiast dat ik het er altijd over wilde hebben. Zelfs toen ik George Harrison moest interviewen. Reden we in een limousine door Amsterdam en ik maar over punk praten, totdat we over een gracht kwamen: daar, wees hij, had hij nog met The Beatles gevaren.'

Hìj haalde de Pistols plus apparatuur van Schiphol met zijn Volkswagenbusje toen ze in januari 1977 in Paradiso kwamen spelen. 'Straatschoffies waren het. Als je met hen ging eten, moest je dondersgoed oppassen wie er opstond en naar de wc ging, anders bleef je als enige over en dan moest jij betalen.' Hìj was één van de eersten die The Damned, The Ramones en The Clash interviewden, maar door de punkliefhebbers werd hij uitgekotst.

Van Bruggen (37): 'Ik werd als een autoriteit gezien. Dat woord alleen al, punk en autoriteit waren natuurlijk met elkaar in tegenspraak. En ik schreef voor OOR. OOR was establishment, dus ik was fout. Er waren punkblaadjes die elke maand weer schreven hoe ik zou worden vermoord.' In Aambeeld, het Enschedese fanzine, werd zelfs zijn telefoonnummer thuis in Zutphen afgedrukt, 'dan kun je hem direct al te lijf gaan'. Want: 'Niets maar dan ook niets begrijpt die eindeloze zakkenwasser ervan'.

Punks hadden meteen allemaal hanekammen en zwarte leren jekkies en ze wasten zich niet. Dat is het beeld dat de scholier van nu in zijn kop heeft, merkt dichteres Diana Ozon (36) als ze op scholierenbijeenkomsten voorleest. 'Ze hebben geen idee. Je had geen geld voor een leren jas. Als je er al een had, dan kwam die van het Waterlooplein. Getailleerd en met een puntkraag. Broeken hadden nog wijde pijpen. Te grote herenpakken konden ook, daar droeg je dan een stropdas bij die op half zeven hing. En dan een veiligheidsspeld door je wang of een bliksemschicht erop getekend met oogpotlood - of DOOD of een kruis, het liefst ondersteboven: om de christenen schrik aan te jagen. En schrik joegen we aan.'

Wat schoorvoetend begon, werd weldra een lawine 'die naar mijn gevoel culmineerde op de barricades van de Vondelstraat. Of cul-mi-neer-de, zo'n woord mocht niet, dat was intellectueel.'

Op 1 mei 1977 speelde The Damned in Paradiso. In het voorprogramma stonden vier Eindhovense jongens in piekfijne pakjes: The Flyin' Spiderz. 'Alle vier een zwarte broek en een zwart giletje', zegt Guus Boers (45), destijds de zanger van de band. 'Pieter Meulenbroeks van het Dynamite-label had ons meegenomen naar de kleermaker.'

Als vast huisorkest van de Eindhovense kroeg Heaven en Hell waren ze in 1975 begonnen. En daar had Meulenbroeks hen 'ontdekt'. Boers: 'Wisten wij veel wat voor band The Damned was. Wat wij deden, noemden we pubrock. Zij speelden sowieso drie, vier keer zo hard als wij. De drummer stak zijn bekkens in brand, het was totale anarchie op het podium en wij waren meteen verkocht.'

Op het moment dat Never mind the bollocks in de platenwinkel arriveerde, verscheen een paginagrote advertentie in OOR van EMI. Op een damesdijbeen zat een dikke spin: Nederpunk rukt op. Verwacht: The Flyin' Spiderz, nu per plaat! Dynamite was over de kop gegaan en de grote maatschappijen waren er inmiddels wel achter dat ze niet met de armen over elkaar konden blijven zitten.

Peter van Bruggen: 'Punk was niks, moest ik altijd horen op recepties van platenmaatschappijen. Kreeg ik ineens thuis een telefoontje van zo'n directeur, vanaf een conferentie in Parijs: ''Peter, ik heb goed nieuws voor je. We hebben besloten dat de punk doorbreekt.'' Dat was natuurlijk het begin van het einde.'

Bij EMI hoefden ze geen noot te horen, zegt Boers. 'Ze vroegen wel wat onze filosofie was. Herrie maken, zeiden we, en flink tekeer gaan op het podium. Toen was het goed.' Maar van het punk-etiket waren de Eindhovenaren feitelijk niet zo gecharmeerd. 'Heftig optreden vond ik heerlijk, maar de sfeer was minder. In Paradiso was het de gewoonte om spuiten met pis te vullen op de wc, dan kreeg je de volle laag. En je zag toen al die polarisatie tussen extreem rechts en links ontstaan. Ik ben regelmatig zonder reden in elkaar getremd door motorboys. Dus ik vond dat we op een gegeven moment een keuze moesten maken. Wij maakten muziek, met politiek hielden we ons niet bezig.'

Punk werd èn modieus èn extreem èn decadent. Het is niet voor niets dat sommigen zich schamen voor dat verleden, zegt Diana Ozon. 'Ik was een half jaar weggeweest en ineens was iedereen aan de heroine.' Daarnaast speelt ook de teleurstelling omdat zo bitter weinig is veranderd een rol. Een punkrevival? Dat is dan de zoveelste. 'En jongeren hebben nog steeds geen werk en geen huis'.

Haar heeft het 'no future-gevoel' juist nu weer stevig te pakken. Ze wordt binnenkort 'ontruimd' en ze weet nog steeds niet waar ze naar toe moet. Daar waar ze haar halve leven al woont, komen dure koopappartementen. Het was niet alleen de plek van het ondergrondse galerietje Ozon dat haar haar pseudoniem bezorgde: punkclub DDT 66 zat er en ook De Koekrand (Qoe Qrant, Koeckrant), spreekbuis van de punk- en kraakbeweging, werd er gemaakt.

Ozon is weer ouderwets boos, voor Guus Boers zijn de betere tijden aangebroken. Als een ster werd hij onlangs in de kleedkamers van de Effenaar onthaald. De jongens van Gas Huffer en Chrome Cranks wilden zo graag kennismaken met de zanger van de fameuze Flyin' Spiderz. 'Zat ik daar na afloop van dat concert onze oude nummers met die Amerikanen te zingen.' Hij heeft EMI al gebeld: wordt het niet eens tijd dat die eerste lp op cd verschijnt? Geen slecht idee, vond EMI. 'Maar George Baker is eerst nog aan de beurt.'

Meer over