Reportage

Puinruimen doen ze zelf in de Gazastrook

De inwoners van Beit Hanoun hebben niks te verwachten van Israël, Fatah of Hamas. Daarom nemen ze zelf het heft in handen om hun stukgeschoten huizen op te ruimen.

De Palestijn Ahmad Atawneh staat tussen de puinhopen van zijn woning in de Gazastrook. Beeld Adel Hana / AP
De Palestijn Ahmad Atawneh staat tussen de puinhopen van zijn woning in de Gazastrook.Beeld Adel Hana / AP

'Wij willen cement.' Eisen betogers van Hongkong tot Hongarije democratie en vrijheid van meningsuiting, in de Gazastrook gaat het om een eerste levensbehoefte: een dak boven je hoofd. In Beit Hanoun, een gemeente met bijna 30 duizend inwoners aan de grens met Israël, schreeuwen de Palestijnen letterlijk om hulp.

'Kom dit met je eigen ogen zien', roept een vrouw met een megafoon, staand op de metershoge brokstukken van wat eens een vier verdiepingen tellend huis was. Ze richt zich tot de Palestijnse leiders, president Abbas en premier Hamdallah, maar eigenlijk tot de hele wereld. Na de 50 dagende durende 'zomeroorlog' doneerde de internationale gemeenschap, althans op papier, een bedrag van ruim vier miljard euro voor de wederopbouw van Gaza.

Maar de noodzakelijke bouwmaterialen blijven uit. Tot dusverre staat Israël slechts mondjesmaat de import van cement, staal, bakstenen en grind toe. Vooral uit angst dat het materiaal door Hamas wordt gebruikt voor de herbouw van vernietigde 'terreurtunnels' die onder Israëlisch grondgebied waren gegraven.

'Israël, open de grenzen. We willen onze huizen opbouwen', klinkt het door de megafoon. Als de vrouw uitgesproken is, verspreiden tientallen demonstranten zich over de stad - of wat er nog van over is. Volgens het Palestijnse persbureau Ma'an zijn in Beit Hanoun 1.500 huizen verwoest en een even groot aantal ernstig beschadigd. De grensplaats is een van de zwaarst getroffen gebieden. Niet alleen door luchtaanvallen, maar ook door vuur van tanks die vanuit het noorden en oosten het stadje binnentrokken.

Geen geld

Bewoners klampen en paar internationale hulpverleners en een enkele buitenlandse journalist aan. 'Hoe komen mijn familie en ik de winter door?', vraagt de 64-jarige Salman Mohammed Abu Oda zich vertwijfeld af. 'Ons huis, waar we met zestig mensen woonden, is kapot geschoten. Mijn acht zoons - allemaal getrouwd, allemaal met kinderen - hebben net als ik een appartement moeten huren. Maar binnenkort kunnen we dat niet meer betalen. Moeten we dan op straat slapen? Het gaat regenen, het wordt koud.'

Yosvi Mahmoud al Kafarna (35) heeft onderdak gevonden in een gemeentelijke school. Hij laat het klaslokaal zien waar hij met zo'n dertig mannen, vrouwen en kinderen leeft. Er is net een stapel matrassen geleverd, en de verbrijzelde ruiten zijn vervangen. Maar daarmee is het 'goede nieuws' wel verteld. 'We zitten boven op elkaar. De meesten hebben last van huidaandoeningen, omdat we met zovelen zijn. Er is geen verwarming', zegt hij.

Zijn moeder, de 60-jarige Labeba, woont hier ook. Evenals haar man, 'die aan psychische problemen lijdt'. Hij zou eigenlijk moeten worden opgenomen, 'maar daar is geen geld voor'. Een arts en een paar verplegers houden in de gaten of er geen ziekten uitbreken in de overvolle, door daklozen bewoonde school. 'Als dat wel gebeurt, is het nog maar de vraag of we aan medicijnen kunnen komen', zegt een verpleegkundige.

Puinruimen Beeld anp
PuinruimenBeeld anp

Toevluchtsoord

De directeur van de school oefent volgens de bewoners druk op hen uit om te vertrekken, maar niemand weet waarheen. De Gazastrook telt 100 duizend ontheemden, op een bevolking van 1,8 miljoen. Ook andere scholen in Beit Hanoun bieden noodgedwongen huisvesting. 'Het is moeilijk om te leren tussen al die mensen', zegt de 12-jarige Ahmed Shabaf. Hij gaat sinds een paar weken naar de deels opgeknapte VN-school die eind juli onder vuur kwam te liggen. Zeker 15 Palestijnen kwamen om, zo'n 200 personen raakten gewond.

De school was een toevluchtsoord voor honderden mensen die hetzij hun huis hadden verloren, hetzij aan het oorlogsgeweld probeerden te ontkomen. Een speciale VN-commissie zal onderzoek doen naar de beschietingen van de school en andere VN-complexen, waaronder ziekenhuizen.

De VN heeft na het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas, eind augustus, een belangrijke rol toebedeeld gekregen bij de wederopbouw van Gaza (zie inzet). Een Ierse hulpverlener, Derek Graham, heeft er een hard hoofd in. Hij spreekt schande van 'de VN-bureaucratie' die ook nog eens 'volstrekt afhankelijk is van de goede of kwade wil van Israël.' Graham, die met zijn vrouw Jenny de kleinste hulporganisatie van Gaza vormt, heeft net een waterput en een opslagplaats voor schoon drinkwater opgeleverd in Umm al Nasser, een dorp met 5.000 inwoners bij Beit Hanoun. 'Met dank aan Palestijnse vrijwilligers en donaties van particulieren in het buitenland, zonder gedoe met officiële instanties.'

Wachten op bouwmateriaal

Vanaf deze week krijgen 25 duizend huiseigenaren in Gaza bouwmateriaal voor herstelwerkzaamheden. Dat is de kern van een afspraak die de speciale VN-gezant voor Gaza, de Nederlandse diplomaat Robert Serry, heeft gemaakt met de Palestijnse autoriteiten en Israël. Wie er voor de (soms ook financiële) hulp in aanmerking komt, is nog onduidelijk. VN-waarnemers moeten erop toezien dat er alleen civiele projecten worden uitgevoerd. Projecten ter waarde van tientallen miljoen euro's liggen ter goedkeuring bij de Israëli's. Tot nog toe hebben slechts zo'n duizend Gazanen bouwmateriaal ontvangen.

De Gazastrook: een grote puinhoop. Beeld anp
De Gazastrook: een grote puinhoop.Beeld anp

Heft in eigen handen

Graham hekelt ook het gebrek aan daadkracht van de Palestijnse regering van 'nationale consensus', gevormd door de Fatahpartij van president Abbas en de machthebbers van Hamas in Gaza. Zo heeft Hamas beloofd wooncontainers neer te zetten bij de plek waar de demonstranten zich hebben verzameld. Er staat een groot bord met de portretten van martelaren, omgekomen Hamasstrijders, maar dat is alles. De locatie is niet meer dan een grote zandbak die bij de eerste regenbui verandert in een modderpoel.

Inwoners van Beit Hanoun hebben daarom het heft in eigen handen genomen. Met eenvoudige gereedschappen als schoppen, tangen en zelfs bezemstelen, wrikken gespierde jongemannen staaldraad uit een reusachtige puinhoop. 'Dat spul levert veel geld op, waarmee nieuwe huizen kunnen worden gebouwd,' zegt Graham.

Zonder bulldozers, hijskranen en vrachtwagens is puinruimen een onmogelijke klus. Laat staan wederopbouw. Aan transportmiddelen ontbreekt het evenzeer als aan bouwmaterialen. Een vroegere VN-functionaris in Gaza zei tegen de Arabische zender Al Jazeera dat de wederopbouw, als het tempo niet wordt opgevoerd, achttien jaar kan duren. Vooropgesteld dat er niet opnieuw oorlog uitbreekt - de afgelopen zes jaar was de Gazastrook drie maal een slagveld.

Meer over