Puccini, Tosca (1900, verhaal speelt in 1800)

Tweede acte

In het appartement van politieofficier Scarpia in Pallazzo Farnese, Rome


Vissi d'arte, vissi d'amore,


non feci mai male ad anima viva!


(Ik leefde voor kunst, ik leefde voor liefde / nooit heb ik een levende ziel kwaad gedaan!)


Tosca's minnaar wordt gemarteld, en de kwaadaardige politieofficier Scarpia die het laat gebeuren staat voor haar. E avanti a lui tremava tutta Roma! Voor zijn aangezicht beefde heel Rome. Een monsterverbond moet de mooie Tosca met hem sluiten: als zij zich aan hem geeft, zal haar geliefde gespaard blijven. Haar klaagzang is een van de mooiste in de opera, het volgende moment een van de meest dramatische: als Scarpia haar nadert met het contract, doorboort ze zijn hart met een mes. De levenloze Scarpia ligt op de grond, en het echte drama moet nog maar beginnen.


Drama op zijn scherpst. Hooguit één verschil is er met het huidige Hollywood: in Hollywood lopen films tegenwoordig weer goed af. Zo niet in de opera van de 19de eeuw. Als je denkt dat het zielig is, wordt het nog zieliger. Van de opera krijg je altijd de geruststelling dat het met jouw leven nog wel meevalt. Er was geen Italiaan die Tosca niet kende, het was het drama van het echte leven, voor de echte mensen. Moeders floten Vissi d'arte terwijl ze de was binnenhaalden, de marktlui haalden uit met E lucevan le stelle. Opera was bedoeld om dichtbij te staan: tot de 20ste eeuw werden in Nederland Mozart en Johann Strauss gewoon vertaald. Je ging naar de opera om mensen te ontmoeten - lange tijd mocht er naar hartelust tussendoor worden gebabbeld. Als er een aria werd ingezet, viel het publiek weer even stil. Pas met de opkomst van het regietheater, vanuit Duitsland, kwam er afstand tot het 'gewone' operapubliek. Opera werd chic. En, vreemd genoeg, niet meer van het volk.


Meer over