Publieke omroep heeft vele taken

Onder critici bestaat het taaie misverstand dat de echte publieke omroep serieus, hoog-cultureel en intellectueel moet zijn. Maar dat is strijdig met haar wettelijke opdracht, constateert Peter Dirks....

Peter Dirks

Twee op het oog gedegen kritische beschouwingen wijdde de Volkskrant in de laatste dagen van 2002 aan de publieke omroep. In beginsel beschouwen wij dat als een eer, ware het niet dat Francisco van Jole (Media, 21 december), op klassieke wijze in zijn eigen zwaard valt, terwijl A.C.A. Dake (Forum, 30 december) vanuit een merkwaardig vertrekpunt redeneert.

Hun gezamenlijk misverstand, het moet een beetje tussen de regels uit gehaald worden maar het stáát er wel impliciet, is dat 'publieke omroep' hetzelfde is als serieuze, hoog-culturele en intellectuele omroep. Van Jole heft Studio Sport op 'omdat het een kijkcijferrecord vestigde'. Waarom hij dezelfde redenering niet aanhoudt voor koninklijk lief en leed, lijsttrekkersdebatten of de intocht van Sinterklaas, is gissen. Dake brengt zijn visie eveneens versluierd, zodat die wat lekkerder in het gehoor komt te liggen: haal alle krenten uit de pap van de publieke omroep zodat deze een 'beperkte, specifieke taak' overhoudt, wat volgens Dake gelijkstaat aan 'echte publieke omroep'.

Beide heren gaan aldus voorbij aan de brede opdracht die de publieke omroep heeft gekregen van de wetgever; het brengen van amusement en de verslaggeving van sportevenementen behoren simpelweg tot onze wettelijke táken. Dit beginsel gaat niet alleen op voor de publieke omroep in Nederland: ook 'Europa' erkent de legitimiteit van breed geprogrammeerde, publiek gefinancierde radio en televisie.

Van Jole maakt zich verder schuldig aan de gedachtekronkel waarin medium en berichtgeving worden verwisseld: sport is commercieel geworden en dat komt door de publieke omroep. Misschien bedoelt hij het andersom: de sport is commercieel geworden en daarom hoort het niet meer bij de Publieke Omroep. Hoeveel jaren is er nu al beroepssport in Nederland? Gaat Van Jole nu zo ver te beweren dat beroepssport geen journalistieke relevantie heeft? Hij durft wel te beweren dat de publieke omroep op een avond als 11 september zo 'horkerig' was om op één van zijn drie netten het voetbal te laten doorgaan (klopt, zoals overigens ook in andere Europese landen gebeurde; maar waarom niet vermeld dat wij de twee andere netten geheel voor de aanslag op New York vrijmaakten?). Zulk soort horkerigheid zouden 'de commerciëlen' volgens Van Jole wel uit het hoofd laten, 'omdat adverteerders het niet willen'. Dank je wel Francisco, een beter argument voor een stevige, onafhankelijke publieke omroep had je bijna niet kunnen geven.

Ook feitelijk onjuist is de opmerking van Dake dat Nederland 1, 2 en 3 worden 'gedreven door kijkcijfers'. Als er nou één verschil is met de commerciële omroep, dan is het juist dát. Dat wij desalniettemin aan gezonde kijkcijfers waarde toekennen (wat iets anders is dan er op te drijven) heeft te maken met onze opdracht: programma's brengen voor zowel een 'breed' publiek als voor kleinere doelgroepen (artikel 13 Mediawet). Zoals verwacht mag worden van een publieke organisatie die 'van iedereen, voor iedereen' is.

Nog een onterecht verwijt van Dake is de 'oneerlijke concurrentie via de STER'. De reclame bij de publieke omroep is beperkt tot 6,5 procent van de zendtijd tegen 15 procent bij de commerciële omroepen. Zijn verwijt wordt ook niet gerechtvaardigd door de feitelijke omzet van de STER: in 1989 217 miljone euro, in 2001 197 miljoen euro. En dat in een markt voor tv-reclame die in dezelfde periode 'boomde' van 226 miljoen euro naar 681 miljoen euro. En tot slot is reclame een maatschappelijk en economisch fenomeen. De wetgever zag dat destijds in, koos ervoor de publieke omroep geen reservaat te laten zijn en van reclame gebruik te maken om de lasten voor de burger een beetje te beperken.

Waar Dake het vandaan haalt dat het tijd wordt dat 'het experiment met een zelfstandige Nationale Omroep' is mislukt, is ons een raadsel. Er ís helemaal geen experiment van dien aard, nooit geweest ook. Wél is er nog maar vier jaar geleden een wet van kracht geworden die het belang erkent van een pluriforme publieke omroep in een klein land als Nederland, waar deelmarkten te klein zijn om commercieel te exploiteren; zie ook wat er bij de dagbladpers aan de hand is. Die zorg van de overheid is dus wel heel terecht.

Meer over