Publiciteitsgenie

ER ZIJN steeds meer schrijvers met mediatalent, maar Donna Tartt verslaat ze allemaal. En dat terwijl ze, naar verluidt, hartstikke verlegen is....

Donna Tartt werd in 1963 geboren in het dorpje Greenwood, Mississippi, als dochter van een plaatselijke politicus. Ze groeide op in een groot huis in Grenada, in dezelfde staat - een stadje dat ze achteraf 'Sleepytown' noemde -, en was bijna voortdurend omringd door oudere mensen, vooral tantes die zich steeds met haar opvoeding bemoeiden. Als kind was ze vaak ziek en bracht ze de tijd door met lezen. Op haar vijfde schreef ze haar eerste gedicht.

Acht jaar later, op haar dertiende, verscheen er voor het eerst iets van haar in druk: een plaatselijk tijdschrift publiceerde een sonnet van haar. In 1981 ging Tartt studeren aan de University of Mississippi in Oxford, de plaats die vereeuwigd werd door de allergrootste van alle zuidelijke Amerikaanse schrijvers, William Faulkner. Op 'Ole Miss', zoals de universiteit in de volksmond heet, maakte ze kennis met writer-in-residence Willie Morris. Volgens een telkens terugkerende anekdote stelde hij zich persoonlijk aan haar voor met de woorden: 'Mijn naam is Willie Morris en ik vind je een genie.'

Morris en collega-auteur Barry Hannah, die eveneens aan 'Ole Miss' doceerde, adviseerden Tartt haar schrijftalent verder te ontwikkelen aan Bennington College in Vermont. Daar ontmoette ze onder anderen, via een blind date, Bret Easton Ellis. De twee wisselden manuscripten uit (we schrijven 1982: de aankomende auteurs waren onlangs begonnen aan wat The Secret History en Less Than Zero zou worden) en volgden college bij een charismatische docent Grieks, Claude Fredericks. Bennington College zou later de inspiratie vormen voor Hampden College uit Tartts debuut, en Fredericks voor de (aanzienlijk minder goedaardige) Julian Morrow, van wie een groepje studenten zo vreselijk in de ban raakt, met alle dramatische gevolgen van dien.

Op advies van Ellis wendde Tartt zich tot de befaamde literair agente Amanda 'Binky' Urban. In 1991 verkocht Urban de publicatierechten van het manuscript waaraan Tartt acht jaar had gewerkt, aan het gereputeerde New Yorkse uitgevershuis Alfred A. Knopf, waar de al even gereputeerde Gary Fisketjon het boek redigeerde.

Het jaar daarna veroverde Tartt stormenderhand de wereld met haar debuut The Secret History, een combinatie van een spannende plot en een hoop boekenwijsheid. Sommigen (onder wie ondergetekende) vonden de roman, ondanks de onmiskenbare spanning en eruditie, gebukt gaan onder een hoog 'kijk mij eens'-gehalte, maar getuige de gigantische verkoopcijfers (in Nederland alleen al 770 duizend exemplaren) kan dat niet anders dan een minderheidsstandpunt worden genoemd.

Met wereldwijde miljoenenverkopen en een internationaal lezerspubliek dat aan haar voeten lag en smeekte om een tweede boek, deed Tartt precies wat ze vanuit publiciteitsoogpunt moest doen, namelijk: niets. Althans, zo leek het. Ze publiceerde wel enkele verhalen en andere bijdragen in The New Yorker, GQ, Harper's Bazaar en The Oxford Mississippian, maar dat tweede boek kwam er maar niet. Bovendien was Tartt op zijn zachtst gezegd terughoudend tegenover de pers en zwijgzaam waar het haar privé-leven betrof. Dit droeg onmiskenbaar bij tot het opduiken van wilde verhalen en mythevorming.

Het meest gehoorde gerucht luidde dat Tartt aan het 'tweede roman-syndroom' leed. Dat klonk plausibel, want er waren voorbeelden genoeg van auteurs wier eerste roman een gigantisch succes werd en die vervolgens niet tot een tweede konden komen. Alleen al het Amerikaanse Zuiden levert met Margaret Mitchell (Gone With The Wind, 1936), Ralph Ellison (Invisible Man, 1952) en Nelle Harper Lee (To Kill A Mockingbird, 1960) voorbeelden van auteurs die aan hun eerste succes nooit een vervolg konden geven. (Van Ellison verscheen postuum de onvoltooide roman Juneteenth.)

Toen uiteindelijk eerder dit jaar bekend werd dat Tartt deze herfst dan toch met een nieuwe roman zou komen, The Little Friend, rekende New York Magazine zijn lezers voor dat ze de afgelopen jaren gemiddeld 47 woorden per dag had geproduceerd. De schrijfster zag ondertussen geamuseerd toe dat het goed was, ging naar de kapper en liet de extreem gestileerde foto van 'het product Tartt' maken die je momenteel overal ziet.

In De kleine vriend (The Little Friend verschijnt pas volgende maand) keert Donna Tartt terug naar de staat waar ze werd geboren en opgroeide. Het boek is gesitueerd in het stadje Alexandria, Mississippi, aan de muzikale verwijzingen (Osmonds, Bay City Rollers) te zien ongeveer halverwege de jaren zeventig, toen Tartt zo'n beetje de leeftijd had van haar twaalfjarige hoofdpersoon, Harriet Cleve Dufresnes. Toen Harriet nog een baby was, stierf haar broertje Robin. Op moederdag werd het zielloze lichaam van het negenjarige jongetje aangetroffen, opgehangen aan een boom in de tuin van zijn ouderlijk huis. Er is nimmer een dader of een motief gevonden. Zelfs de vraag of de jongen door ophanging om het leven was gekomen, of eerst was gewurgd en vervolgens opgehangen, kon niet eenduidig worden beantwoord.

Als Harriets onderwijzer op de laatste dag van het schooljaar een godvruchtige toespraak houdt waarin hij het belang benadrukt om een doel te hebben in je leven, besluit Harriet dat het haar doel zal zijn de moordenaar van Robin op te sporen. Ze heeft er de hele schoolvakantie de tijd voor. Al snel meent ze de moordenaar te hebben gevonden. Een van Robins toenmalige klasgenootjes, Danny Ratliff, heeft namelijk indertijd beweerd dat hij de moordenaar was. Naarmate ze via Ida, de zwarte huishoudster van het gezin, meer over Danny te weten komt, raakt ze sterker overtuigd van zijn schuld. Danny maakt deel uit van een white trash-familie, woont in een trailer park en is net als twee van zijn broers veroordeeld wegens criminele activiteiten.

Samen met haar vriendje Hely smeedt Harriet een plan. Ze heeft inmiddels besloten dat ze Danny wil vermoorden. Maar hoe? Met gifslangen, besluit ze. Die zijn in Mississippi immers volop aanwezig. Bovendien ontdekt ze dat een van Dannys broers omgaat met iemand die slangen heeft, waaronder de uiterst giftige Indiase cobra.

Hoewel De kleine vriend een literaire thriller is genoemd, is de plot het minst sterke aspect van het boek. Maar dit valt al lezend niet meteen op, dankzij de bekwame karakterisering en de overtuigende sfeer- en milieubeschrijvingen. De familie waarvan Harriet deel uitmaakt - het suffige zusje, de zwakke moeder, de afwezige vader, de strenge grootmoeder, de maffe (oud)tantes, de zorgzame maar ook rancuneuze huishoudster - wordt met veel stilistisch vertoon tot leven gewekt. Ieder heeft zijn eigen, onmiskenbare stemgeluid. De gesprekken van de Ratliffs in de poolhal en elders klinken zo authentiek als je maar kunt wensen. De broeierige sfeer van Mississippi en de mistroostige smerigheid van de maatschappelijke goot worden bijna net zo meeslepend en verstikkend neergezet als in Cormac McCarthys meesterlijke roman Suttree, die op dat gebied het ultieme ijkpunt is.

Op grond van deze kwaliteiten kun je je goed voorstellen dat Tartt bijna tien jaar aan haar nieuwe roman heeft gewerkt. Dat zie je ook aan de motieven die door het hele boek spelen en die op een subtiele manier naar elkaar verwijzen, waardoor de roman een geweldige structurele hechtheid krijgt. Wanneer een personage in een bloedstollende scène tegen het einde van het boek 'als een vleugelloze vogel' in het water ploetert en probeert te overleven, is dat ruim vierhonderd pagina's eerder voorbereid in een niet minder bloedstollende scène waarin Harriet een merel die in gesmolten teer verstrikt is geraakt, ongewild vleugelloos maakt. Wanneer in een andere cruciale scène honden worden doodgeschoten, is dat al eerder gebeurd in het boek over kapitein Scott dat Harriet leest (en dat volgens haar een persoonlijke boodschap voor haar bevat). Ook telt het boek op allerlei niveaus, van plot tot motievengebruik, vooruitwijzingen. De kleine vriend is een roman waarop een hele generatie literatuurstudenten zich kan stukbijten; en dat terwijl het boek veel minder 'literatuurderig' leest dan De verborgen geschiedenis.

Maar hoe overtuigend de personages ook zijn, hoe hecht de structuur, hoe knap de sfeerbeschrijvingen: het grandioze meesterwerk dat het links en rechts is genoemd, is De kleine vriend niet. Wanneer je, na de onderdompeling in alle stilistisch geweld, even wat afstand neemt, moet je constateren dat de plot - die Tartt in dit boek opnieuw een belangrijke plaats toekent - een aantal jammerlijke haperingen bevat. Want zo overtuigend als Harriets karakter wordt geschetst, zo ongeloofwaardig zijn soms haar handelingen en haar redeneringen. Ook sommige wederwaardigheden van andere personages, bijvoorbeeld in de genoemde watertorenscène, doen nu en dan een stevige aanslag op de goedgelovigheid van de lezer. Bovendien kent de spanningsboog in dit boek wel een erg vlak en langgerekt middendeel, en worden de verwachtingen van met name de thrillerlezer op een belangrijk punt niet ingelost.

Maar toch: wat overblijft is een intrigerend boek vol moedwil en misverstand, waarin hoofdpersoon Harriet in enkele weken tijds een indringende rite de passage doormaakt. 'Ze was dingen te weten gekomen die ze nooit had geweten, dingen waarvan ze geen idee had gehad, en toch was dat op een vreemde manier de verborgen boodschap van kapitein Scott: dat victorie en fiasco soms een en hetzelfde waren.'

Victorie of fiasco: voor haar vriendje Hely blijft Harriet een genie. Maar dat woord wordt vaker lichtvaardig gebruikt.

Meer over