Psychologische test bij wapenvergunning moet tweede Alphen voorkomen

Tristan van der Vlis schoot in april 2011 zes mensen en zichzelf dood in winkelcentrum de Ridderhof in Alphen aan den Rijn. Hij had een wapenvergunning. Om dergelijke tragedies in de toekomst te voorkomen, wil minister Ivo Opstelten (VVD) van Veiligheid de regels voor het verlenen van een wapenvergunning aanscherpen. Ook huidige vergunninghouders zullen de nieuwe screening moeten ondergaan.

Joost de Vries
Een man schiet met een revolver op een schietbaan van schietsportvereniging SV 't Groene Hart, waar Tristan van der Vlis lid van was. Beeld anp
Een man schiet met een revolver op een schietbaan van schietsportvereniging SV 't Groene Hart, waar Tristan van der Vlis lid van was.Beeld anp

De screening voor een wapenvergunning wordt strenger, schrijft de minister. Wie een wapen ambieert moet zelf 'actief informatie leveren' over het volgen van veiligheidseisen. De bewijslast wordt omgedraaid: de wapenliefhebber moet zelf aantonen dat hij of zij de verantwoordelijkheid van een wapen aankan.

Een (aspirant-)jager of sportschutter moet straks onder meer zijn verzoek in persoon indienen. In het verleden gingen politiekorpsen hier verschillend mee om, in sommige gemeenten was een schriftelijke aanvraag voldoende. Ook moet een aanvrager persoonlijk aanwezig zijn bij de controle van opslagmogelijkheden voor wapens thuis. Voorheen kon een familielid of huisgenoot bij controle tonen hoe het wapen en de munitie werden bewaard.

Psychologische risicoanalyse

De belangrijkste nieuwe maatregel is de invoering van een psychologische test, gemaakt door het Trimbos-instituut. De test geeft een indicatie van de psychische gesteldheid van de aanvrager en de risico's die wapenbezit in dat specifieke geval opleveren. Juist op dit punt is van Alphen geleerd. Van der Vlis had psychische problemen, toch kon hij een vergunning krijgen en meerdere wapens in huis halen. Tot slot moeten drie referenten instaan voor de aanvrager, ten minste één van hen moet zelf vergunninghouder zijn. Op basis van dat hele dossier oordeelt de korpschef uiteindelijk of een vergunning wordt verstrekt.

Opstelten heeft het wetsvoorstel ter consultatie aan verschillende instanties voorgelegd, waaronder schietsportvereniging KNSA, het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Rechtsspraak en de Orde van Advocaten. Burgers kunnen online commentaar leveren. Het voorstel komt later ter behandeling in de Tweede Kamer. Halverwege volgend jaar zal de Tweede Kamer erover spreken. Het kabinet hoopt dat de wet per 2016 van kracht kan worden.

Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie. Beeld anp
Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie.Beeld anp

Geen onredelijke eisen

De nieuwe wet moet het sluitstuk worden van een wetsherziening die na de schietpartij in Alphen is ingezet en in 2016 rond moet zijn. Controles zijn al strenger geworden, nu moet daarvoor de wettelijke onderbouwing volgen.

De aanscherping is volgens Opstelten nodig omdat Alphen 'aantoonde dat ook iemand die op legale wijze in het bezit is gekomen van een wapen of munitie door omstandigheden soms toch een risico kan vormen'. In het persbericht doet de minister een beroep op de redelijkheid van wapenliefhebbers. 'Met het oog op de veiligheid van de samenleving vindt de minister de eisen niet onredelijk.'

Zelfs als een vergunning is verleend, kan deze weer worden ingetrokken. De korpschef krijgt bijvoorbeeld een melding wanneer een wapenbezitter gedwongen wordt opgenomen. De politie kan vervolgens snel de wapens en munitie confisqueren. De regels gelden ook met terugwerkende kracht voor mensen die al een wapen in bezit hebben. 'Opstelten wil dat geen enkele wapenbezitter zijn wapen kan behouden zonder deze zwaardere veiligheidsscreening te hebben ondergaan.'

Zo'n 70.000 Nederlanders hebben momenteel een wapenvergunning voor de schietsport of de jacht. Gezamenlijk hebben deze mensen bijna 170.000 wapens.

Meer over