Prothesen-ruzie? Hoort bij topsport

LONDEN - De paralympische sport is nu echte topsport, stelden de waarnemers vast in de uren na de onmogelijk geachte nederlaag van Oscar Pistorius op de 200 meter (T44). De Zuid-Afrikaan, met zijn dubbele onderbeenamputatie het icoon van de wereldwijde gehandicaptensport, wees met opmerkelijk veel nijd naar de winnende Braziliaan, Alan Oliveira.

Oliveira zou te lange protheses hebben gebruikt en de keuringsregels van de paralympische atletiek deugden niet, dat waren de beschuldigingen van Pistorius, die voor het eerst in negen jaar tijd op de 200 meter een nederlaag leed. De Paralympische Spelen waren plotseling even verhit als de 'grote' broer, de Olympische Spelen. Hier stond veel op het spel.

De uitval van Pistorius over oneerlijkheid leek onverwacht, maar hij was van te voren aangekondigd. Al zes weken eerder had de hardloper, wegens zijn optreden in de valide competities bekendgeworden als The Blade Runner, naar de wereldbond IPC gebeld om opheldering te vragen over de te lange sprintprotheses van een concurrent.

Dat gesprek ging niet over Oliveira, benadrukte Craig Spence, de woordvoerder van het IPC (Internationaal Paralympisch Comité). Vorige week waren de persagenten van de BV Pistorius - een internationale onderneming intussen - ook al langsgeweest om te waarschuwen voor een uitbarsting van de man die de paralympische sportwereld grote publiciteit heeft gebracht.

De klacht van Pistorius betreft de paslengte van winnaar Oliveira. 'Ik kan niet op tegen de lengte van Alan's pas', sprak hij zondag na zijn veelbesproken nederlaag. En: 'Het is duidelijk dat deze man heel lange passen kan maken.'

De crux van de bewering is dat lopers met geamputeerde onderbenen voordeel genieten van een mogelijk extra lange prothese, meestal een koolstof springveer. Hoe hoger de loper staat, overdreven gesteld: op een stelt, hoe verder diens pas kan reiken. Dat is de aanname. De lengte van de prothese wordt bepaald door de medische keurmeesters van het IPC. Er wordt, volgens een zorgvuldig geformuleerd reglement, gerekend met de lengteverhouding tussen armen en benen: de 'arm-been' ratio. Met het opmeten van de arm zou de lengte van deels geamputeerde en daarom onmeetbare benen toch kunnen worden berekend. Als indicaties daarvoor gelden de gemiddelden van de wereldbevolking en niet de extremen, zoals die te meten zijn bij olympische valide kampioenen als Usain Bolt, David Rudisha of Kirani James. Zij beschikken over extreem lange benen, zeker in verhouding tot hun armlengte: dat verklaart immers hun bijzondere talent.

Een gehandicapte sporter mag wel, zo vertelde IPC-dokter Peter van de Vliet uit België, 3,5 procent (ongeveer 6 cm) bij zijn lengte optellen om het voordeel van het afzetten op de teen, in plaats van met de platte voet, te compenseren. Daarom oogt de prothese van het onderbeen langer, en zeker in het geval van Oliveira die in 1992, twee maanden oud, heel kort onder de knie is geamputeerd. Volgens deze rekensom wordt de lengte van Pistorius (1.86), op de tenen staand, op 1.93 bepaald. Oliveira zou aan 1.85 komen.

In de discussie over het vermeende voordeel van de technologie kwam het IPC maandag terecht, omdat Pistorius zich zo luid en duidelijk had geuit. 'Met de man die onze sport zo'n groot profiel heeft gegeven, wisselen wij graag van gedachten', aldus Spence. Maar Pistorius wordt niet door de hele wereld geloofd. Sportwetenschapper Ross Tucker, een landgenoot, noemde het voor een deel 'ongeloofwaardige onmin'. Tucker telde de stappen van Pistorius en van Oliveira over de 200 meter. Het was 92 stappen voor de Zuid-Afrikaan en 98 voor de Braziliaan; 2,2 om 2,0 meter per stap.

Ook op het rechte eind - de tweede 100 meter - waarop de blades hun volle verende effect leveren, waren de stappen van Oliveira korter. Daarom wees Tucker op de afzetkracht van de Braziliaan en diens hoge pasritme. Op het laatste onderdeel hebben paralympische atleten voordeel ten opzichte van collega's met echte benen. Zij kunnen sneller 'roffelen'.

De Nederlandse bondscoach aangepaste atletiek, Guido Bonsen, noemde Pistorius zondagavond een 'zure verliezer'. Dat 'blades' de laatste vijf jaar veel beter waren, achtte Bonsen een fabel. Het is niet revolutionair beter geworden. Vals spel, door langere prothesen aan te trekken, is door de actuele keuring in de wachtkamer - twintig minuten voor de start - praktisch onmogelijk. Bonsen: 'Ik denk dat die Braziliaanse atleet gewoon beter op zijn blades staat dan Oscar. En dat hij al jaren een heel goede atleet is.'

undefined

Meer over