Protest tegen Irak-actie baart Clinton zorgen; Saddam zou 'verkeerde indruk' kunnen krijgen

President Clinton is woensdag een public-relationsoffensief begonnen om Amerika en de Arabische wereld ervan te overtuigen dat een militaire actie tegen Irak noodzakelijk is als de bemiddelingspoging van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties mislukt....

Van onze correspondent

Oscar Garschagen

WASHINGTON

Tot grote verrassing van het Witte Huis is een zogenoemde town hall meeting dinsdag uitgelopen op een opgewonden, bij vlagen schreeuwerig debat tussen demonstranten en de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, Albright en Cohen. 'Een ouderwets Amerikaans debat', noemde Clinton het gisteren, in een poging de opwinding over het emotionele evenement en de associaties met de Vietnamprotesten van de jaren zestig te relativeren.

Vice-president Gore en minister van Defensie Cohen hebben hun reizen naar Afrika afgezegd om een eventuele nieuwe Golfoorlog te 'verkopen' aan de publieke opinie. Gore zou tussen 23 en 28 februari Zuid-Afrika bezoeken. Het uitstel van deze reis versterkt het vermoeden dat de Amerikaanse luchtmacht vanaf 26 februari (het begin van de nieuwe maan) in actie kan komen, indien VN-secretaris Annan de Iraakse leider niet op andere gedachten heeft kunnen brengen.

Andere Amerikaanse ministers en de staf van de nationale veiligheidsadviseur hebben opdracht gekregen deel te nemen aan politieke tv-shows en alle interview-aanvragen van lokale tv-stations te honoreren. Clinton zelf werkt aan een toespraak die hij vanuit het Oval Office wil houden als Annans missie geen resultaat oplevert.

President Clinton en zijn regering beantwoordden vragen over het rumoerige debat op de Universteit van Ohio het voorspelbare argument dat zoiets nooit en te nimmer in Bagdad had kunnen plaatsvinden. Maar achter de schermen zijn de president en zijn medewerkers toch geschrokken van de zeer kritische vragen van de studenten en de gescandeerde leuzes ('Wij willen geen oorlog'). Witte Huis-medewerkers zeiden zich zorgen te maken of Saddam Hussein niet de verkeerde conclusies zal trekken uit het rumoer in Columbus (Ohio). Het televisie-journaal in Irak spendeerde gisteren veel aandacht aan de honderd à tweehonderd protesterende Amerikaanse studenten.

Met een door CNN verzorgde show hadden Clinton, Albright, Cohen en nationale veiligheidsadviseur Berger gehoopt een beeld van eensgezinde vastberadenheid op te roepen. In plaats daarvan werden de bewindslieden ten overstaan van miljoen tv-kijkers - onder wie naar alle waarschijnlijkheid ook Saddam Hussein - uitgejouwd en zeer scherp ondervraagd.

Een Witte Huis-functionaris zei gisteren dat de uitzending hem had doen denken aan een botsing tussen rijdende trein en een zware muur. Een admiraal op het Pentagon, die de Vietnam-demonstraties nog lang niet is vergeten, vroeg zich af of de opiniepeilingen wel kloppen die aangeven dat een eventuele militaire actie tegen Irak brede steun geniet.

CNN werd door anonieme Witte Huis-adviseurs bekritiseerd voor het onordelijk verloop van het debat en de paniekerige reacties van de presentatoren Shaw en Woodruff. 'Zij leken wel konijnen die in het holst van de nacht worden verrast door schijnwerpers', hoonde een regeringsfunctionaris. CNN wierp alle kritiek ver van zich.

David Gergen, commentator en voormalig adviseur van president Clinton, constateerde dat 'de lichtvaardige veronderstelling van de regering dat het hele land achter een gewapende actie staat in het geheel niet blijkt te kloppen'. Volgens Gergen heeft Clinton nog 'heel veel vragen te beantwoorden waarom Amerikaanse militairen hun leven in de waagschaal moeten stellen als Iraks Arabische buurlanden van geen ingrijpen willen weten'.

Tal van kritische vragen werden gisteren opnieuw gesteld toen minister van Buitenlandse Zaken Albright enkele universiteiten in Tennessee en North-Carolina bezocht. Die vragen betroffen de risico's voor Amerikaanse vliegeniers en Iraakse burgers, het doel van operatie Desert Thunder en het morele recht van Amerika om desnoods met geweld de naleving van VN-resoluties af te dwingen. De ontvangst op deze universiteiten was overigens een stuk vriendelijker en beleefder dan een dag eerder in Ohio. De controle aan de deuren was ook strenger.

Net als Cohen een dag eerder beantwoordde Albright de vraag over het morele recht van Amerika met een tegenvraag. 'Heeft Saddam Hussein het morele recht massavernietigingswapens te maken en te gebruiken tegen zijn onderdanen? Heeft hij het morele recht zijn buurlanden en de regio te bedreigen met biologische en chemische wapens?' Zij wees er nog op dat in de peilingen het beleid van Clinton overweldigend (door 77 procent) wordt gesteund.

Meer over