100 jaar Volkskrant

Progressief Nederland wist wél waar El Salvador lag

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Deze week: de moord op vier Nederlandse journalisten in El Salvador in 1982.

De Volkskrant van 19 maart 1982 Beeld de Volkskrant
De Volkskrant van 19 maart 1982Beeld de Volkskrant

El Salvador mocht zich veertig jaar geleden volop in het engagement van progressieve Nederlanders verheugen. Het kleine Midden-Amerikaanse land verkeerde sinds 1979 in een staat van burgeroorlog waarvan zo’n 75 duizend mensen het slachtoffer zouden worden – van wie de sociaal bewogen aartsbisschop Óscar Romero het bekendst was. Het conflict liet, vanuit Nederlands perspectief, geen ruimte voor morele nuances: aan de ene kant stonden kleine boeren en vakbondsleden, aangevoerd door strijdbare marxisten. Aan de andere kant stond een junta die met steun van de Verenigde Staten een sociaal onrechtvaardige orde in stand wilde houden.

Nederlandse journalisten togen in groten getale naar El Salvador om verslag te doen van een epische strijd die met de Spaanse Burgeroorlog werd vergeleken. Op 17 maart 1982 kwamen vier van hen – Koos Koster, Jan Kuiper, Hans ter Laag en Joop Willemsen – om het leven. Volgens het Salvadoraanse regime waren ze ongelukkigerwijs verzeild geraakt in een vuurgevecht tussen het leger en opstandelingen. De rest van de wereld wist beter: de vier waren in een hinderlaag gelokt en vermoord.

Met betrekking tot de doodsoorzaak maakte de Volkskrant in eerste instantie nog een voorbehoud. Maar vervolgens trok ze ‘de officiële lezing’ aan flarden: op de dag van het incident werden geen gevechtshandelingen gemeld in de streek waar de Nederlanders zich ophielden. Op weg naar de plek des onheils hadden ze alle medewerking gekregen van Salvadoraanse militairen. De staat waarin de lichamen van de slachtoffers verkeerden, liet slechts de conclusie toe dat ze van dichtbij waren doodgeschoten – met een idiote hoeveelheid kogels.

Aan de vraag of de junta verantwoordelijk was voor de moordpartij (waarbij ook vier Salvadoranen om het leven kwamen), maakte de Volkskrant verder geen woorden meer vuil. De vraag was vooral welke consequenties de buitenwereld aan het voorval zou verbinden. Over de Verenigde Staten maakte zij zich geen illusies. Ze citeerde de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Elliott Abrams, die weliswaar zijn treurnis over ‘de tragedie’ zou hebben uitgesproken, maar die tevens meende ‘dat de junta van El Salvador dient te worden geprezen omdat men het land nog openhoudt voor de pers’, anders dan Nicaragua, waar de (socialistische) Sandinisten het voor het zeggen hadden.

Van de Nederlandse regering verwachtte de Volkskrant dat ‘ze zich tot het uiterste inspant voor een grondig onderzoek naar deze gebeurtenis. Tenslotte mag de tragische dood van de Nederlandse televisieploeg een aansporing zijn om met hernieuwde inzet in het internationale krijt te treden voor een rechtvaardige politieke oplossing van het conflict in El Salvador. Dat is ook het beste eerbewijs aan Koos Koster, Jan Kuiper, Joop Willemsen en Hans ter Laag.’

De vier slachtoffers bleven verder flat characters in het drama: er verschenen geen uitgebreide profielen van hen in de krant. Ze figureerden er als eendimensionale martelaren voor een nobele zaak. Daags na hun dood werden kruisen voor hen geplaatst bij het Amerikaanse consulaat aan het Museumplein in Amsterdam.

Meer over