Proeve van eenheid ontaardt in politieke horror

Daar komt Jaap de Hoop Scheffer met ferme tred de foyer van de Jaarbeurs binnen. Tot vrijdagavond laat heeft hij ruzie gemaakt met partijvoorzitter Bert de Vries, die hem en Marnix van Rij een congresverbod wilde opleggen....

Van onze verslaggever Jan Hoedeman

Waar Van Rij de dag op en rond de Wassenaarse voetbalvelden doorbrengt, veroorzaakt De Hoop Scheffer op het CDA-congres precies waar De Vries bang voor was. Alle televisiecamera's en fotografen storten zich op de onttroonde leider. De Vries is er woedend over, hij vraagt zich af waar hij in terecht is gekomen. Nu staat niet de nieuwe man Balkenende centraal, maar De Hoop Scheffer.

Het begint die zaterdagochtend nog zo aardig met een proeve van eenheid. De hele zaal geeft Balken ende een staande ovatie, nog voor hij een woord heeft gezegd. Maar 's middags is de tweedracht alsnog een feit: eenderde van de zaal geeft De Hoop Scheffer applaus, de rest reageert niet op de ongewenste gast.

Dan wordt het campagnefilmpje van Balkenende aangekondigd; de zaal kan een hoopvolle blik op te toekomst wel gebruiken. Maar wat zich ontrolt is politieke horror van de bovenste plank. In de donkere zaal verschijnt op een enorm scherm een frisse De Hoop Scheffer die het verkiezingsprogramma van 1998 aanprijst. Als een naald die over een langspeelplaat krast, zo pijnlijk lang gaat het filmpje door voordat De Vries de opname afbreekt.

Het moet bijna routine zijn als een partij voor de vierde keer in zeven jaar tijd een nieuwe leider kiest. Na Elco Brinkman (1993), Enneus Heerma (1994) en Jaap de Hoop Scheffer (1997) is het zaterdag de beurt aan de nieuwste man, Jan Peter Balkenende (2001).

Volgens het bekende therapeutische politieke ritueel wordt er treurnis uitgesproken dat het zo moest lopen, leidt de openlijke zelfkritiek ter plekke tot loutering, waarna men de behoefte voelt zich de blaren op de handen te klappen voor de nieuwe man.

'Kennelijk is er iets mis met onze partijcultuur dat zaken zo moeten verlopen.' Het is de analyse van waarnemend partijvoorzitter De Vries, icoon uit de jaren tachtig waarin het CDA nog de schijn van onoverwinnelijkheid uitstraalde. `De eerste les die wij uit deze crisis moeten trekken is dat wij meer volwassen en opener dan wij gewend zijn intern onze problemen moeten benoemen.'

Want de twijfel aan iedere nieuwe leider na Lubbers werd altijd achter de hand uitgesproken. Brinkman moest in gevecht met de onzichtbare sociale colonne, Heerma met de Bende van Tien en De Hoop Scheffer verloor het vertrouwen van zijn dagelijks bestuur en van veel afdelingen in het land.

De jonge Limburger Ger Koopmans is kandidaat voor plaats 33 op de lijst voor de Kamerverkiezingen. Hij zegt tijdens een broodje: `Politiek is vechten, vechten, vechten. Ik heb in de laatste crisis drie nachten niet geslapen. Ik sprak in drie mobiele telefoons tegelijk.'

Hij heeft een remedie ter bestrijding van de zeven magere jaren waarin zijn partij nu verkeert: `Het CDA moet ophouden zich gek te laten maken door peilingen. Iedere keer was dat de bijl aan de wortel van de nieuwe man. In de jaren tachtig hebben we in de peilingen een keer op 29 zetels gestaan, maar we wonnen de verkiezingen met 54 zetels. Zo kan het ook.'

Meer over