Productschap valt instituut fel aan over kokkelvangst

Het Productschap Vis heeft maandag in felle bewoordingen bij minister Hermans van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen geklaagd over het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel....

Van onze verslaggever

'De Nederlandse visserijsector vraagt zich langzamerhand af wie de kwaliteit en de onafhankelijkheid van het NIOZ-onderzoek controleert.'

Aanleiding voor de klacht is een brief die zeven medewerkers van het NIOZ vorige week - aan de vooravond van Tweede-Kameroverleg over de schelpdiervisserij- aan staatssecretaris Faber van Visserij stuurden. Daarin leggen de onderzoekers cijfers van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO-DLO) in Yerseke naast zich neer. Eigen onderzoek van het NIOZ zou uitwijzen dat het in 1998 veel slechter was gesteld met de kokkelstand in de Waddenzee dan het RIVO had voorspeld en voorgerekend.

Kokkels zijn van belang voor de visserijsector, maar vormen ook een belangrijke voedselbron voor allerlei vogelsoorten, zoals de scholekster.

Het Productschap Vis vindt het verwerpelijk om vlak voor een Kamerdebat met zulke zware kritiek te komen op cijfers die al een maand of negen bekend waren. Daardoor is de mogelijkheid van wetenschappelijke discussie vervallen en dat bewijst, aldus het productschap, dat de brief vooral is ingegeven door politieke en minder door wetenschappelijke motieven.

Bovendien zouden de NIOZ-medewerkers op een suggestieve wijze getallen hanteren, en bij hun berekening van de kokkelstand uitgegaan zijn van een veel te beperkte steekproef op de Waddenzee. 'Daardoor zijn de staatssecretaris en de Tweede Kamer door de onderzoekers onjuist geïnformeerd', concludeert het Productschap Vis. Het wil van minister Hermans opheldering over de werkwijze van het NIOZ en de totstandkoming van de brief. Het NIOZ is een onafhankelijke stichting die voor een belangrijk deel door het ministerie van OCW wordt gefinancierd.

Ondertekenaar van de brief J. van der Meer, plaatsvervangend hoofd van de afdeling Mariene Ecologie bij het NIOZ, heeft geen spijt van de actie. Pas kort voor de Kamerbehandeling kreeg het NIOZ via de Waddenvereniging inzicht in de scheepvaartbewegingen en visactiviteiten van de kokkelvissers.

Toen bleek, aldus van der Meer, hoezeer de voorspellingen van het RIVO ernaast zaten. Bovendien is er volgens hem niets mis met beïnvloeding van de staatssecretaris en de Kamer. 'Het NIOZ is geen ambtelijke instelling met één standpunt. Het gaat in dit geval om een aantal verontruste medewerkers die zien dat hun onderzoeksgebied wordt leeggevist. Ons werk wordt daardoor onmogelijk gemaakt.'

Volgens Van der Meer deugen de voorspellingen die het RIVO maakt niet. 'De aantallen kloppen misschien wel, maar het model dat ze hanteren voor de groei van de kokkels is afkomstig van een beperkt onderzoek in de Oosterschelde. Dat gaat in het oostelijke deel van de Waddenzee gewoon niet op.'

Onderzoeker A. Smaal van het RIVO vindt die kritiek beneden de maat. In de brief aan de staatssecretaris refereren de NIOZ-onderzoekers vooral aan aantallen kokkels, en die voorspellingen deugen volgens hem juist wél.

Dat de NIOZ-onderzoekers achteraf over de groei van de schelpdieren beginnen, verbaast hem niet. Die groei is met allerlei onzekerheden omgeven. 'Maar we blijven juist aan de voorzichtige kant.'

Smaal: 'Onze gegevens zijn openbaar, iedereen kan ze bestuderen. De manier waarop het NIOZ met zijn gegevens naar buiten komt, is een waarborg voor misverstanden.'

Meer over