Producer tegen wil en dank

Brian Eno belde en wilde kennismaken, en daar zat hij opeens tegenover een van zijn grote helden. Zijn huis in Amsterdam-West is het centrum geworden van de herontdekking van de muziek uit de Balkan....

Steeds meer muzikanten uit voormalig Joegoslavië maken een bedevaart naar Amsterdam-West, in de hoop dat Dragi Sestic een plaat met ze wil maken. Sestic, een civiel ingenieur uit Mostar die nimmer ingenieur werd maar wel de audio engineer in zichzelf ontdekte, kan amper een noot zingen of spelen. Maar aangeven kan hij als weinig anderen.

'Vaak ben ik niet meer dan het sleuteltje dat de motor opstart', zegt hij als een geboren producer die bereid is zijn rol tot het minimum weg te cijferen. Intussen staan ze wel in de rij, de groten uit Bosnië die in de gaten hebben dat Sestic voor de Balkanmuziek langzamerhand hetzelfde betekent als wat Nick Gold en Ry Cooder voor oude Cubaanse mannen hebben betekend: hij weet tradities voor een breed publiek toegankelijk te maken zonder afbreuk te doen aan de authenticiteit.

Amper vier jaar geleden produceerde Sestic zijn eerste plaat, met de Mostar Sevdah Reunion. Daarna bezorgde hij zanger Saban Bajramovic een internationale comeback. En nu heeft hij opnieuw een zigeunergrootheid aan de vergetelheid ontrukt: Ljiljana Buttler, geboren Petrovic, bijgenaamd the mother of gypsy soul.

Het is ook de titel van Sestic' jongste - prachtige - cd-productie, die tot stand kwam met begeleiding van Mostar Sevdah Reunion. Sestic spoorde Ljiljana Buttler op in Düsseldorf, waar de voormalige coryfee uit Belgrado haar gezin onderhield met ongeschoold werk.

Sestic' carrière begon als vanzelf, eigenlijk onbedoeld. In 1998 keerde hij na een ballingschap van enkele jaren in Amsterdam terug naar zijn geboortestad Mostar, waar hij werk hoopte te vinden als ingenieur.

Nieuwsgierig naar het nieuwe Pavarotti Centrum - het muziekcentrum dat de stichting War Child kort daarvoor in het leven had geroepen ten behoeve van jongeren met een oorlogstrauma - maakte hij in de hal een praatje met de directeur, David Wilson. Tot zijn verbazing stapten kort na elkaar twee oude bekenden binnen, van wie hij niet eens wist dat ze nog leefden: de zanger Ilijaz Delic en de accordeonist Mustafa Santic. Allebei op zoek naar een baantje als muziekdocent.

Vóór de Balkan-oorlog waren dat helden. Nu leek niemand ze meer te kennen, ook Wilson niet. Hij had zelfs nog nooit van sevdah gehoord, de Bosnische tegenhanger van de fado en de blues, terwijl hij toch al een tijdje in Mostar woonde.

Sestic bood aan nog diezelfde avond een spoedcursus te geven, met Delic en Santic als instant-lesmateriaal (het woord sevdah, van Arabische herkomst, houdt verband met zwartgalligheid en liefde). Wilson bleek sprakeloos. Zoiets had de directeur in jaren niet gehoord.

Hij bood zijn studio aan voor een opname. Prompt verzamelde zich de volgende dag een gezelschap in het Pavarotticentrum. Sestic: 'Omdat iedereen op elkaar stond te wachten, nam ik maar het initiatief. Ik suggereerde een lied dat iedereen kende. Omdat ik niets van muziek weet, deed ik het ritme voor met mijn mond: ''Prrr ke-dahk, ke-dahk, ke-dahk''. In twintig seconden hadden we het hele stuk doorgenomen, en aan het eind van de dag lag er een demo met drie nummers. Dat lukte omdat het zulke fantastische muzikanten zijn.'

Drie weken na die eerste opnamesessie - met wat later de Mostar Sevdah Reunion zou worden - kreeg Sestic een telefoontje uit Engeland: Brian Eno. Die had via zijn vrouw, bestuurslid van het Pavarotticentrum, een kopie van de demo in handen gekregen en wilde de maker ontmoeten.

'Daar zat ik dan, tegenover een van mijn grootste helden', zegt Sestic blij. 'Ik verontschuldigde me in alle toonaarden dat ik eigenlijk helemaal geen producer ben. Zelfs geen muzikant. Tot mijn verbazing ziet hij zichzelf net zo. ''Producer worden valt niet te leren'', zei Eno. ''Je bent het of je bent het niet. Ook iemand met tientallen jaren ervaring kan als producer een mislukking zijn. Jij hebt het, dus ga door alsjeblieft.'''

Franse chansons, Amalia Rodrigues, Mexicaanse mariachi's, de muziek die Sestic als kind meekreeg in Mostar, de stad van de brug en van de moskeeën, was gemêleerd - dankzij de platencollectie van zijn vader, waar ook de sevdah ruim in was vertegenwoordigd. In die collectie zaten ook de zigeunerstemmen van Saban Bajramovic en Ljiljana Petrovic.

Sestic had een baantje bij een radiostation, toen het Kroatische leger Bosnië begon te bestoken met kanonvuur. Bij dat radiostation maakte hij kennis met Delic en Santic. 'Ik vond ze geweldig, en vroeg aan mijn baas of ik ze mocht opnemen. Al was het maar voor het archief. Want wie wist of ze morgen nog zouden leven.'

Eigenlijk was die cassette zijn allereerste productie. Vermenigvuldigd tot veertig exemplaren werd de opname het land uitgesmokkeld door Sestic' kersverse echtgenote, de Nederlandse oorlogsfotografe Pascale van Bemmel. Sestic: 'Een echte limited edition. Misschien wordt het nog een verzamelaarsobject.'

Gevlucht naar Amsterdam besloot Sestic zich aan zijn nieuwe passie te wijden. Hij bezocht de School of Audio Engineering, liep stage bij een remasteringbedrijf, en kreeg daar opnamen uit de jaren vijftig onder handen van artiesten als Dean Martin en Frank Sinatra. 'Ik zat naar zo'n oude mastertape te luisteren en plotseling realiseerde ik me: dit is mono! Ik kon mijn oren niet geloven, een mono-opname waarbij je de ruimte kon horen. Wat een vakmanschap.'

Hij vindt het spijtig dat dat allemaal verloren is gegaan, 'door de technologie'. 'Ik probeer iets te herwinnen door alles zo naturel mogelijk op te nemen. Het liefst met zo'n schitterende buizenmicrofoon, maar die zijn zo zeldzaam dat je ze alleen in de duurste studio's vindt.'

Sestic is 'niet veroordeeld tot de Balkan'. Deze week hoort hij louter maqams, van de Irakese zangeres Farida Ali met wie hij momenteel opnamen maakt. 'Voor mij iets nieuws, maar ik luister mijn leven lang al naar talen die ik niet versta. De tekst hóór ik niet eens; de intentie des te beter.'

Helemáál gelukkig is hij nooit. 'Bij het maken van de mix, een paar maanden na de opnamen, denk ik vaak: ''Verdomme, waarom hebben we dat niet zó gedaan?'' Het liefst hoor ik mijn eigen platen niet meer terug.'

Meer over