‘Probo Koala’ bestaat niet meer

Het schip ‘Probo Koala’ bestaat niet meer. Na een stille omdoping vaart het tankschip van oliehandelaar Trafigura, dat vijftien maanden geleden een gifaffaire veroorzaakte in Ivoorkust, de wereld over als ‘Gulf Jash’....

Hoewel: van de Nederlandse en de Ivoriaanse rechter heeft Trafigura weinig te duchten; alleen de High Court of Justice in Londen kan nog een lastig obstakel worden voor de oliehandelaar. Voor de Britse rechtbank strijdt Trafigura sinds begin dit jaar met het advocatenbureau Leigh Day & Co, dat gespecialiseerd is in internationale slachtofferclaims.

Volgende maand eindigt de uitwisseling van papieren en kan de rechter hoorzittingen gaan organiseren. Tenzij de zaak ondertussen wordt geschikt, maar daartoe lijkt Trafigura niet bereid. De oliehandelaar beweert onschuldig te zijn in een gedetailleerd document van negentig pagina’s waarin vrijwel elke minuut van de gifaffaire wordt behandeld.

Maar ook in dit verweerschrift komt het bedrijf soms moeilijk weg. De reconstructie toont aan dat het Ivoriaanse filiaal van Trafigura alle kennis en ervaring in huis had om te doorzien dat de stort van het afval zeker niet volgens de milieuregels zou verlopen.

Vanaf het eerste moment was duidelijk dat het onervaren bedrijfje Tommy het afval op de plaatselijke vuilnisbelt zou dumpen. Trafigura reageerde daar aanvankelijk argwanend op, blijkt uit het document, maar liet het vervolgens bewust gebeuren.

Puma Energy heet het plaatselijke filiaal, dat wordt geleid door Nzi Kablan. Iedereen spreekt de directeur aan als ‘kapitein’, ofschoon Kablan al jaren aan de wal werkt. Hij zit sinds 1988 in de olie-industrie en weet alles van de oliehandel in Abidjan. Het hoofdkantoor van Trafigura noemt hem een ‘zeer ervaren’ medewerker, die op goede voet staat met scheepsagenten, havenautoriteiten en afvalverzamelaars.

Een van hen is Desiré Kouao van scheepsagent WAIBS – eveneens een oude rot in het vak, volgens Trafigura. Hij werkt sinds 1994 in de Abidjaanse haven en heeft gedetailleerde kennis van alles wat met olietankers, schepen en scheepsafval te maken heeft.

Op 15 augustus wordt Kouao gebeld door kapitein Kablan met het verzoek een bedrijf te vinden dat de uitzonderlijke slops (vloeibaar scheepsafval) van de Probo Koala kan verwerken. Kouao komt meteen met Tommy op de proppen – een piepklein bedrijf zonder eigen faciliteiten. Koua kent de eigenaar, Salomon Ugborugbo, een Nigeriaan die voor het grote scheepsafvalbedrijf ITE werkte en voor zichzelf is begonnen. ‘Ze werken heel netjes’, verzekert hij Kablan.

In de ochtend van 18 augustus komen scheepsagent en afvaldirecteur samen op het kantoor van Puma om de opdracht in ontvangst te nemen. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Eerst krijgen ze de e-mails te lezen die het hoofdkantoor in Londen heeft gestuurd. Die berichten waarschuwen voor de bijzondere samenstelling van het afval en de enorme stank.

Als Tommy daarmee uit de voeten kan, zegt Kablan, ziet hij dat graag op schrift bevestigd. Geen probleem, antwoordt de Nigeriaan. Hij verlaat de vergadering en komt enkele uren later terug met zijn milieuvergunning én een handgeschreven brief waarin hij uitlegt dat de partij afval zal worden ‘gelost op een terrein buiten de stad genaamd Akwedo’.

Akwedo (of Akouédo) is de naam van de grootste vuilnisbelt van Abidjan, waar al sinds 1965 huishoudelijk en industrieel afval wordt gestort. Dat daar géén verwerkingsinstallatie staat voor oliehoudend afval, kan voor de ervaren Trafigura-medewerkers geen geheim zijn. Nabij Abidjan staat wel de moderne raffinaderij Société Ivoirienne de Raffinage die eventueel brandbaar afval zou kunnen gebruiken. Maar dat is volgens de brief niet de eindbestemming.

De lokale vuilstort wordt vaker gebruikt voor industriële lozingen. Afvalbedrijf ITE, de vorige werkgever van de Tommy-directeur, beschikt zelfs over een officiële vergunning om er oliehoudende rommel te dumpen. Tommy zelf heeft die vergunning niet.

Kapitein Kablan vertrouwt de zaak maar half en laat een van zijn medewerkers dezelfde dag nog bellen met de havenmeester – commandant Bombo. Diens handtekening prijkt onder de milieuvergunning van Tommy en de vraag is wat die dan nog inhoudt.

Commandant Bombo laat er geen gras over groeien. Dezelfde avond ontbiedt hij de directeur van Tommy op zijn kantoor. Het gesprek vindt plaats onder vier ogen. Concrete details meldt het verslag niet, wel dat het ‘een poosje’ duurt. Er wordt heen en weer gepraat over de nieuwste milieurichtlijnen, maar in tegenspraak daarmee ligt de brief op tafel waarin wordt aangekondigd dat Tommy de partij gaat dumpen op Akwedo. Over de afloop van het gesprek meldt het verslag: ‘Als resultaat van deze bijeenkomst belt commandant Bombo, om te verzekeren dat de manier waarop Tommy zich van het afval ontdoet, geheel legaal is.’

Als de Probo Koala op 19 augustus aanlegt in de haven is de officiële milieudienst CIAPOL nergens te bekennen. Tankauto’s worden volgeladen voordat ze de nacht in rijden. Wanneer de eersten hun stinkende lading bij Akwedo lossen, komen buurtbewoners in opstand. Ze blokkeren de straat om andere auto’s tegen te houden. Chauffeurs raken in paniek en lozen hun ladingen zo snel mogelijk in open sloten en kanalen.

Op 21 augustus komen de eerste klachten in de publiciteit, wat in het onrustige Ivoorkust al snel uitgroeit tot een volksprotest. Trafigura doet die klachten af als een misverstand. Volgens het verweerschrift is er op 19 augustus óók een helikoptervlucht geweest van de ontsmettingsdienst boven Abidjan. Die heeft het insecticide K-OTHRINE-EC25 verspreid, wat ademhalingsproblemen bij kinderen en oude mensen kan hebben veroorzaakt. De Ivorianen halen beide incidenten door elkaar, oppert het oliebedrijf.

Dat juist de bevolking rondom vuilnisbelt Akwedo zich onwel voelde, zegt volgens Trafigura ook niets. Rond zo’n vuilnisbelt is het ongezond wonen. ‘De gezondheid van de bevolking was al ernstig aangetast vóór augustus 2006’, schrijft het bedrijf. ‘Omwonenden klaagden al langer over chronische ziekten aan de huid en irritatie aan ogen en luchtwegen.’

Bovendien is volgens Trafigura niet bewezen dat er werkelijk mensen zijn overleden door de aanwezigheid van het afval. De twee autopsierapporten van dode biggen die aan de rechter zijn voorgelegd, wijzen eerder op een fatale infectieziekte dan aan blootstelling aan het giftige zwavelwaterstof.

In de buitenwijken van Abidjan, de havenstad van Ivoorkust, werden vorig jaar in de nacht van 19 op 20 augustus achttien tankauto’s vol chemisch afval gedumpt op een open vuilnisbelt en in sloten en kanalen. Dat afval was afkomstig van het tankschip Probo Koala. Zeker tien mensen kwamen om het leven en honderden kregen last van hun gezondheid.

Trafigura is gevestigd in een hoofdkantoor in Amstelveen, maar wordt feitelijk geleid vanuit Londen. Het is een van de grootste onafhankelijke oliehandelaars ter wereld met een jaaromzet van 45 miljard dollar.

Het afval ontstond toen het bedrijf zijn tanker voor de kust van Gibraltar gebruikte als drijvende raffinagefabriek; goedkope nafta werd met chemicaliën ontzwaveld om te worden omgewerkt tot grondstof voor benzine. Per scheepslading leverde dat volgens experts ongeveer acht miljoen dollar op. Er bleef echter ook een schadelijke partij afval achter van 500 ton. Dit afval werd in juni als spoelwater aangeboden in Amsterdam voor verwerking. Toen het dat niet bleek te zijn en verwerking 500 duizend dollar moest kosten, eiste Trafigura het weer terug. Volgens de wet mocht dat niet, maar toen gedreigd werd met schadeclaims vond de Milieudienst het ineens goed. Vervolgens werd de klus door Trafigura aanbesteed in Abidjan, Ivoorkust.

Volgens de oliehandelaar was het Amsterdamse afvalbedrijf APS vooraf telefonisch op de hoogte gebracht van de precieze aard van het afval. Wat advocaat mr A. de Zwart van APS ontkent. ‘Trafigura heeft niet duidelijk gemaakt dat het afval betrof met een ongebruikelijk hoge concentratie caustic soda dat afkomstig zou zijn van een raffinageproces. Dat is juist aanleiding geweest voor de ontstane problemen.’

De Nederlandse overheden kunnen volgens de wet niet worden vervolgd. De Britse advocaten die in Londen schadevergoeding eisen, sturen aan op een schikking. In Ivoorkust komt aan de zaak geen onafhankelijke rechter te pas. De Ivoriaanse president Laurent Gbagbo heeft goed verdiend aan de affaire. Twee directeuren van Trafigura werden op 18 september 2006 gearresteerd toen ze kwamen onderhandelen. Ze werden in de cel gegooid en na vijf maanden zonder proces vrijgelaten. Het ‘losgeld’ bedroeg 152 miljoen euro. Besloten werd dat het oliebedrijf niet zal worden vervolgd en dat Trafigura en Ivoorkust voortaan blijven samenwerken. Omdat de oliehandel in West-Afrika bijzonder winstgevend is (jaarlijks zet Trafigura in de regio negen miljard dollar om), kunnen die 152 miljoen weer snel worden terugverdiend.

Meer over