'Probleembuurt, pas op voor kunstenaars!'

In Amsterdam was de Kolenkitbuurt een no-goarea geworden. Totdat Roel Schoenmakers er met zijn kunstenaars van Cascoland neerstreek. Beetje bij beetje knapte de buurt op en nu, vier jaar later, staan projectontwikkelaars in de rij. Hebben de artiesten zich laten misbruiken?

null Beeld Jiri Buller
Beeld Jiri Buller

Het Jan van Schaffelaarplantsoen in de Amsterdamse Kolenkitbuurt was niemandsland, onooglijk, in de slechtste wijk van Nederland. Het lag braak sinds de crisis, pal naast de ringweg A10. Om het met onkruid begroeide veldje stonden bouwhekken; bewoners hadden er niets te zoeken.

Tot de kunstenaars van Cascoland in 2011 min of meer stiekem de hekken begonnen weg te halen. Ze haalden de Kolenkitters erbij en plantten fruitbomen, bouwden een barbecue-eiland, zetten een kippenhok neer en legden een schaatsbaan aan. Zo eigende de buurt zich het plantsoen weer toe, zegt Roel Schoenmakers, samen met Fiona de Bell de drijvende kracht achter Cascoland.

Maar hoelang zijn de bewoners er nog de baas? Het plantsoen blijkt nu miljoenen waard. Een projectontwikkelaar gaat er 250 koop- en huurwoningen, winkels en parkeerruimte bouwen. Eind mei tekenden de ontwikkelaar en het stadsdeel een overeenkomst voor Rapsody in West; een paar dagen later werd het project voor 45 miljoen euro verkocht aan de Amerikaanse vastgoedgigant CBRE Global Investor Offices.

Heeft het kleine Cascoland de wijk opgeleukt zodat nu het kapitalisme kan toeslaan? Wordt de toekomst van de Kolenkitbuurt in Los Angeles bepaald? 'Het plantsoen is echt een geschenk geworden aan de omgeving, maar het is ook als economisch interessant gebied warm gehouden voor marktpartijen', zegt journalist en architectuurhistoricus Roel Griffioen.

Vrijplaats

Kunstenaars laten zich volgens hem gebruiken voor het opwaarderen van probleembuurten, totdat die worden overgenomen door de beter betaalde middenklasse. Ze helpen zo mee aan het verdrijven van armere bewoners. Griffioen schreef er een geruchtmakend stuk over voor het Belgische cultuurtijdschrift rekto:verso, dat werd overgenomen door De Correspondent.

Zijn naamgenoot Roel Schoenmakers schudt het hoofd. Hij, de man die in de jaren tachtig - de tijd van punk en do it yourself - op de toen nog meest onooglijke plekken in de stad neerstreek. Die op het verlaten NDSM-terrein een werkplaats had, die op de schimmige Oostelijke Handelskade meebouwde aan het scheppen van een vrijplaats, midden in de tippelzone. Die met Cascoland bewoners in achterstandsgebieden een stem geeft. In Amsterdam, maar ook in Durban, Johannesburg en Rio de Janeiro. En hij zou een radertje zijn in de gentrificatie-industrie?

Met 822 duizend inwoners nadert de stad gestaag het hoogtepunt uit 1959 (872 duizend). Elk jaar komen er nu 10 duizend Amsterdammers bij. Beeld de Volkskrant
Met 822 duizend inwoners nadert de stad gestaag het hoogtepunt uit 1959 (872 duizend). Elk jaar komen er nu 10 duizend Amsterdammers bij.Beeld de Volkskrant

Dure huizen, rijke mensen, koffie en veel yoga

Nog even en er wonen meer mensen in Amsterdam dan ooit. En dat niet alleen: de stad ondergaat ook een gedaanteverwisseling. Gezinnen uit de rijkere middelklasse, expats en toeristen veroveren steeds meer wijken in de stad. Met als gevolg: koffiebarretjes, yogastudio's en dure huizen. Die ontwikkeling en veel meer is inzichtelijk gemaakt op Volkskrant.nl/amsterdam.

De Kolenkitbuurt had in 2009 de twijfelachtige eer uitgeroepen te worden tot slechtste buurt van Nederland. De wijk is genoemd naar de kerk die er midden jaren vijftig verrees en die vanwege haar opvallende vorm die bijnaam kreeg. Het overgrote deel van de zesduizend inwoners is allochtoon. Drie van de tien huishoudens moeten het doen met een minimuminkomen, de werkloosheid is er met meer dan 15 procent hoog. Het is de Vogelaarwijk par excellence.

Toch is het ook een trotse buurt, merkte Schoenmakers toen hij er in 2010 met Cascoland neerstreek. Het ministerie van Onderwijs en Cultuur vroeg het kunstenaarsinitiatief met 'ruimtelijke interventies' te helpen het contact tussen de bewoners te verstevigen. 'Er zijn hier sterke banden in de verschillende culturele groepen, zoals de Turken en de Marokkanen. Ze waren verbouwereerd dat we hier kwamen, ze zagen zichzelf helemaal niet als enorm probleemgebied. Het viel ons wel direct op dat de verschillende groepen erg gescheiden leefden.'

Schoenmakers, 'die gast met die baard', zoals hij in de buurt wordt genoemd, zou een half jaar blijven. Het zijn er inmiddels vijf. Het kantoor van Cascoland bevindt zich in twee Piggelmee-woningen, strookjes laagbouw tussen de flats. Hier ontstaan de ideeën voor community building, zoals het omvormen van een afgesloten binnenterreinen tot buurttuin. 'Mensen die elkaar niet of slecht verstaan, kunnen wel samen tuinieren, ontdekten we in Johannesburg', zegt Schoenmakers. In een Piggelmee-blok naast dat van Cascoland kunnen familieleden van de bewoners logeren voor 7,50 euro per nacht. Handig, omdat veel woningen in de wijk klein zijn. De bezettingsgraad is 70 procent, een aantal buurtbewoonsters runt het 'hotel'.

Barbecue-eiland

Wat Cascoland doet, lijkt misschien op opbouwwerk, maar is wel degelijk beeldende kunst, zegt Schoenmakers. 'We afficheren ons alleen niet zo. De meeste mensen hier hebben geen band met westerse kunst. Het kunst-esthetische zit in onze andere blik op inrichting en gebruik van de publieke ruimte, en op ontwerpen zoals die van het barbecue-eiland. Ons doel is dat mensen hier de openbare ruimte weer gaan zien als ontmoetingsplek, niet als domein van de overheid.'

Mede die rol van de kunstenaar staat Roel Griffioen juist tegen. 'Terwijl overal in Amsterdam buurthuizen worden gesloten en er hard wordt bezuinigd op sociale functies, fungeren kunstenaars als een soort onderbetaalde buurtwerkers', schreef hij in zijn essay op de site van De Correspondent.

'Niet de individuele kunstenaars zijn fout', benadrukt Griffioen. 'We werken allemaal mee aan de verbouwing van de stad, waarbij niet meer voor iedereen plek is.' Griffioen woont anti-kraak in Nieuw-West, en deed mee aan een paar van de kunstprojecten die hij bekritiseert. 'Het viel mij op hoeveel kunstenaars er hier rondlopen. Veel van hen wonen hier, omdat ze goedkope woonruimte krijgen in ruil voor diensten aan de buurt en zo net het hoofd boven water weten te houden. Ondertussen dienen ze als glijmiddel om de buurt te veraangenamen tot de stadsvernieuwing - met zijn afbraak van sociale woningbouw - weer doorgaat.'

Een stadsstrand in de Kolenkitbuurt, in 2009. Beeld anp
Een stadsstrand in de Kolenkitbuurt, in 2009.Beeld anp

Zo zet Amsterdam volgens Griffioen ook de 'broedplaatsen' in. De gemeente biedt deze betaalbare ateliers aan kunstenaars en creatieve ondernemers aan en vestigt ze steeds vaker in achterstandswijken. Waar ze volgens de gemeente de buurt optillen en versterken, zijn ze er volgens Griffioen vooral om die buurten een hip tintje te geven en klaar te stomen voor gentrificatie. 'Kunst is niet langer het doel, het is vooral een middel.'

Het is kritiek die al langer bestaat en die tot heftige debatten leidt in de kunstwereld, zegt wetenschapster Karin Wilschut, docente cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. 'Community art werd lang gezien als een middel ter emancipatie van bewoners. Maar bijvoorbeeld twee Belgische filosofen, Gideon Boie en Matthias Pauwels, stellen dat Nederlandse kunstenaars too active to act zijn. Ze verzetten zich niet werkelijk tegen de bestaande maatschappelijke orde.'

Niet te sturen

Kunstenaars moeten vaak vertrekken als een wijk populair wordt. 'Dan gaan de huren omhoog en wordt een aantal initiatieven uit de markt geprijsd', zegt Wilschut. 'Zie de gebouwen waar de Volkskrant, Trouw en Het Parool inzaten. Dat schuurt.' Waarmee niet bewezen is dat de gemeente bewust achter die ontwikkeling zit, zegt Wilschut. 'Uiteindelijk valt gentrificatie, die zich afspeelt buiten het centrum, wel te beïnvloeden, maar niet te sturen.'

Heeft Cascoland zich laten misbruiken? 'Integendeel', zegt Roel Schoenmakers. 'We zijn onmisbaar geworden voor de overheid bij de ontwikkeling van de stad. Wij zijn stadsmakers. Het gesprek met bewoners, overheid en ontwikkelaars is juist de kern van ons werk. We zijn geen doekje voor het bloeden, geen verkapte buurtwerkers, we zijn onmisbaar geworden in het bewerkstelligen van veranderingen van onderaf.'

Het begint bij de kunstenaars, zegt hij. Dat heeft nu eenmaal effect op de omgeving, zegt Schoenmakers. 'Ooit was het NDSM-terrein een vrijplaats, nu wordt het er steeds keuriger. Maar toen het werd gekraakt, dacht niemand binnen de overheid: dit kunnen we gebruiken. En dat wij het Jan van Schaffelaarplantsoen in bezit namen, was helemaal niet de bedoeling van het stadsdeel. Die hekken hebben we zonder toestemming weggehaald. En de corporaties zijn er volgens mij niet op uit om mensen weg te jagen.'

In het Piggelmee-pand van Cascoland staat een biovergister. Daarmee wordt brood dat wijkbewoners volgens hun geloof niet mogen weggooien, omgezet in gas. Datzelfde ecodenken wordt op grote schaal toegepast bij de bouw in het Jan van Schaffelaarplantsoen. Dankzij een enorme hoeveelheid zonnecellen op het dak gaan de bewoners zelfs energie terugleveren aan het net. Bovendien blijft de ruimte tussen de flatgebouwen openbaar. De projectontwikkelaar spreekt over de aanleg van moestuinen en een kas en de buurtbewoners krijgen volop inspraak. Roel Schoenmakers: 'Dat zou waarschijnlijk niet het geval zijn geweest als wij het plantsoen niet in bezit hadden genomen.'

Meer over