Privilege is wat anders dan vrijbrief

'VERSCHONINGSRECHT baat journalist noch krantelezer' staat boven de bijdrage van Aukje Holtrop (Forum, 15 mei 1996). Daar gaat het ook niet om: een journalist heeft geen verschoningsrecht....

Journalisten hebben geen plicht tot geheimhouding, integendeel. Hun taak is het juist om informatie te verbreiden. Wat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in maart, en onze Hoge Raad in mei hebben beslist, is slechts dat een journalist tijdens een proces in beginsel niet hoeft te verklappen wie de bron was van door hem gepubliceerde informatie.

Waarom? Om een vrij verkeer van informatie, zo belangrijk in een democratische samenleving, te bevorderen. Als bronnen gevaar lopen te worden ontmaskerd, dan zullen zij opdrogen. Als de Watergate-journalisten Woodward en Bernstein destijds hun bronnen hadden moeten prijsgeven, was het schandaal dat president Nixon de kop kostte vermoedelijk in de doofpot gebleven. Het niet openbaren van vertrouwelijke bronnen behoort dan ook tot de beroepsethiek van de journalist.

'Wie controleert de betrouwbaarheid van wat er onder de vlag van bronbescherming allemaal wordt geopenbaard?', zo vraagt Aukje Holtrop zich af. Deze vraag, die suggereert dat journalisten nu maar hun gang zouden kunnen gaan, beantwoordt zij niet. Maar het antwoord is heel eenvoudig: dat controleert - zoals tot nu toe altijd het geval is geweest - de rechter.

Als Holtrop dus iets lelijks over iemand publiceert en de betrokkene vraagt aan de rechter in een civiele vordering rectificatie en schadevergoeding, dan verliest zij dat proces als zij zich ter verdediging van de waarheidsgehalte van wat zij schreef alleen kan beroepen op een geheime bron. Want daar trapt de rechter niet in. Zij zal op andere manieren aan de rechter moeten bewijzen dat wat zij publiceerde in redelijke mate waarheidsgetrouw was. Anders wordt ze veroordeeld tot rectificatie of schadevergoeding.

Zo blijft de bron beschermd, maar verliest de journalist zijn proces. Gaat het om een strafproces, waarbij een journalist als getuige wordt gehoord en wordt gevraagd te vertellen wie zijn bron was, dan geldt ook het zwijgrecht, tenzij de officier van justitie kan aantonen dat een maatschappelijk belang openbaarmaking nodig maakt.

Dat moet wel een groot belang zijn, bij voorbeeld het achterhalen van de verblijfplaats van iemand die ontvoerd is (al zal een journalist in zo'n geval vanuit zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid meestal reeds uit zichzelf meewerken).

Maar dat grote belang moet niet al te gauw worden aangenomen. In het geval van Watergate zou Nixon het in het belang van de veiligheid van de staat hebben gevonden om te weten wie aan Woodward en Bernstein gegevens uit het Witte Huis had toegespeeld die wezen op Nixon's schuld. . .

KORTOM: het recht van journalisten om, zo zij dat nodig achten, de identiteit van hun bron te verzwijgen (ook wel journalistiek privilege genoemd) is van grote betekenis voor de vrije stroom van informatie in onze samenleving. Het is geenszins een vrijbrief om berichten te publiceren die men niet met andere, wel te controleren, gegevens tegenover de rechter kan waarmaken.

Hoe het ook zij: als ik iets vertrouwelijks wil meedelen aan een journalist (in de overtuiging daarmee het algemeen belang te dienen), dan moet ik daarvoor zo te zien niet Aukje Holtrop uitzoeken.

Erik Jurgens

De auteur is hoogleraar staatsrecht aan de Vrije Universiteit en lid van de Eerste Kamer voor de PvdA.

Meer over