Privé passé

Tegenwoordig staan de deuren van de slaapkamers wijd open. Wat er gebeurt met een generatie die niet weet dat er ooit privacy bestond, is nu in Frankfurt te zien. Zonder gêne en brutaal.

DOORSACHA BRONWASSER

Hé jij. Ja, jij daar. Met je hoofd schuin, je mond open, je ogen dicht. Je nek naar achter geknakt, spuug in je mondhoek. Snurkend tegen het raam van de trein gezakt, buik vooruit, bril scheef. Zal ik 's even een foto van je maken? Ik vraag het niet, ik doe het gewoon. Ik zet 'm meteen online. Kunnen we lachen.

In de Schirn Kunsthalle in Frankfurt, op de grote tentoonstelling Privacy, zijn er veel ongemakkelijke momenten. Bij foto's van een middelbare moeder, gemaakt op haar verzoek door haar eigen zoon terwijl ze in de weer is met haar jonge minnaar (werk van Leigh Ledare, 2004-2008) bijvoorbeeld. Tijdens een film uit 1959 van een geboorte, op het moment dat de nageboorte uit de vrouw flubbert (Stan Brakhage). Of bij groezelige, door een vuil ruitje genomen en groot opgeblazen foto's van coke snuivende of dealende anonieme figuren op het toilet van een illegale stripclub (Merry Alpern, 1994).

Maar het zijn de meer dan levensgroot afgedrukte beelden van slapende mensen in het openbaar vervoer die hard aankomen. De Britse kunstenaar Mark Wallinger plukte de fotootjes, vaak gemaakt met de mobiele telefoon, in 2010 van internet en blies ze op tot groot formaat voor de serie The Unconscious. Rondom hangen ze in een zaal, vierentwintig stuks, en ze shockeren zo omdat deze mensen van niets wisten en zo duidelijk herkenbaar zijn. Op een dag wandelt er iemand binnen (of krijgt een linkje doorgestuurd van een goede vriend, met 'haha' erbij) die zichzelf terugziet in zo'n verwrongen, kwijlend gezicht. Die weet: ik ben bestolen in mijn meest argeloze staat. En nu kan de wereld me voor eeuwig zo zien.

De foto's werden in Nederland onlangs getoond in De Pont op een overzichtstentoonstelling van de kunstenaar. Maar hier, te midden van voorbeelden van kunstwerken die allemaal raken aan de grens tussen privé en openbaar, komen ze veel beter tot hun recht. Die grens bestaat in dit werk eenvoudigweg niet meer. Dit kan jou vanavond, op weg naar huis in de metro, ook overkomen.

Privacy? Dat is iets van gisteren. Dat is de premisse van de grote thematentoonstelling in de Frankfurtse kunsthal. De instelling pakte in het verleden wel vaker een groot maatschappelijk onderwerp bij de kladden (shoppen als levensvervulling, het toerisme, de stad) maar leek de laatste jaren het fingerspitzengefühl een beetje kwijt te zijn. Nu herpakt de instelling zich met Privat, zoals het nog net iets mooier in het Duits heet. Met de omineuze toevoeging: 'das Ende der Intimität'.

Met de oplossing van de moord op Marianne Vaatstra en de oproep tot een nationale DNA-bank werd het onderwerp in ons land vorige week (weer eens) een discussiepunt. Moeten we wel willen dat 'alle' gegevens van iedereen bekend zijn? Hebben we dan helemaal geen recht meer op geheimen?

In Frankfurt gaat het niet over DNA-banken, datagebruik of wat de overheid met je gegevens doet, maar wordt een stap terug gedaan. Hoe heeft het eigenlijk zo ver kunnen komen? Want sorry bezorgde journalisten, burgers, gelijkgestemden: het is al zo ver. De westerse wereld, laat de expositie aan de hand van kunstwerken vanaf de jaren vijftig zien, is in de drang om 'alles te delen met iedereen in je leven' (zoals Facebook promoot) in het tijdperk van de post-privacy beland. Privé is passé.

Om het verschil met 'vroeger' maar meteen goed duidelijk te maken is er aan de entree van Privat een vitrine met artefacten uit het Tagebuchmuseum in Emmendingen neergezet. Uit de opengeslagen boekjes klinkt daar een stem als uit een echoput, geschreven op een schutblad in 1949: 'Wie dit boek leest moet zich schamen.' 'Wie zich hier aan vergrijpt is een dief, een schandelijk mens.' En laten we dan even naar het einde van de langgerekte expositie lopen. In de laatste zaal lijkt er op afstand gekleurde 'ruis' geprojecteerd te worden. Dichterbij blijkt het een mozaïek te zijn van tienduizenden kleine videoloopjes, elk maar een paar centimeter breed (Untitled Video, 2011, door Mike Bouchet). Onafzienbaar veel porno is het, één ritmische vleeskleurige massa, afkomstig van het web en (voor zover te zien) met veel amateurmateriaal ertussen. Tienduizenden slaapkamerdeuren die openstaan. Het is niet per se aangenaam, maar een 'schandelijk mens' voel ik me niet.

Tussen die uitersten wordt vooral duidelijk dat het niet per se de mobiele telefoon, internet of Facebook zijn geweest die de sluizen van die slaapkamers naar buiten openden. Kunstenaars waren dat voor. Die hadden al decennia hun privéleven en dat van anderen openbaar gemaakt, vaak als pamflet tegen burgerlijkheid en voor een alternatieve manier van samenzijn. Nan Goldin fotografeert al sinds begin jaren tachtig haar vrienden op vaak intieme momenten. Onder meer in Heartbeat, waaruit foto's in Frankfurt te zien zijn. Toen Heartbeat eind jaren negentig uitkwam, waren ze een brutale serie. Zo kun je óók leven, kijk maar. Nu je ze terugziet (en je gewend bent dat vage kennissen hun slaapkamerhoofd én hun verfrommelde pasgeboren baby 's ochtends zelf al online hebben gezet) is dat sentiment afgestompt.

Nog langer terug, in de jaren zeventig ontleedde Hans Peter Feldmann een kledingkast van een vrouw aan de hand van zeventig polaroids (Alle Kleider einer Frau, 1974). Toen een feministisch statement, gemaakt in een tijd dat 'het persoonlijke is politiek' een leus werd. Nu staat zoiets gewoon in de ELLE.

En Keeping Busy dan, de film die de Franse Michel Auder in 1969 maakte over twee 'sterren' uit het universum van Andy Warhol, Viva en Louis Waldon. De landerig geschoten, soms uitermate saaie Europese roadtrip van de twee dopeys door Europa heeft alle elementen van een Dogma-film gekruist met een slome reality-soap, dertig jaar voordat die werden uitgevonden.

Zo vergaat het bijna alle werken ouder dan vijf jaar; ze zijn onschuldig geworden, ingehaald door de tijd, post-privacy inderdaad. De openheid van toen heeft zijn doel gediend. Emancipatie op de kaart gezet, de wereld achter de schone schijn getoond, homorechten bevochten, de burgertrut in ons bestreden.

En nu?

In een ijzersterk, hoogst genant filmpje van de Amerikaanse Laurel Nakadate wordt getoond waar we nu zijn, wat er gebeurt met een generatie die eenvoudigweg niet weet dat er zoiets als privacy bestónd. Voor het werk Good Morning Sunshine (2009) vroeg de kunstenares aan amateur-actrices te reageren op vragen die ze zou stellen. Ze mochten zelf weten hoe. Met de camera in de hand maakte de kunstenares ze wakker in hun eigen kamer en praatte ze vervolgens, geheel in de taal van chatsites, uit de kleren. 'Goedemorgen schatje, slaapkopje... je weet dat je mooi bent, hè? Laat je voeten eens zien... laat me eens onder dat shirtje kijken...'

En de meisjes doen het. Spelen schaamte, maar weigeren nooit. Je krijgt er het rotgevoel van dat openheid geen keuze meer is, maar een vanzelfsprekendheid. En dat privacy - ze overdrijven in Frankfurt dus niet - voorbij is, nou ja, bijna. Het bestaat alleen nog op die kleine, gestaag krimpende ijskap van ons leven waar geen camera's komen, geen microfoons zijn, geen bereik is, niets genoteerd en niets gezien wordt. Waar, kortom, geen andere mensen zijn.

Privé volgens Hester Scheurwater

Facebook, met ruim 900 miljoen gebruikers het grootste sociale netwerk, moedigt hen aan hun privéleven te delen. Kunstenares Hester Scheurwater begon in 2009 met het posten van erotische zelfportretten, de 'iPhone series. Vijf keer werd haar account geblokkeerd, vijf keer kwam ze terug. Het was een onderzoek naar de grens tussen privaat en openbaar in die 'openbare ruimte waar we de meeste tijd in doorbrengen' zei ze. In 2011 stopte de kunstenares met het uploaden op Facebook en zette haar project voort met veel explicietere foto's op haar eigen site.

hesterscheurwater.com

Privé op de buis

Vanaf 10 december zijn er bij de NRCV afleveringen te zien van Kijk ons nou, een serie samengesteld uit home movies. Een collectie super-8-films van het Smalfilmmuseum is gedigitaliseerd bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Mediaspecialist Thomasz Lin van Beeld en Geluid legt uit: 'Er wordt toestemming gevraagd voor gebruik, er worden licenties getekend en er wordt goed voor het materiaal gezorgd. Dat het landelijk te zien zal zijn en online staat, daar heeft bijna niemand meer moeite mee. Het omslagpunt? Big Brother, denk ik.' Kijk ons nou, ma. en do. 15.25 u, Nederland 1, 10 t/m 31/12.

undefined

Meer over