Prinses Claustro

Blijft Susanne Kennedy behouden voor het Nederlandse theater? Over de doorbraak van haar surrealistisch nachtmerrietoneel.

Het is niet moeilijk om een toneelvoorstelling van Susanne Kennedy (34) te herkennen. Bij binnenkomst valt al direct het kleurrijke, unheimliche decor op: drie wanden zonder ramen of deuren, daarop een behangetje met een gekmakend motief.

Hierin staan de acteurs, onbeweeglijk op hun plek, in extravagante kostuums, onherkenbaar onder lagen schmink. Hun stemmen zijn meestal merkbaar versterkt, soms zelfs vervormd. De speelstijl is niet ingeleefd, eerder afgeleefd. Ze spreken hun teksten uit met de intonatie van een computer. Alsof ze willen zeggen: 'Excuses voor alle clichés die ik hier sta uit te kramen, maar dit is hoe mensen praten. Echt!' Er klinken voortdurend monotone, onheilspellende geluiden. En alsmaar kijken de spelers de zaal in, met een verwijtende blik, die lijkt te vragen: 'Vinden jullie dit nou leuk?'

Ja, dit vinden wij leuk. Fenomenaal zelfs.

Dat het surrealistische nachtmerrietoneel van Kennedy een groot publiek zou kunnen aanspreken, staat buiten kijf. En dit seizoen komt het erop aan. Ze verruilt de kleine voor de grote zaal.

De afgelopen jaren ontstond er steeds meer reuring rond haar werk. Over dieren stond vorig jaar in het Nederlands Theaterfestival, dat de beste voorstellingen van het seizoen toont. Ze won de Erik Vos Prijs voor regietalent. Johan Simons nodigde haar daarop uit bij zijn Münchner Kammerspiele, waar ze vorig seizoen They shoot horses, don't they? maakte.

Ook NTGent toonde interesse in de jonge theatermaakster. Komend seizoen zal ze twee coproducties van de Vlaamse groep en Het Nationale Toneel regisseren. De eerste daarvan, Fassbinders De bittere tranen van Petra von Kant, gaat in oktober in première.

Waar komt al die aandacht voor de in Duitsland geboren en in Nederland afgestudeerde regisseuse vandaan? Er valt over te twisten of al haar voorstellingen even goed zijn. Sowieso maakt Kennedy toneel waar de een van houdt en de ander van walgt. Maar opvallend, tegendraads en verontrustend is het altijd.

Of het nu om een nieuwe tekst gaat, of een klassieker van Ibsen, telkens zet Kennedy het materiaal volledig naar haar hand. Telkens weet ze met haar benauwende ensceneringen allerlei onuitgesproken verlangens en frustraties van de personages uit te vergroten. Vaak tot angstaanjagende proporties. Telkens verenigt ze horror met humor. Met als doel: dat te tonen wat onderhuids moest blijven.

Kennedy wil naar eigen zeggen de onderbuik aanspreken. Als inspiratiebronnen noemt ze onder andere Japanse horror en het werk van filmmaker David Lynch.

Wat dat betreft vormt ze een unieke stem in het Nederlandse theater. Tegen Het Parool in 2009: 'Ik heb het gevoel dat ik iets heel anders doe dan Nederlandse generatiegenoten. Ik ben een van de weinigen die werkt met bestaande teksten, de meesten doen helemaal hun eigen ding. En als ze repertoire doen, blijft het vaak hangen in psychologisch realisme. Ik zoek juist de abstractie.'

Bij het Nationale Toneel kreeg ze de afgelopen jaren alle ruimte om haar stijl tot in de puntjes te perfectioneren. Ze was nog maar net afgestudeerd aan de regieopleiding in Amsterdam - met een bewerking van Schillers Maria Stuart - of ze kon al bij het keurige Haagse gezelschap aan de slag. Haar eerste stuk hier was het met fysiek en verbaal geweld overladen Phaedra's Love van Sarah Kane.

Iemand wilde duidelijk laten zien dat ze er was.

Hoewel de voorstelling nog onevenwichtig was, werden al enkele Kennediaanse elementen zichtbaar: de vervreemdende speelstijl, de claustrofobische ruimte, de belangstelling voor het lichaam. Maar scènes die bedoeld waren om te choqueren, deden dat niet. Het nietsvermoedende Haagse publiek kreeg onder meer een anale verkrachting en een castratiescène voor de kiezen. Het lag er nog te dik bovenop.

Daarna werd het fysieke geweld in haar werk abstracter. Tegelijk kregen de acteurs minder bewegingsruimte. Ze regisseerde teksten van jonge Duitsers als Gesine Danckwart en Falk Richter. Van Richter voerde ze bij Theater Gasthuis in Amsterdam het satirische Electronic City op. Dit was de eerste keer dat de Turks-Duitse actrice Çigdem Teke in haar werk opdook, wat zij daarna zou blijven doen.

Kennedy kreeg een vaste aanstelling bij het Nationale Toneel. In 2008 speelde Teke er de hoofdrol in Hedda Gabler. Met deze rigoureuze bewerking van Ibsens grote toneelklassieker begon de doorbraak van Kennedy echt vorm te krijgen. Het was opnieuw een voorstelling die een deel van het vaste Nationale Toneel-publiek flink tegen de haren instreek.

Deze Hedda zag eruit als Amy Winehouse en gedroeg zich minstens even zelfdestructief. Wijdbeens zat ze op het podium en staarde brutaal de zaal in. Ze zwaaide met een pistool en dronk liters punch. Tante Jule zong In Dreams van Roy Orbinson. Er vond een rectaal onderzoek plaats.

Met Hedda Gabler bleek dat Kennedy er niet voor terugdeinsde een klassiek repertoirestuk compleet te verbouwen. Ook al leidde dat tot een overvolle voorstelling. Niet het bekende kleinburgerlijke huwelijksdrama stond hier centraal, maar de handelingen en gedachten van een gevoelig meisje dat graag een rebel wilde zijn. Hedda's onvervulde verlangens werden expliciet, haar apathie allesoverheersend.

In Over dieren (Elfriede Jelinek), The New Electric Ballroom (Enda Walsh) en Emilia Galotti (Gotthold Ephraim Lessing) ging Kennedy verder in op deze thematiek. In de drie gelauwerde voorstellingen traden vrouwen op de voorgrond die moesten laveren tussen hun eigen heimelijke verlangens en de eisen van hun mannelijke bewonderaars. De ongelijke machtsstrijd leidde bij alle personages tot verwarring en lusteloosheid.

Zoals altijd liet Kennedy een eventueel plot varen. Ze regisseerde duistere kijkjes in de hoofden van haar personages. Omdat ze nu een overdaad aan visuele vondsten wist te beteugelen, leverde het keer op keer een macaber droomspel op, dat de toeschouwers in zich opzoog en met een duizelende geest weer achterliet.

Het komende seizoen zal Kennedy opnieuw grenzen verleggen. De bittere tranen van Petra von Kant, een bewerking van het stuk van Fassbinder, is haar eerste voorstelling in de grote zaal. Daarna zal ze nog Kleine Eyolf regisseren, waarmee ze terugkeert naar Ibsen.

Beide toneelstukken gaan opnieuw over vrouwen met een tomeloze seksuele energie, die hen uiteindelijk noodlottig zal worden. In een woedeuitbarsting wenst Rita uit Kleine Eyolf het kind dood dat tussen haar en haar man is komen te staan. Tot haar afschuw krijgt ze precies wat ze wilde.

Ook de manipulatieve Petra von Kant verliest zich in een web van leugens en sadomasochistische fantasieën. Daarmee raakt ze de vrouw kwijt die haar het dierbaarst is. Klinkt als vintage Kennedy.

Ongetwijfeld zal ze met De bittere tranen van Petra von Kant weer een associatieve storm aan beelden ensceneren, waarin de binnenwereld van een totaal van zichzelf vervreemde vrouw herkend kan worden. Repetetieve teksten en geluiden zullen samenspannen om de toeschouwers een griezelige trip voor te schotelen. Persona van Igmar Bergman en Mulholland Drive van David Lynch komen voor de geest.

Anderzijds, met een eigenzinnige theatermaakster als Susanne Kennedy weet je maar nooit. Behalve natuurlijk dat het vreemd gaat worden. Met al die interesse uit het buitenland en de opeens snel opdrogende middelen in ons land, zal het nog knap lastig worden om zo'n unieke stem voor het Nederlandse theater te behouden.

---------------------------------------------------------

Kaartjes!

De bittere tranen van Petra von Kant, de eerste voorstelling in de grote zaal van Susanne Kennedy, beleeft zijn première in België op 21 oktober in Gent en in Nederland op 1 november in de Stadsschouwburg Amsterdam. Er zijn nog kaarten.

---------------------------------------------------------

Prijzen en nominaties

2011

Tamar van den Dop in Emilia Galotti genomineerd voor Colombina

Emilia Galotti geselecteerd voor Theaterfestival

2010

Antoinette Jelgersma in Over dieren genomineerd voor Theo d'Or

Over dieren geselecteerd voor Theaterfestival

The New Electric Ballroom bekroond met de Gouden Bouwmeester (beste toneelstuk uit het seizoen 2009-2010)

Erik Vos Prijs voor jong theatertalent

2005

Maria Stuart bekroond met de Top Naeff-prijs (veelbelovend talent van de Theaterschool)

undefined

Meer over