Prins Filip komt overal Belgen tegen

'Weer een prinsje bij', schrijft de Gazet van Antwerpen in oktober 1963 bij de geboorte van de Belgische prins Laurent, het jongere broertje van kroonprins Filip....

Vaak zijn die berichten een bron van hilariteit. 'Overal en altijd loopt het protocol de prinsen voor de voeten', schrijft Theo Jenneval in het Prinselijk Citatenboek (Uitgeverij Dedalus, Antwerpen). Daarin heeft hij de meest frappante uitspraken van en over Filip en Laurent gebundeld.

'De prinsen zijn vaak ongewild een bron van hilariteit, niet in het minst omdat de vox populi hun wereldvreemdheid en onhandigheid genadeloos benadrukken', aldus Jenneval. Vooral met Laurent is het lachen. Over 'de ideale wereld' in Zondagsblad: 'Mochten de mensen beseffen hoe leuk het is een hond als vriend te hebben, dan zou er in iedere tuin een hondenhok staan.'

En bij de oprichting van De Stichting Prins Laurent voor het Welzijn van de Huisdieren en Wilde Dieren: 'De toekomst van de mens is in belangrijke mate bepaald door het lot van de hond.'

In 1993 in De Morgen: 'Er zijn prinsessen met een titel en er zijn prinsessen met een hart. Die laatste categorie interesseert mij het meest.'

Vier jaar later zegt de prins volgens dezelfde krant tegen een kennis: 'Wees eens eerlijk. En kijk eens naar al die ongehuwde prinsessen in Europa. Veel aantrekkelijks loopt er niet rond, neen?'

Laurent geeft een definitie van cultuur: 'Cultuur is de weerspiegeling van een bepaalde manier van denken en een zekere leefwijze waar ik persoonlijk veel belang aan hecht.'

Filip heeft als kroonprins nog meer plichtplegingen dan Laurent. Daarbij kan hij verrassend uit de hoek komen. Humo citeert een anonieme aanwezige bij een persbijeenkomst: 'Nadat we een aperitief hadden besteld - wij iets alcoholisch, de prins spuitwater - vroeg hij plots: 'En, wat vindt u van Jeltsin.'

Bij een ontmoeting met een judokampioene, verzucht hij: 'Wat ziet u er indrukwekkend uit' In een praatje met de voorzitter van het kiesbureau waar hij zijn stem uitbrengt: 'Komt u hier dikwijls?'

Tijdens een rondleiding door een circus tegen zijn gids: 'Is die olifant van u?'

Via de satelliet tegen de eerste Belgische astronaut: 'Wat ziet gij door het raampje als ge naar buiten kijkt?'

Tegen de burgemeester van Brugge: 'Hebt u hier veel last van de varkenspest?'

Tegen een journalist die net terug is uit Ruanda: 'Hebt u er een prettige vakantie doorgebracht?'

Tijdens een handelsmissie in Brazilië: 'Ik kom overal ter wereld Belgen tegen.'

'Daarbij komt nog', schrijft Jenneval, 'dat de beide prinsen, zoals de rest van de koninklijke familie, een vreemd soort Nederlands spreken, dat het midden houdt tussen stadhuistaal en verhaspeld Frans. Kreupel Nederlands hoor je overal, maar de plechtstatigheid waarmee de prinsen praten, alsof ze uit de Belgische grondwet citeren, krijgt de meest fervente royalist op de knieën.'

Raoul du Pré

Meer over