Prima programma op popfestival met leuke bandjes

Als je als organisatie van een popfestival in aanmerking wilt komen voor subsidie, moet je een multiculti-verhaal ophangen óf op de proppen komen met een cultureel motto....

Het festival The Music In My Head, dat dit weekend in het Haagse Theater aan het Spui zijn tweede editie beleefde, is niet multiculti (de podia worden vooral bevolkt door Engelsen en Amerikanen met gitaren, de zalen door witte Hollanders) en formuleerde dus maar een soort manifest. Uit de programmafolder: 'Iedereen zijn eigen Niemandsland. Welke omgeving een muzikant ook kiest, het zal altijd gaan om de bereidheid ergens volledig op in te gaan.'

Het werkte: op dezelfde pagina wordt de gemeente Den Haag vriendelijk bedankt voor de steun. Maar wat is het een loos geleuter. Als stemkunstenares Erica Stucky met haar twee alpenhoorns evenzeer 'ergens volledig op in gaat' als de conventionele rockband Stereophonics, en als de gereïncarneerde sixtiesband The Seeds in 'Niemandsland' de Vlaamse triphopgroep Hooverphonic als buren heeft, dan kan élke artiest uit het clubcircuit op het festival spelen.

Nee, The Music In My Head was gewoon een festival met leuke bandjes. En daar is niets mis mee. Het affiche ademt hetzelfde onbestemde fijnproeversgevoel als dat van Crossing Border of Motel Mozaïque. Het programma was prima: de nieuwste songs van hoogwaardige Britse acts als Stereophonics, I Am Kloot en Badly Drawn Boy beleefden hun Nederlandse live-primeur in Den Haag. Daarmee was het kleine festival eigenlijk al spannender dan Pinkpop.

Het was bovendien prettig rondkuieren in het gezellig drukke theater, waar verschillende uitstekende optredens te zien waren. Zoals het solo-optreden op gitaar en piano van Damon Gough, alias Badly Drawn Boy, die er met band nog wel eens moedwillig een rommeltje van wil maken, maar nu - tussen zijn geestige gebabbel door - liet horen een uniek gevoel voor melodie te hebben.

Of Tom McRae, de Engelsman die niet alleen een begenadigd songschrijver is, maar ook een sterke zanger met een verrassend goede band. En dan was er Athlete, dat tegendraadse, dansbare gitaarpop maakt. En de Amerikaanse Dayna Kurtz, een rootsy singer/

songwriter met een uniek stemgeluid en zwaar ingezette songs.

Het was allemaal meer dan voldoende compensatie voor de tegenvallers. Zoals het verveelde showtje van Ian McCulloch, die zelf even klierig was als het volk dat vanuit de zaal om songs van zijn band Echo & The Bunnymen bleef blèren. Of Maximilian Hecker, die over een mooie, ijle stem en gevoelige liedjes beschikt, maar helaas ook over een vreselijke band met een houthakker als drummer.

Merkwaardig genoeg geeft juist de pseudo-artistieke lariekoek uit het programmaboekje The Music In My Head iets onduidelijks en overbodigs. Onnodig, want als 'gewoon' bandjesweekendje bewees het festival zijn bestaansrecht.

Meer over