Prikkeldraad bewaart de vrede in Mitrovica

Een jaar geleden begon de Kosovo-oorlog. Over het resultaat lopen de meningen uiteen. Het besef groeit dat voor de kwestie geen goede oplossing bestaat....

Michel Maas

Wie gooide de granaten? De Franse soldaat mag eigenlijk niets zeggen, maar zijn duim kan wijzen en die duim wijst over zijn schouder naar het straatje achter zijn rug - het straatje dat de soldaten met machinegeweren, kogelvrije vesten, prikkeldraad en pantserwagens moeten beschermen. Daar, zegt zijn duim, daar kwamen de handgranaten vandaan die op 7 maart zestien van zijn kameraden verwondden.

Het straatje wordt 'Bosnjacka Mahala', ook wel 'Klein Bosnië' genoemd, een moslimbuurtje dat ingeklemd ligt tussen Servisch Noord-Mitrovica en de rivier de Ibar. In dit benauwde hoekje wonen Albanezen en 'Bosniërs', zoals de Servische moslims worden genoemd.

De bewaking lijkt zwaar. Een Franse barricade blokkeert de belangrijkste ingang naar Klein Bosnië. Wie hier in of uit wil, wordt gefouilleerd. Buiten het buurtje is er voor de Albanezen maar één weg: de honderd meter naar de brug die naar het Albanese zuiden van de stad voert. Ook op de brug staan soldaten.

Toch woedde op deze honderd meter op 7 maart een kleine oorlog. Zestien Fransen, twintig Serviërs en zeker vier Albanezen raakten gewond door handgranaten en geweerschoten. Granaten en schoten die, aldus de KFOR-versie van de gebeurtenis, van Albanese kant waren gekomen. 'Een uit de hand gelopen vechtpartij', was het oordeel.

Wat werkelijk gebeurde, is dat Klein Bosnië werd belegerd door een menigte van honderd tot tweehonderd Servische mannen. En deze menigte was er kennelijk op uit het buurtje leeg te vegen. Het oordeel van Dimitri Kaportsev, woordvoerder van de VN-politie in Kosovo, is helder: 'Het was etnische zuivering, natuurlijk. Hoe wil je het anders noemen als een wijk wordt aangevallen door zo'n grote groep mensen?'

Alles wijst erop dat de Serviërs zich niet aan KFOR storen en in golven bezig zijn de laatste Albanezen uit Noord-Mitrovica te verdrijven. Onder de neus van de Fransen woedt de oorlog kennelijk gewoon verder.

Op 3 februari vond de eerste 'zuivering' plaats. Na twee 'incidenten' (een moord op een Turks echtpaar en een granaataanslag op een café, waarbij een Albanees meisje werd gedood en vijftien Serviërs gewond raakten), trokken gewapende Serviërs massaal de straat op. Voor de ogen van Franse militairen vuurden zij salvo's in de lucht en staken een politieauto in brand.

Het hele oproer duurde zes uur. Albanezen werden uit hun huizen gejaagd, overal klonken schoten en werden vernielingen aangericht. Zes lange uren waarin KFOR niet bij machte was het geweld te beteugelen. De doodsbange militairen waren in de minderheid.

De Serviërs stoorden zich niet aan hun aanwezigheid, zoals ze zich nooit aan hun aanwezigheid stoorden. 'Mensen hier respecteren niets meer', zegt Heiner Rosendahl, medewerker van de OVSE-missie in Mitrovica. 'Er heerst hier een cultuur van straffeloosheid. KFOR heeft altijd alles toegestaan en wat nu gebeurt is daarvan het resultaat.'

Negen Albanezen vonden op 3 februari de dood en 1500 Albanezen ontvluchtten die nacht en de daaropvolgende dag Noord-Mitrovica. Tussen de duizend en vijftienhonderd Albanezen zijn er nu nog over in het Servische noorden van de stad. Een klein deel daarvan - 53 families - woont in Klein Bosnië.

Sinds 3 februari keren Albanezen druppelsgewijs terug naar 'de drie torens' in Noord-Mitrovica, drie flatgebouwen aan de oever van de Ibar. Daar brengen zij hun dagen door in een vrijwillig soort gevangenschap: achter dikke rollen prikkeldraad en beschermd door een cordon van pantserwagens.

De drie torens zijn een symbool van het failliet van de poging van de internationale gemeenschap om in Kosovo de multi-etnische samenleving te herstellen. Dat besef is nu ook tot op het hoogste niveau doorgedrongen.

Bernard Kouchner, de Hoge Vertegenwoordiger van de VN in Kosovo, erkent in een interview met L'Humanité dat een multi-etnische samenleving in Kosovo 'onmogelijk' is geworden. De haat tussen de Serviërs en de Albanezen is te sterk en te diep verankerd.

'Maar wie is er ook gek genoeg te denken dat wij hier in acht maanden kunnen bereiken waarvoor ze in Noord-Ierland dertig jaar nodig hebben gehad?', verontschuldigt hij zich. 'Wat we nu moeten bewerkstelligen is vreedzame coëxistentie - zoals ik het noem. Wat erop neerkomt dat we de veiligheid van beide bevolkingsgroepen garanderen.'

Wat erop neerkomt dat tussen beide bevolkingsgroepen voorlopig prikkeldraad gespannen wordt. De torens zijn veranderd in een vesting. Franse militairen bouwen ook elders in Noord-Mitrovica muren van zandzakken. Prikkeldraad ligt klaar om over de straat te worden gespannen.

Mitrovica wordt 'gemilitariseerd', zoals Heiner Rosendahl het uitdrukt. Prikkeldraad moet het respect terugbrengen dat KFOR en de politie de afgelopen maanden hebben verspeeld.

Meer over