Prijsverhoging van olie in Irak stuit op verzet

De regering van Irak heeft de grootste moeite de olieprijsverhogingen te verwezenlijken die ze zondag heeft afgekondigd. Twee overwegend shi’itische provincies weigeren de prijsverhogingen door te voeren....

Oorspronkelijk waren de prijsverhogingen voorzien voor 1 januari, maar Bagdad besloot zondag ze direct in te voeren. De regering van Irak, voor de oorlog een grote olieproducent, heeft geen zin om olieproducten te blijven subsidiëren met zeven miljard dollar per jaar.

De prijsverhogingen zijn fors. Een liter import-super gaat drie keer zoveel kosten: 150 in plaats van 50 dinar (85 in plaats van 28 eurocent); de lokale super wordt zelfs zeven maal zo duur. Ook dieselolie, petroleum en butagas gaan stevig in prijs omhoog.

De opbrengst van de prijsverhogingen is volgens de regering bestemd voor een steunfonds ten behoeve van twee miljoen arme gezinnen.

Maar de bevolking toont zich niet gevoelig voor dit sociale argument. In verscheidene steden gingen maandag al duizenden Irakezen de straat op om te protesteren tegen de prijsverhogingen.

Meer over