Priester in dienst van het witte doek Serie nieuwe boeken over Piet Mondriaan toont dat schrijven over de schilder niet makkelijk is

Piet Mondriaan was een danser. In Laren, waar hij een tijd lang verbleef, noemden zijn vrienden hem de 'dansende madonna', een bijnaam die hij te danken had aan zijn vergeestelijkt opwaarts gerichte blik, zijn onberispelijk zwart pak en zijn gestileerde danspassen....

Spottend echter werd hij ook de 'ware broeder' genoemd omwille van zijn bigotte universalisme, waardoor hij haast dwangmatig zijn individualiteit liet opgaan in het universele. Maar ook door zijn standvastigheid in de theosofische leer. 'Ik heb 't alles uit de Geheime Leer', schreef hij in een brief aan Theo van Doesburg, daarmee refererend aan het boek van de stichtster van de Theosofische Vereniging, Helena Petrovna Blavatsky.

Gerekend naar zijn status als een van de belangrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw, zegt Carel Blotkamp in Mondriaan, destructie als kunst, is er over hem betrekkelijk weinig geschreven. Volgend jaar verschijnt eindelijk de beredeneerde oeuvre-catalogus van Mondriaan die Joop Joosten en Robert Welsh samenstellen. In het Mondriaan-jaar zijn, behalve het nieuwe boek van Blotkamp en een kleine monografie van Susanne Deicher, vooral veel catalogi gepubliceerd en herdrukken: boeken van Hans Jaffé of John Milner, of de verzamelde geschriften van Mondriaan, geannoteerd door zijn enige erfgenaam Harry Holtzman en Martin James.

Schrijven over Mondriaan is niet gemakkelijk. Zijn kunst trotseert alle interpretatie, zegt Blotkamp, zijn geschriften zijn omslachtig en zeer ontoegankelijk, en 'hij gunde het nageslacht maar weinig zicht op zijn eigen individualiteit'. Hij verbrandde zijn brieven. Zijn nalatenschap bestond slechts uit zijn schildersmateriaal, uit sinaasappelkistjes gemaakte meubelen, een pakketje manuscripten, zes of zeven boeken, een stapeltje grammofoonplaten, enkele brillen en pijpen. Er is daarom ook veel anekdotiek: over zijn ateliers, zijn doorzettingsvermogen, zijn meditaties en zijn vrolijke danspassen.

In de vijftig jaar na zijn dood is volgens Els Hoek - Blotkamps sparring partner in de Mondrianologie - 'een Piet Mondriaan geschapen die nooit heeft geleefd'. De bewondering voor Mondriaans kunstenaarschap - niet 'voor zijn schilderijen' - belemmert volgens haar wellicht het zicht op zijn kunst en zijn bespiegelingen.

Er zijn twee richtingen, beweert Hoek in Radar: sommigen zien in hem 'een moderne ontwerper-zonder-opdracht' en anderen 'een schilder pur sang'. De utopische ideeën van de kunstenaar zouden er niet toe doen en sommigen, zoals Clement Greenberg, hebben Mondriaans kunsttheoretische geschriften zelfs gebagatelliseerd. Maar kan zijn kunst wel straffeloos van zijn levensbeschouwing en zijn theoretische teksten worden gescheiden?

Blotkamps boek is geen biografie, maar een monografie. Hij beschrijft 'de genese' van Mondriaans werk èn geschriften. Aan de hand van die geschriften, 'doorgaans algemeen en filosofisch van karakter en kalm van toon', en zijn brieven, waarin hij 'heel direct en geëmotioneerd' man en paard noemt, zocht hij zoveel mogelijk dichtbij 'het moment' te blijven. De ontwikkelingen zijn daarom chronologisch beschreven, en steeds in samenhang met Mondriaans commentaren in brieven, notities, boeken en artikelen.

Rudi Fuchs merkte ooit op dat de geschriften van Mondriaan een slechte en gevaarlijke toegang tot zijn werk zijn, 'want ze zouden orthodox en formeel kunnen maken wat in wezen een autonome en stellige artistieke daad is'. Door de uiterste beheersing van het schilderij wekt Mondriaan de indruk dat hij het weet. Zijn schilderijen, zei hij zelf, kwamen voort uit het artistieke instinct, 'uit de twijfelloze zekerheid van het instinct'.

Blotkamp echter toont met verve aan hoe Mondriaans theoretische geschriften 'de genererende factor in het proces van veranderingen in zijn werk' zijn. De gedachtengang in zijn geschriften was nauw verbonden met destructie: het vernietigen van oude vormen was voor hem een voorwaarde voor het ontstaan van nieuwe, hogere vormen.

Mondriaan nochtans was tegen vernieuwers die 'de huif naar den wind' zetten. Toch geloofde hij niet - beweert Maarten Doorman in een Mondriaan/Van Doesburg-hoofdstuk in Steeds mooier - dat 'met het oude materiaal het nieuwe is te bouwen'. Dat schreef hij in De Stijl bij een eerder grappige afbeelding van een aan diagonalen hangend kabelbaantje, 'Luchttrein Kohlernspoorbaan in Tirol'.

Mondriaan had romantische trekken; hij is niet alleen die kaarsrechte figuur, ordelijk, helder en consequent, maar ook iemand 'die weleens verliefd was'. Hoek beweert dat hij Josephine Baker en Mae West adoreerde, danste, van jazzmuziek hield, en 'zozeer had genoten van Disney's Sneeuwwitje dat hij zich met een van de dwergen identificeerde'.

Wil de echte Mondriaan opstaan?

Mondriaan, de man die de charleston danste, een nogal taai en ook saai faction-boek van Max Dendermonde, is volgens de uitgever de eerste grote roman over de schilder. Mondriaan echter werd al bij zijn leven als romanfiguur geportretteerd in boeken zoals Maalstroom van Henriëtte Mooy, De vader en de zoon van Louis Saalborn en Les évasions d'Olivier Trickmansholm van zijn vriend Michel Seuphor, en ook in een dwaas misdaadverhaal in Het gulden meisjesboek.

Mondriaan stileerde zijn persoonlijkheid tot een personage. Ooit had hij als jonge man portretten van christelijke martelaren getekend. Hij wist dat hun opofferingsgezinde levenswijze de leer van de kerk, die aanvankelijk slechts uit dogma's had bestaan, existentiële betekenis en historische draagwijdte had verleend. Zijn eigen werk wilde hij ook zo'n historische noodzakelijkheid verlenen: hij werd 'een monnik' genoemd of 'een heilige van de schilderkunst', een soort priester in dienst van het witte vlak.

Hij wilde de moderne kunst 'klassiek' laten worden, vergelijkbaar met 'de architectuur van de ouden'. De schilderkunst 'wijst de weg omhoog, van de stof af'. Mondriaan vergeleek zichzelf destijds graag met de middeleeuwse kathedraalbouwers - beweert Susanne Deicher in haar Mondriaan-monografie, 'en schreef aan Theo van Doesburg dat hij met het motief van de kerkgevel, net als zij, het idee van 't omhoogsteijgen wilde uitdrukken'.

Mondriaan manifesteerde zich in avantgarde-kringen, zeker in Parijs en later in zijn 'gelukkigste periode' in New York als een dansende society-figuur. Gekscherend werd hij 'Piet-zie-je-me-niet' genoemd, want hij vertoonde zich op alle openingen.

Maar tegelijk was hij ook de strenge theoreticus, die in 1931 zijn kunsttheoretische De Nieuwe Kunst - Het Nieuwe Leven voltooide. Daarin kondigde Mondriaan het einde van de kunst aan. 'Na haar einde, dat tevens het einde van de oude wereld zou betekenen, kon het nieuwe leven, de aanbrekende utopische tijd, profiteren van de energieën die in de duistere periode van de mensheid waren gebruikt om de produktie van kunstwerken te genereren.'

Zijn geschrift Le Néo-Plasticisme was opgedragen 'aux hommes futurs'. Mondriaan beschouwde in dat boekje, zijn theoretisch hoofdwerk, het neoplasticisme als 'de kunst van de nabije toekomst voor alle antroposofen en theosofen' - al wordt dat door velen in twijfel getrokken, vooral omdat de Duitse antroposoof Rudolf Steiner in Mondriaans werk helemaal niets zag.

Mondriaans proza klinkt soms verheven en ontoegankelijk. Maar ook in de wijsgerig aangescherpte Mondrianologie lees je weleens krompraat. De Franse filosoof Bernard-Henri Lévy heeft het over het Hegeliaanse lamento: het einde van de geschiedenis maar ook van de kunst - 'des beaux-jours de l'esthétique'. Lévy noemt lukraak enkele namen: Strzeminski, Rothko, Reinhardt, Newman of Stella, 'maar Mondriaan was de eerste' die een nieuwe dimensie veroverde in de schilderkunst, los van alle tradities.

Carel Blotkamp: Mondriaan, destructie als kunst. Waanders uitgevers, ¿ 79,50.

Susanne Deicher: Piet Mondriaan, Composities op het lege vlak. Taschen/Librero, 14,95.

Bernard-Henri Lévy: Piet Mondrian. La Différence, 198,- FF.

Max Dendermonde: Mondriaan, de man die de charleston danste. De Prom, ¿ 45,-.

Harry Holtzman & Martin S. James: The New Art - The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian. DaCapo, ¿ 53,15.

Hans L.C. Jaffé: Mondriaan. V+K Publishing/Inmerc, ¿ 49,90.

Els Hoek: De betekenis van Piet Mondriaan; Radar. Aramith, ¿ 35,-.

Meer over