Pret verplicht

In gedetailleerde beelden van het Amerikaanse landschap en de mensen daarin legde fotograaf Joel Sternfeld de ziel van de Verenigde Staten bloot....

De foto's zijn zo avontuurlijk als het Amerikaanse landschap dat erop is vastgelegd. Veelkleurig, bizar, eenzaam, rijkgeschakeerd en eindeloos uitgestrekt. In Joel Sternfelds zojuist opnieuw uitgebrachte klassieker American Prospects dringt die vergelijking tussen de foto's en het landschap zich steeds op. Toch vormen de prairies, de bergen, de graanvelden en de zuidelijke woestijnen niet meer dan een weergaloos decor voor de verhalen die Sternfeld met zijn foto's vertelt. Daarin speelt de mens, en meer bepaald de Amerikaanse burger, de afwisselend komische en tragische hoofdrol.

American Prospects (in vertaling moet de titel zich bevinden tussen 'Amerikaanse vergezichten' en 'verwachtingen') verscheen voor het eerst in 1987. Het fotoboek, de neerslag van Sternfelds acht jaar lange ontdekkingsreis per camper door de Verenigde Staten, geldt al sinds zijn verschijning als baanbrekend. De eerste druk is een collector's item, nauwelijks te koop of tegen absurde prijzen. De nieuwe uitgave, met een aantal niet eerder gepubliceerde foto's, maakt het boek weer voor een breed publiek en een normaal bedrag bereikbaar. Met monumentale, ongelooflijk gedetailleerde foto's in verzadigde kleuren bood Sternfeld (1944) destijds een nieuwe fotografische visie op de Amerikaanse samenleving.

Sternfeld zat zijn onderwerpen niet dicht op de huid, zoals illustere voorgangers als Robert Frank of Diane Arbus deden, en een tijdgenote als Nan Goldin. Hij maakte niet gebruik van een rafelige, haastige snapshotstijl, zoals zijn Europese tegenhangers (als Ed van der Elsken) of de jonge Japanners onder aanvoering van Nobuyoshi Araki. Enigszins statig en letterlijk verheven, want vaak vanaf het dak van zijn camper, registreerde Sternfeld met de technische camera het Amerika dat zich aan zijn voeten ontrolde. En altijd in de openlucht, want daar sluiten de karakteristieken van het land en zijn bewoners klaarblijkelijk naadloos op elkaar aan.

De camera figureerde bij Sternfeld als laseroog, precisie-gereedschap waarmee hij de ziel van een in zichzelf gekeerde, door economische vooruitgang geobsedeerde natie heeft blootgelegd. Zijn foto's tonen het woekerende onkruid van suburbia in een landschap dat voordien onbetreden leek.

Daarnaast laten de foto's de verwaarlozing van de natuur zien, door in kreken gedumpte autowrakken en in onbruik geraakte, smerige fabriekscomplexen - aan de speling der elementen en de zorg van toekomstige generaties toevertrouwd. De groeiende belangstelling voor dit soort landschapsaanranding behoort ongetwijfeld tot de periode, de late jaren zeventig, waarin American Prospects grotendeels gestalte kreeg; de waarschuwingen van de Club van Rome voor wereldwijde ecologische catastrofes echoden danig na.

In fotohistorisch opzicht sluit Sternfelds werk aan bij dat van de Amerikaanse jonge generaties van de jaren zeventig. Met William Eggleston en Stephen Shore behoort hij tot degenen die zich met volle overtuiging stortten op de kleurenfotografie, een genre dat tot die tijd werd beschouwd als onvolwaardig en hooguit geschikt voor de reclame en de amateuristische vakantiekiek. Met Eggleston en Shore deelt Sternfeld eveneens een hang naar het bizarre, naar suspense en het ongerijmde. Ook hun werk speelt zich goeddeels in de buitenlucht van suburbia af.

Het Amerika van de jaren zeventig lijkt zich te koesteren in een zeker isolationisme. Na de traumatische, in 1975 verloren Vietnam-oorlog heeft het land genoeg aan zichzelf, het lijkt zich te hebben afgekeerd van de rest van de wereld. De reusachtige oorlogsbodem USS Alabama ligt op Sternfelds foto afgemeerd aan de kade, geen marinier te zien, de kanonnen krachteloos gericht naar hun verdwijnpunt in de grijze hemel. Op de voorgrond, in de luwte van het schip, heeft een visser zijn hengeltje uitgegooid.

De burgers bouwen aan hun toekomst in de buitenwijken en besproeien hun gazons. Stadsbewonersuit Phoenix, Arizona, imiteren op de vrije zaterdagmiddag de lonesome cowboy John Wayne; een groepje recreanten te paard volgt het gebaande pad door wat ooit een stuk wildernis moet zijn geweest. De horizon wordt onderbroken door de skyline van de stad en een rookpluim uit een verre schoorsteen. Op het terras van zijn villa in Beverly Hills, beschermd tegen ongewenste nieuwsgierige blikken, heeft een man zich neergevleid in zijn ruimbemeten badkuip. Er groeien appels aan een jonge boom. Het paradijs ligt binnen handbereik, voor wie het zich financieel kan veroorloven.

Lome foto's zijn het bij eerste aanblik, maar in de context van het boek is voortdurend dreiging of onbehagen voelbaar. Het onbehagen schuilt in het gebrek aan plezier dat de personages aan hun bezigheden ontlenen. Eenzaam zijn ze, op zichzelf teruggeworpen zien ze zich geconfronteerd met de talrijke mogelijkheden tot vermaak die de moderne tijd biedt. Die dienen zich niet aan als verlokkingen, maar als dwingende verplichting: Have fun!

Onbewust van een nauwelijks zichtbare dreiging deinen de zwemmers op de kunstmatig opgewekte golven in waterparadijs Wet 'n Wild (de schilderachtigste foto van alle, door de pasteltinten van het water, de wolkenhemel en de terrassen). In de hagelwitte en donkergrijze stapelwolken dient zich mogelijk noodweer aan. Lui en verveeld koesteren zich twee welgeklede, zorgvuldig gecoiffeerde jongeren met punkkapsel in de patio van Studio City, California. Ze hebben de wereld aan hun voeten, maar lijken geen idee te hebben wat ze ermee aan moeten.

Versneden met dergelijke beelden van de relaxte, maar ook zinledige American Way of Life, zijn Sternfelds foto's waarop de gevolgen van nietsontziend natuurgeweld te zien zijn. In 1980 werd Grand Isle, Nebraska getroffen door een tornado. Een enkel muurtje staat nog overeind, evenals een buitenmodel koelkast - het hart van het Amerikaanse huishouden - waar de deuren vanaf zijn gerukt. Boomstammen zijn afgeknapt. Van het ene moment op het andere is het gezapige gehucht het toneel geworden van totale verwoesting. Zo kwetsbaar is de Amerikaanse idylle.

American Prospects telt maar enkele van onstuitbare oerkracht getuigende foto's, maar het zijn er voldoende om een schaduw van suspense en dreiging over het hele boek te werpen. Een brandweerman is doende bij een fruitkraampje een reusachtige pompoen te kopen, terwijl op de achtergrond de vlammen uit het dak en de ramen van een woning slaan. Het is een even bizarre en komische als verontrustende foto. Wat gaat er om in het hoofd van de brandweerman, zo onverstoorbaar in zichzelf verzonken met de pompoen onder zijn arm, terwijl zijn collega's vechten tegen het vuur, en de ambulances al komen aangestormd?

In zijn absurdisme roept de foto een vergelijking op met de schilderijen van Jeroen Bosch, met wie Sternfeld de liefdevolle aandacht voor de bijna onooglijke details in de verte en dichterbij deelt. En zoals de door Bosch' geschapen wezens - die saters, gedrochten zonder romp, duiveltjes met horens - licht werpen op de ongebreidelde fantasie van de middeleeuwse schilder, zo weerspiegelt American Prospects op een briljante manier Sternfelds visie vol vervreemdingop de laat-twintigste-eeuwse samenleving.

Twee foto's waarop kolossale dieren de aandacht trekken, vatten Sternfelds (vanzelfsprekend niet zo optimistische) verbeelding van de Amerikaanse vooruitzichten wrang en tegelijk magistraal samen. Op de een is een landweg te zien, geblokkeerd door een politiewagen, een pick-up, een truck en een enorme berg. . . tsja, wat is het? Het blijkt een van uitputting door zijn poten gezakte olifant, uit een circus of dierentuin ontsnapt. Omstanders gooien water over het roerloze dier heen, in een poging het verkoeling te schenken.

Op de andere foto, de op een na laatste in het boek, is de kustlijn te zien van Florence, Oregon. Er zijn wandelaars op het strand, een kalme zee en in de branding, niet eens meteen opvallend, een kleine twintig van de 41 potvissen die zich daar in 1979 door verstoord richtingsgevoel of andere oorzaak naar hun dood in de ondiepte zwommen.

Onweerstaanbaar is de verleiding in die dolende olifant en die gestrande walvissen het Amerika volgens Joel Sternfeld te zien. Ooit ongekend krachtig en in staat met een zwiep van slurf dan wel vin alles in de nabijheid te verpulveren. Maar nu: uitgeput en hopeloos de weg kwijt. De metaforen verlenen American Prospects een nieuwe actualiteit. Foto's uit de jaren zeventig en tachtig wijzen al vooruit naar het Amerika van George W. Bush.

Meer over