Prestatieloon werkt niet

De Kamer debatteert vandaag over de hervormingen die het kabinet wil doorvoeren. Een van de voorstellen is prestatiebeloning in het onderwijs.

Walter Dresscher

Voorstanders - ook staatssecretaris Halbe Zijlstra - wijzen graag naar een Israëlisch experiment van bijna tien jaar geleden. Deze proef werd uitgevoerd op zeer bescheiden schaal en is stopgezet voordat kon worden vastgesteld dat prestatiebeloning het gewenste effect had. Hierop kun je toch geen beleid formuleren?


Van recentere datum zijn proeven in de VS. Voor de zomer werd in Chicago een test afgerond waaruit bleek dat scholen waar prestatiebeloning was ingevoerd geen hogere toetsresultaten boekten bij hun leerlingen en dat docenten niet langer bleven werken in het onderwijs. En in Texas, Tennessee en Alaska ontstond chaos nadat een systeem was ingevoerd waarmee docenten extra geld ontvingen als ze hun leerlingen hogere cijfers behaalden: de bedenkers van het beloningssysteem bleken niet in staat hun formule uit te leggen aan ouders, docenten en schoolleiders. Bovendien kregen kleinere instellingen onevenredig veel geld binnen, omdat individuele uitschieters in het onderwijs er voor grotere stijging van de gemiddelden zorgden.


In een nadien gepubliceerd onderzoek wordt daarom voorgesteld dat toetsresultaten slechts in zeer beperkte mate kunnen worden meegenomen bij een salarisberekening.


Op basis van deze voorbeelden weet ik dus niet waar het kabinet de overtuiging vandaan haalt dat individuele beloning in het onderwijs een heilzame werking heeft. Daarnaast wordt er op een riskante wijze omgesprongen met de sfeer in de lerarenkamer. Liberalen als Rutte en staatssecretaris Zijlstra gaan vaak prat op de resultaten van onderlinge competitie, maar de verhoudingen in een docententeam kunnen er ernstig onder lijden.


Nu heeft Zijlstra bij de begrotingsbehandeling min of meer laten weten de prestatiebeloning voor een deel af te laten hangen van de teamprestaties, maar dan nog zijn de risico's aanzienlijk: de staatssecretaris heeft immers 200 miljoen euro klaarliggen voor de scholen die het beste presteren. Maar hoe wil hij die resultaten gaan controleren? Het is naïef te denken dat scholen niet vatbaar zijn voor de perverse prikkels die van een flinke zak geld uitgaan. Met de cadeaudiploma's van Hogeschool InHolland nog vers in het geheugen mag je toch verwachten dat er twee keer wordt nagedacht voor er weer iets nieuws wordt verzonnen.


Het onderwijs zit ook niet te springen om nieuwe beloningsmethoden. Een van de belangrijkste argumenten die Zijlstra inbrengt voor de prestatiebeloning is dat het zo mogelijk wordt om carrière te maken in de klas. Daarmee wil hij een probleem oplossen dat feitelijk niet meer bestaat. Sinds het convenant LeerKracht in werking trad, is het namelijk heel goed mogelijk om door te groeien in het docentenvak. Bijscholing en specialisatie wordt mogelijk gemaakt via scholingsmiddelen.


We weten allang dat leerprestaties van leerlingen en studenten toenemen als er een bekwame docent voor de klas staat: onderzoek van hoogleraar Dronkers (Universiteit Maastricht) toonde onlangs aan dat vooral scholieren die er wat zwakker voor staan met sprongen vooruitgaan als ze worden begeleid door een bevoegd docent. Het is dan ook vreemd dat Rutte wel geld vrijmaakt voor prestatieloon, maar niet voor een aanval op de onbevoegdheid.


Staatssecretaris Zijlstra kan zich daarom het beste de moeite besparen en de 200 miljoen euro voor het prestatieloon investeren in versterking van het convenant LeerKracht en zich vol overgave storten op een plan waarmee onbevoegde docenten zo snel en zo goed mogelijk de lerarenopleiding doorlopen. Dat zijn investeringen waarvan we zeker weten dat ze effect hebben. In plaats daarvan geld pompen in een alternatief waarvan de resultaten op zijn zachtst gezegd twijfelachtig zijn, is een keuze die een kabinet juist in magere tijden niet zou moeten maken.


Nergens blijkt dat prestatiebeloning in het onderwijs werkt. Het kabinet kan zijn geld beter besteden aan vergroting van het aantal bevoegde leraren, zegt Walter Dresscher, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond.


Meer over